Minnelijke conflictoplossing in de familierechtbank

Sofie Raes onderzoekt de onduidelijkheden over en pijnpunten van de kamers voor minnelijke schikking, zowel wat betreft het wettelijk kader als de schikkingspraktijk. Haar bijdrage verscheen in het Tijdschrift voor Familierecht (T.Fam.). Hierna vindt u een korte samenvatting van haar bijdrage.

Gepubliceerd op 19-09-2018

Opzet

Doorheen de jaren tekenden de limieten van het procederen zich steeds duidelijker af. Alternatieven ontstonden om in te spelen op de belangrijkste tekortkomingen van procedurevoering. Sinds september 2014 bestaan er kamers voor minnelijke schikking in de schoot van de familierechtbanken in eerste aanleg en familiekamers van de hoven van beroep. Een gespecialiseerde rechter tracht er partijen te begeleiden tot een akkoord over hun geschil. Onderzoek naar deze nieuwe methode, die potentieel veel voordelen kan opleveren, is noodzakelijk om ze te optimaliseren.

De bijdrage ‘Hete hangijzers inzake de werking van de kamers voor minnelijke schikking’ analyseert de onduidelijkheden over en pijnpunten van de kms, zowel wat betreft het wettelijk kader als de schikkingspraktijk.

De navolgende studieavond ‘Rechterlijke schikking vs. bemiddeling: bedreigingen en opportuniteiten’ gaat na of en in welke mate deze pijnpunten de realisatie van mogelijke voordelen bedreigen. Het betreft o.m. een kosten- en tijdsefficiëntie, controle over de inhoud van de uitkomst, een creatieve oplossing op maat, een hogere mate van vrijwillige naleving en het verlaten van het ‘winst-verlies’-debat. Gedurende het interprofessioneel en interactief debat wordt gereflecteerd over de toekomstperspectieven voor kwaliteitsvolle minnelijke conflictoplossing in een gerechtelijke context en de verhouding met bemiddeling.

Een (voldoende) faciliterend wettelijk kader?

De grootste onzekerheden omtrent de wettelijke regeling betreffen de reikwijdte van de onverenigbaarheid en het vertrouwelijkheidsbeginsel. Daarnaast zijn er diverse pijnpunten, waarvan er hier enkele worden aangehaald. Het gebrek aan verplichte verschijning in de kms maakt van de ambtshalve verwijzing ernaar een lege doos. De extra specialisatievereiste geldt enkel voor de rechter in de kms, hoewel de rechter in de familiekamer ook schikkingen kan begeleiden zonder bijkomende opleiding. Tot slot is de kms bij vele practici en rechtzoekenden onvoldoende gekend. Adequate informatieverschaffing moet daarop inspelen.

Problemen in de schikkingspraktijk

Sommige schikkingskamers akteren vooraf bestaande akkoorden, zonder daartoe over de vereiste rechtsmacht te beschikken. De onverenigbaarheid lijkt voor kleine rechtbanken een hoge drempel om de kms te installeren. Bij gebrek aan personeel is er soms een tijdelijke afwezigheid van de griffier in de kms. Tot slot is er door de diverse organisatie van het traject, in combinatie met de verschillen qua tijdsbesteding per zaak en gehanteerde schikkingstechnieken, een ongelijke toegang tot de methode en lopen de resultaten uiteen.

Kleine wetswijzigingen en verduidelijkingen kunnen alvast leiden tot een meer faciliterend kader. Meer uniformiteit in schikkingspraktijken op basis van geïdentificeerde best practices en een grotere investering in middelen zou de methode tot slot meer kunnen doen floreren en de gelijke toegang tot het traject voor de burger verzekeren.

  375