Meerderjarige beschermde personen in het internationaal privaatrecht

Sara BerteSara Berte schreef voor Artikelsgewijze Commentaar Personen- en Familierecht een bijdrage over meerderjarige beschermde personen in het internationaal privaatrecht. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Het WIPR is vandaag de voornaamste rechtsbron met betrekking tot de bescherming van meerderjarige onbekwamen in het internationaal privaatrecht. De toenemende EU-harmonisatie van het internationaal privaatrecht heeft (tot nu toe) het terrein van de meerderjarige beschermde personen nauwelijks bereikt. Zolang België niet toetreedt tot het Haags Verdrag van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen en er geen bilateraal verdrag van toepassing is, gelden de nationale regels van het internationaal privaatrecht.

Internationale bevoegdheid (art. 32 en 33 WIPR)

De Belgische rechter is internationaal bevoegd voor het beoordelen van de bekwaamheid indien de betrokkene op het ogenblik van de instelling van de vordering Belg is of zijn gewone verblijfplaats in België heeft.

Indien de persoon onbekwaam is, moet een passende beschermingsmaatregel uitgevaardigd worden. De Belgische rechter kan zijn internationale bevoegdheid hiervoor baseren op de Belgische nationaliteit van de onbekwame, de gewone verblijfplaats van de onbekwame in België of, in het kader van het beheer van de goederen van de onbekwame, de ligging van het goed in België.

In dringende gevallen zijn de Belgische rechters bevoegd alle maatregelen te nemen die de situatie vereist tot bescherming van de onbekwame persoon en zijn goederen, op voorwaarde dat de betrokkene zich in België bevindt.

Toepasselijk recht (art. 34 en 35 WIPR)

De meerderjarigheidsleeftijd wordt bepaald door de nationale wet van de persoon. Hierbij moet rekening gehouden worden met de beperkte mogelijkheid van renvoi. Blijkt de betrokkene meerderjarig te zijn, dan vormt de handelingsonbekwaamheid de uitzondering.

De beschermingsmaatregelen worden beheerst door het recht van de gewone verblijfplaats van de onbekwame. Evenwel zal het nationale recht van toepassing zijn indien het buitenlands recht niet de mogelijkheid biedt de vereiste bescherming te waarborgen. In het geval het materieel of juridisch onmogelijk blijkt om de maatregelen te nemen waarin het buitenlands recht voorziet, moet het Belgische recht worden toegepast.

Erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlandse rechterlijke beslissing (art. 22, 23 en 25 WIPR)

Het WIPR huldigt het principe van de erkenning van rechtswege. De procedure van tenuitvoerlegging is een vereenvoudigde uitvoerbaarverklaring, namelijk een procedure van eenzijdig verzoekschrift. Uiteraard bestaat de mogelijkheid om de erkenning of tenuitvoerlegging te weigeren op basis van één van de weigeringsgronden, zoals de openbare orde-exceptie en de rechten van verdediging.


De auteur is juridisch adviseur bij de Koninklijke Federatie voor het Belgisch Notariaat.

Bron: Sara BERTE, "Meerderjarige beschermde personen in het internationaal privaatrecht", in X, Personen- en familierecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Wolters Kluwer, z.p. (verschijnt binnenkort)

Hier vindt u informatie over de uitgave 'Artikelsgewijze Commentaar Personen- en Familierecht'.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over meerderjarige beschermde personen in het internationaal privaatrecht.


Gepubliceerd op 02-09-2015

  312