Meer aandacht nodig voor burgerlijke staat van vluchtelingen

Er wordt in de vluchtelingencrisis vooral ad hoc gewerkt, met te weinig aandacht voor de lange termijn op familierechtelijk vlak. Dat vindt Jinske Verhellen, docent IPR aan de UGent: ‘Men is nu - terecht - heel erg bezig met de logistieke opvang, het zogenaamde bed-bad-brood, maar men vergeet de familierechtelijke vraagstukken waarmee de nieuwe groep vluchtelingen ons in de nabije toekomst zal confronteren. Veel magistraten, advocaten en ambtenaren worstelen daarmee, maar ze krijgen nauwelijks ondersteuning.’ Daarom pleit Verhellen in De Juristenkrant voor een structurele uitbouw van expertise in buitenlands familierecht, ‘waarom niet onder de vorm van een instituut internationaal familierecht binnen de FOD Justitie?’

Ruth Boone

(foto: Wouter Van Vaerenbergh)

U leest hier een aantal fragmenten uit het interview. Het volledige artikel leest u in de papieren Juristenkrant (nr. 329 van 4 maart 2016), digitaal op uw tablet of desktop, of via Jura. 

Jinske  Verhellen  Jinske Verhellen: ‘Een magistraat die ik tijdens een van mijn onderzoeken interviewde, stelde het zo: ‘We zijn specialisten in Belgisch recht,  maar amateurs als we buitenlands recht moeten toepassen.’ Als ze de informatie al vinden, moeten ze die ook nog juist interpreteren. [...] Dat onderscheid kennen, veronderstelt een grondige kennis van het Pakistaanse recht. Ik heb veel vertrouwen in rechters, maar wat verwachten wij allemaal van hen? Hebben zij wel de tijd en de middelen om dat allemaal te bestuderen?’

[...]

‘De mensen in de asielinstanties zijn supergespecialiseerd in asiel en opvang, maar asielrecht en internationaal familierecht bestaan in twee zuilen naast mekaar. Zo kwam ik een geval tegen van een vrouw die hier asiel vroeg, en tijdens haar intakegesprek over ‘haar man’ sprak. Ze werd door de asielinstanties geregistreerd als gehuwd, en dat kwam ook zo in het wachtregister. Toen de vrouw jaren later met een man wou trouwen die ze hier had leren kennen, bleek dat ze eigenlijk weduwe was. Maar ze kon niet hertrouwen want ze stond geregistreerd als gehuwd. Kan je die vrouw kwalijk nemen dat zij over ‘haar man’ sprak? Om haar dossier te deblokkeren had de vrouw een overlijdensakte nodig.’

[...]

In het algemeen vindt Verhellen dat er veel meer op lange termijn - en dus  minder ad hoc - nagedacht moet worden over de burgerlijke staat van mensen in een grensoverschrijdende context.  ‘We kennen die problemen eigenlijk al jaren, maar er is geen visie op lange termijn om daarvoor oplossingen te zoeken. Ik besef dat familierecht in grensoverschrijdende zaken bijzonder complex kan zijn. Maar dat is nu eenmaal een uitdaging die onze juridisch-cultureel diverse samenleving niet uit de weg kan gaan.’

U leest hier een aantal fragmenten uit het interview. Het volledige artikel leest u in de papieren Juristenkrant (nr. 329 van 4 maart 2016), digitaal op uw tablet of desktop, of via Jura. 

Gepubliceerd op 04-05-2016

  159