Kamers voor minnelijke schikking: onbekend is onbemind

Interview met Sofie Raes in De Juristenkrant van 19 december 2018

Gepubliceerd op 08-01-2019

Annelien Keereman
Redacteur De Juristenkrant

Een vechtscheiding of als vrienden uit elkaar gaan: het kan een heel verschil maken in hoe een echtscheiding beleefd wordt. De route die je daarbij kiest - bemiddeling, rechtbank, schikking met behulp van de rechter -, maakt ook een verschil. ‘De wetgever focust eerder op bemiddeling, maar niet voor iedereen is dezelfde route de beste,’ zegt Sofie Raes, die aan de UGent werkt aan een doctoraat over de kamers voor minnelijke schikking bij de familierechtbanken, in De Juristenkrant. Half oktober 2018 organiseerde ze een debatavond over het thema. ‘Op dit moment is er een veelheid van praktijken in plaats van dè kamers voor minnelijke schikking. Dat zorgt bij burgers en rechtspractici voor verwarring.’

Sofie Raes
(c) Wouter Van Vaerenbergh

[...]

Hoe is het eigenlijk gesteld met de bekendheid van de kamers voor minnelijke schikking?

‘Op dit moment zijn ze veel te onbekend, onder meer in het notariaat en in bemiddeling, waar mensen toch ook vaak komen met familiale materies. Het zou zeker voor hen wel nuttig zijn om er meer over te weten, op z’n minst al het bestaan ervan te kennen.’

‘Wat voor mij belangrijk is: alle trajecten moeten gelijkwaardig naast elkaar bestaan. Als mensen voor een bepaald traject gekozen hebben, of als ze het net volledig zelf willen regelen, dan moet dat ook effectief kunnen en mag het hen niet zomaar uit handen worden genomen. Dan blijft de rechtzoekende gefrustreerd achter.’

[...]

Wat zijn de voordelen van de kamers voor minnelijke schikking in vergelijking met bemiddeling?

‘De kamers zijn efficiënt qua tijd en kosten. De rechter heeft zijn rol, maar dat kan zowel een min- als een pluspunt zijn. Men luistert meer naar een rechter, wat hij of zij zegt komt meer aan bij de mensen. Dat is het voordeel van het rechterlijke gezag.’

[...]

Heeft een rechter wel kaas gegeten van bemiddeling? Vervalt hij in de kamers voor minnelijke schikking niet al te makkelijk opnieuw in zijn beslissende rol?

‘Magistraten moeten een opleiding van zes of zeven dagen volgen om te mogen zetelen in de kamers van de familierechtbank. Maar daar zit geen schikkings- of communicatietechniek in. Om in de kamers voor minnelijke schikking te mogen zetelen, moeten ze nog eens een opleiding van drie dagen volgen bij het IGO. Eigenlijk zou die opleiding verplicht moeten zijn voor alle rechters die in de familiekamers zetelen, want een rechter kan ook schikken op de zitting in de familiekamers en niet naar de kamers voor minnelijke schikking doorverwijzen. Bovendien is een opleiding van drie dagen - waarvan een halve dag theorie - niet genoeg. Ter vergelijking: een opleiding tot bemiddelaar duurt 90 tot 120 uur.’

[...]

  667