Inpassing van digitale producten in het Belgisch privaatrecht

Koen Swinnen onderzoekt of bepaalde juridische vraagstukken die naar aanleiding van digitale producten rijzen of kunnen rijzen, beantwoord kunnen worden aan de hand van het bestaande Belgisch privaatrecht. Deze bijdrage verscheen in het Tijdschrift voor Privaatrecht (TPR).

Gepubliceerd op 23-01-2019

halfopen laptop

Beslag en pand op digitale data

Naar huidig recht kunnen digitale data niet zelfstandig verpand of beslagen worden, omdat zij geen ‘goederen’ zijn. Indirect is dit echter wel mogelijk, door te werken via de gegevensdrager waarop de digitale data zijn opgeslagen of via een recht dat iemand heeft met betrekking tot digitale data. Volwaardige alternatieven voor zelfstandig beslag of pand zijn dit echter niet. De bijdrage bevat tot slot van het eerste hoofdstuk een aantal aanbevelingen de lege ferenda voor het geval dat de wetgever zou besluiten om zelfstandig beslag en pand op digitale data mogelijk te maken.

Elektronisch contracteren en ondertekenen bij onroerende goederen

Onroerende goederen staan nog steeds op enigszins gespannen voet staan met elektronisch contracteren en ondertekenen. De oorzaak daarvan is dat notariële akten nog niet digitaal kunnen worden opgesteld en ondertekend. De aan de fase van de notariële akte voorafgaande fases, nl. het bereiken van wilsovereenstemming en het ondertekenen van de onderhandse koopovereenkomst, kunnen echter wel volledig elektronisch worden doorlopen.

Aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door (autonome) robots

Het contractuele aansprakelijkheidsrecht, waarvoor de robot in de zorgsector als werkvoorbeeld fungeert, lijkt beter uitgerust te zijn voor de inpassing van autonoom handelende digitale producten dan het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht.

Het contractuele aansprakelijkheidsrecht, met de centrale tweedeling tussen resultaats- en inspanningensverbintenissen, zal niet minder dan bij andere producten toelaten om een aansprakelijke aan te duiden. Werd het vooropgestelde resultaat niet bereikt of werden daarvoor niet de inspanningen geleverd die de maatman zou hebben geleverd, dan is de contractspartij aansprakelijk, ongeacht of een eigen handelen of nalaten dan wel dat van een robot daarvan de schuldige is.

De regels van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht zijn daarentegen in grote mate opgebouwd rond foutief handelen, dat bij autonome auto’s evident naar de achtergrond zal verdwijnen ten voordele van (doch ook in slechts beperkte mate) foutief nalaten, en het vergelijken van een schadeveroorzakende zaak met een normaalmodel of met de veiligheidsverwachtingen die men daarbij mag hebben. Het vinden van het juiste normaalmodel of de juiste veiligheidsverwachtingen waarmee een schadeveroorzakende zelfrijdende auto moet worden vergeleken, zal, zo wordt in de bijdrage aangetoond, vaak een moeilijke opdracht worden. Bovendien zal het voor het slachtoffer vaak niet eenvoudig zijn om het gebrekkig karakter aan te tonen van een goed waarvan de technologische geavanceerdheid de eigen kennis ver overstijgt.

De auteur

Koen Swinnen

Koen Swinnen is universitair docent aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam en vrijwillig wetenschappelijk medewerker bij het Instituut voor goederenrecht aan de KU Leuven.

  671