Huwelijksvermogensrecht: wettelijk stelsel verfijnd

De wetgever verfijnt de regels van het wettelijk huwelijksvermogensstelsel. Dit moet zorgen voor meer duidelijkheid over het huwelijksvermogensrechtelijk statuut van verschillende goederen en rechten in dat stelsel. Onder meer de problemen rond de individuele levensverzekeringen, de schade- en arbeidsongevallenvergoedingen en de beroepsgoederen, de aandelen en het cliënteel worden aangepakt.

Gepubliceerd op 17-08-2018

huwelijksvermogenrecht

Huwelijksvermogensrecht: wettelijk stelsel verfijnd

Individuele levensverzekeringen

Er komt meer duidelijkheid over het huwelijksvermogensrechtelijk statuut van individuele levensverzekeringen die tijdens het stelsel zijn afgesloten.
Als de verzekerde prestatie niet verschuldigd is bij de ontbinding van het stelsel, behoort de vorderbare netto-afkoopwaarde op het moment van de ontbinding van het stelsel tot het eigen vermogen, mits vergoeding.
Is de verzekerde prestatie wel verschuldigd bij de ontbinding van het stelsel, dan behoort de verzekerde prestatie tot het eigen vermogen, mits vergoeding, wanneer de langstlevende echtgenoot de levensverzekering in zijn eigen voordeel heeft afgesloten. De verzekerde prestatie is ook eigen – maar dan zonder vergoeding – als het gaat om een individuele levensverzekering die de overleden echtgenoot heeft gesloten in het voordeel van de andere echtgenoot.
Gebeurt de uitkering tijdens het huwelijk dan komt de uitkering van de verzekerde prestatie in het gemeenschappelijk vermogen als de premies voor minstens de helft zijn betaald met gemeenschapsgelden.
Voor de tweede pijlerpensioenen verandert er voorlopig niets. Zij blijven vallen onder de art. 127 en 128 van Landverzekeringswet van 25 juni 1992.


Schade- en arbeidsongevallenvergoedingen

Volgens de huidige regels valt het recht op herstel van persoonlijke, lichamelijke of morele schade – ongeacht het moment van verkrijgen – in het eigen vermogen. Dat blijft zo, maar die regel wordt beperkt tot het recht op de schadevergoeding zelf (titre). Voor de vergoeding (finance) maakt men voortaan een onderscheid tussen drie soorten schadegevallen:

  • de vergoeding voor de persoonlijke ongeschiktheid (niet-economische waardeerbare gevolgen van de aantasting van de fysieke en psychische integriteit in het dagelijks leven) komt in het eigen vermogen. Zonder vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen;
  • de vergoeding voor de huishoudelijke en economische ongeschiktheid komt in het gemeenschappelijk vermogen.

 

Beroepsgoederen, aandelen en cliënteel

De huidige regeling dat gereedschapen en werktuigen die dienen voor het uitoefenen van het beroep eigen zijn mits vergoeding, zorgt voor heel wat problemen. Daarom geldt voortaan ook hier het onderscheid tussen het recht zelf en de vermogenswaarde ervan:

  • het recht op goederen die een echtgenoot exclusief gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf, is eigen, tenzij de echtgenoten samen het beroep uitoefenen of het bedrijf uitbaten;
  • bij dat eigen recht is de vermogenswaarde van die beroepsgoederen die door een echtgenoot met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen, gemeenschappelijk.

Voor het cliënteel geldt een gelijkaardige regel als voor de beroepsgoederen. Het recht op cliënteel – inclusief het recht om als eigenaar van het cliënteel te handelen – valt voortaan in het eigen vermogen, tenzij het cliënteel is opgebouwd binnen een beroep dat echtgenoten samen uitoefenen of een bedrijf dat ze samen uitbaten. Als het recht op cliënteel in het eigen vermogen valt, is de economische waarde van het cliënteel dat tijdens het stelsel door een van de echtgenoten in de uitoefening van zijn beroep of de uitbating van zijn bedrijf is opgebouwd, dan weer gemeenschappelijk.

Ook voor aandelen gelden nieuwe regels. De lidmaatschapsrechten die verbonden zijn aan vennootschapsaandelen die met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen en op naam van één echtgenoot zijn ingeschreven, vallen – inclusief het recht om als eigenaar van die aandelen te handelen – in het eigen vermogen als het gaat om :

  • een vennootschap die onderwerpen is aan wettelijke of statutaire regels of overeenkomsten tussen vennoten die de overdracht van aandelen beperken; of
  • een vennootschap waarin enkel die echtgenoot zijn professionele activiteit als zaakvoerder of beheerder uitoefent.
    De vennootschapswaarde van die aandelen valt dan weer in het gemeenschappelijk vermogen.


Anticipatieve inbreng

Toekomstige echtgenoten die vóór hun huwelijk samen en in gelijke delen de volle eigendom van een onroerend goed verkrijgen, kunnen in de akte van eigendomsverkrijging voortaan een anticipatieve inbreng opnemen. Als ze dan later huwen, behoort dit onroerend goed automatisch tot hun gemeenschappelijk vermogen, alsof ze die inbreng bedongen hadden in hun huwelijkovereenkomst. Door te werken met een anticipatieve inbreng moeten ze geen tweede keer akte- en registratiekosten betalen.


Lasten

Echtgenoten kunnen het gemeenschappelijk vermogen bij huwelijksovereenkomst uitbreiden, door daarin tegenwoordige en toekomstige roerende of onroerende goederen in te brengen. Die mogelijkheid bestaat al langer, maar nu wordt de passiefregeling van die inbreng wel aangepast: schulden die open staan op het moment van de inbreng en die door de echtgenoot-inbrenger gedaan zijn om de ingebrachte goederen te verkrijgen, verbeteren of in stand te houden, komen in principe ten laste van het gemeenschappelijk vermogen. Echtgenoten kunnen wel anders overeenkomen.


Terugnamerecht

De echtgenoot die bepaalde goederen in het gemeenschappelijk vermogen heeft ingebracht, kan bij de verdeling de nog in natura aanwezige goederen terugnemen. Die regel geldt niet als de goederen door beide echtgenoten samen zijn ingebracht.
Inwerkingtreding
De nieuwe wet van 22 juli 2018 treedt in werking op 1 september 2018, dag waarop het nieuwe erfrecht van toepassing wordt.
Er is voorzien in een reeks overgangsregels. De nieuwe regels zijn onmiddellijk van toepassing op de echtgenoten die huwen vanaf 1 september 2018 en op de reeds gehuwde echtgenoten die vanaf die datum overgaan naar een ander stelsel.

Bron: Wet van 22 juli 2018 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake, BS 27 juli 2018 (art. 12–30)

Zie ook: Burgelijk Wetboek (art. 1398 e.v.)

 

 

  745