Hoe gaan familie- en jeugdrechters om met ouderverstoting?

Emma Jaspaert en Céline Minnekeer maken een kwalitatieve beschrijving van het fenomeen ouderverstoting. Aan de hand van semigestructureerde interviews met familie- en jeugdrechters scheppen ze een beeld van de plaats die ouderverstoting krijgt in de rechtbank. Hun bijdrage verscheen op 27 februari 2019 in aflevering 397 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 27-02-2019

vader-en-kinderen

10 rechters

Er is sprake van ouderverstoting wanneer een kind één van beide ouders volledig uit zijn leven sluit na een echtscheiding, louter omdat de andere ouder het kind door middel van manipulatie tegen deze ouder opzet. Echter, er bestaat nog steeds controverse over het fenomeen en het fenomeen is ook niet opgenomen in de Belgische wetgeving. Nochtans klinkt de roep vanuit ouderbewegingen aan de magistratuur om meer rekening te houden met ouderverstoting en om verstoten ouders niet in de kou te laten staan. Hoe gaan de rechters hiermee om? In deze doctrine werden tien jeugd- en familierechters geïnterviewd, om een beter beeld te krijgen van de erkenning en aanpak van ouderverstoting.

Het fenomeen ouderverstoting

Er is sprake van ouderverstoting wanneer dit veroorzaakt wordt door emotionele manipulatietechnieken van de andere ouder én wanneer er geen ‘geldige reden’ (bijvoorbeeld seksueel misbruik) is voor de verbreking van het contact. Er is dus steeds een verstotende ouder (die het kind manipuleert) en een verstoten ouder (die door het kind wordt afgewezen). Vaak zal een verstotende ouder het kind manipuleren om de eigen positie in de gerechtelijke procedure te versterken. Ouderverstoting kan in verschillende gradaties voorkomen, waarbij er in de meest ernstige situaties sprake is van een langdurige en volledige weigering tot contact van het kind met de verstoten ouder. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor het psychologisch welzijn van zowel het kind als de verstoten ouder.

Perspectief van de rechter op ouderverstoting

De rechters kennen het fenomeen ouderverstoting. Ze geven aan dat zij hier aandacht aan besteden in familiezaken, maar dat het niet eenvoudig is om ouderverstoting te herkennen. Ze zijn dan ook terughoudend om het label ‘ouderverstoting’ expliciet te gebruiken in concrete zaken. Liever gebruiken ze de term ‘contactbreuk’. Bij een vermoeden van ouderverstoting, zullen rechters vaak het advies van een psycholoog-deskundige inwinnen of een maatschappelijk onderzoek bevelen. Ook het het hoorrecht van het kind wordt aangehaald als een belangrijk hulpmiddel in het herkennen van ouderverstoting, al is het soms moeilijk om na te gaan of het verhaal van het kind niet is ingegeven door een verstotende ouder. Het is volgens rechters vooral belangrijk om, bij vermoeden van ouderverstoting, beide ouders aan te spreken op hun verantwoordelijkheid naar hun kind(eren) toe en hen aan te moedigen om het wederzijds respect te herstellen. Indien één of beide ouders nog steeds niet wilt meewerken, kan ook een dwangsom worden opgelegd of kan de familierechter zich in extremis richten tot het niveau van de jeugdbescherming.

Besluit

Rechters zijn over het algemeen tevreden met de tools die ze hebben om ouderverstoting aan te pakken, maar missen vooral een preventief beleid. Het verder uitbouwen van een interdisciplinaire preventieve aanpak is volgens hen dan ook een grote stap vooruit.

De auteurs

Emma Jaspaert is post-doctoraal onderzoeker faculteit rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven.

Céline Minnekeer is advocaat.

  834