Het regionaal woninghuurrecht in een notendop

Sinds 2014 kregen de Belgische gewesten de bevoegdheid om de regels van de woninghuur vast te stellen. Van die optie is gebruik gemaakt door het Brussels hoofdstedelijk gewest bij ordonnantie van 27 juli 2017 , het Waals gewest met het decreet van 15 maart 2018 en het Vlaams gewest met  het decreet van 9 november 2018.

Gepubliceerd op 22-03-2019

Omvangrijk

regionale_huurwetgeving

Overeenkomsten

Alle 3 ontlenen ze zeer veel voorschriften aan het federaal woninghuurrecht, maar voegt elk gewest een aantal nuanceringen toe.

Opvallend is dat allen een bijzondere regeling uitwerken voor de medehuur , waar het Brussels en Waals gewest dit bijkomend verbinden met het medehuurpact, en de studentenhuur, die in het Vlaams gewest grondiger wordt uitgediept dan in de andere gewesten. Tenslotte valt op dat het Brussels hoofdstedelijk gewest en het Waalse gewest uitpakken met de rechtsfiguur van de glijdende huur of proefhuur.

Vele kleine en grotere verschillen bij praktische toepassing

De vele overeenkomsten tussen de drie regimes nemen niet weg dat er bij de praktische toepassing van de decreten desalniettemin vele kleine en/of grotere verschillen opduiken.

Aan de hand van een praktisch schema wordt daarom getracht de puzzelstukken samen te leggen en in mekaar te passen.

Auteur: Roland Timmermans

timmermans-roland-kl

Roland Timmermans is advocaat aan de Balie van Leuven. Hij is, naast docent Syntra, hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Appartements- en Immorecht en hoofdredacteur van het Tijdschrift Huur.

Daarnaast is hij auteur van verschillende boeken, waaronder het Handboek Appartementsrecht en Inleiding tot het Vlaams Woninghuurdecreet.

  398