Het nieuwe erfrecht en de langstlevende echtgenoot

Welke impact heeft het nieuwe erfrecht op de positie van de langstlevende echtgenoot? Nathalie Labeeuw en Elisabeth Janssens maakten een analyse voor Huwelijksvermogensrecht.

Gepubliceerd op 06-12-2017

De hervorming van het nieuwe erfrecht is werkelijkheid geworden door de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake. Dit nieuwe erfrecht brengt heel wat veranderingen met zich mee, maar deze staan soms haaks op wat onder het oude erfrecht bestond. In deze bijdrage wordt de impact van het nieuwe erfrecht op de positie van de langstlevende echtgenoot bestudeerd.


Het erfrecht van de langstlevende echtgenoot

De hervorming van het erfrecht raakt nagenoeg niet aan de algemene beginselen omtrent het wettelijk en reservatair erfrecht van de langstlevende echtgenoot. In de toekomst wordt de concrete reserve uitgebreid met het recht in hoofde van de langstlevende echtgenoot op huur van de gezinswoning. Echter, de grootste vernieuwing op dit vlak heeft betrekking op de wijze van inkorting ten aanzien van de langstlevende (in waarde en niet in natura) en op de wijze van aanrekening van het vruchtgebruik (wanneer dat vruchtgebruik beperkt wordt) op de reserve van de kinderen en het beschikbaar deel. Bovendien gaat het nieuwe erfrecht in op het aspect van de volledige onterving van de langstlevende echtgenoot en worden enkele discussiepunten opgelost.


Geen inbrengverplichting

Verder wijzigt het nieuwe erfrecht de inbrengregels. Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht rust er enkel nog een inbrengverplichting op de erfgenamen in rechte nederdalende lijn zodat er geen sprake meer kan zijn van een inbrengverplichting in hoofde of ten aanzien van de langstlevende echtgenoot. De langstlevende echtgenoot behoudt onder het nieuwe erfrecht wel zijn vorderingsrecht tot inkorting.

Er bestaan op basis van de hervorming van het erfrecht toch enkele mogelijkheden om het vruchtgebruik van de geschonken goederen toe te laten komen aan de langstlevende echtgenoot. Enerzijds kan de schenker een last koppelen aan de schenking die erin bestaat dat zijn echtgenoot na zijn overlijden het vruchtgebruik op de geschonken goederen bekomt. Anderzijds bestaat de mogelijkheid tot verderzetting van het vruchtgebruik door de langstlevende echtgenoot op goederen geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik.


Nieuwe juridische instrumenten

Ingevolge het nieuwe erfrecht worden twee nieuwe juridische instrumenten gecreëerd. Vooreerst bestaat de mogelijkheid tot buitengerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot. Dit instrument is voorbehouden aan de leden van hersamengestelde gezinnen met niet-gemeenschappelijke kinderen. Daarnaast wordt de globale erfovereenkomst in het leven geroepen op basis waarvan de langstlevende echtgenoot afstand kan doen van zijn vorderingsrecht tot inkorting.

Kortom, het nieuwe erfrecht brengt een reeks van veranderingen met zich mee. Met de nodige zorg en aandacht zullen deze nieuwe instrumenten leiden tot een vakkundige juridische structuur waar ook de hersamengestelde gezinnen mee aan de slag kunnen.

  1325