Het nieuwe bewijsrecht

Op 1 november 2020 wijzigt ons burgerlijk bewijsrecht. De gemoderniseerde bewijsregels komen in Boek 8 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek. Het bewijsrecht wordt aangepast, vooral om de zaken te verduidelijken, in te spelen op technologische evoluties en knelpunten aan te pakken.

 

Gepubliceerd op 25-09-2020

1_bewijsrecht

Mr. Nic CLIJMANS bespreekt de nieuwe rechtsregels in zijn artikel “Het nieuwe bewijsrecht” in nummer 8 van Nieuwsbrief Notariaat.

Nieuw Burgerlijk Wetboek

De wet van 13 april 2019, verschenen in het Belgisch Staatsblad op 14 mei 2019, inhoudende “invoering van een burgerlijk wetboek en tot invoeging van boek 8 “Bewijs” in dat Wetboek”, voert, met ingang van 1 november 2020, een nieuw bewijsrecht in onze rechtsorde in. Daartoe wordt een nieuw Burgerlijk Wetboek in het leven geroepen bestaande uit 9 boeken, als volgt onderverdeeld:

  • Boek 1: algemene bepalingen;
  • Boek 2: personen, familie en relatievermogensrecht;
  • Boek 3: goederen;
  • Boek 4: nalatenschappen, schenkingen en testamenten;
  • Boek 5: verbintenissen;
  • Boek 6: bijzondere overeenkomsten;
  • Boek 7: zekerheden;
  • Boek 8: bewijs;
  • Boek 9: verjaring.

Boek 8 “Bewijs”

Dit nieuwe Burgerlijk Wetboek zal bestaan naast het bestaande Burgerlijk Wetboek dat vanaf 1 november 2020 het opschrift zal dragen “oud Burgerlijk Wetboek”. Het is de bedoeling om vervolgens stelselmatig de diverse, geciteerde vakgebieden van het burgerlijk recht van oud wetboek naar nieuw wetboek over te zetten en gelijktijdig te moderniseren. Een eerste stap in deze modernisatie is dus gezet door de invulling van het boek 8 “Bewijs” in het nieuw Burgerlijk Wetboek, relatief snel gevolgd door een tweede stap, bestaande in de invoering van het boek 3 “Goederen” door de wet 4 februari 2020 (BS 17 maart 2020), met ingang van 1 september 2021.

Boek 8 bevat drie hoofdstukken:

  • hoofdstuk 1: algemene bepalingen;
  • hoofdstuk 2: toelaatbaarheid van de bewijsmiddelen;
  • hoofdstuk 3: bewijsmiddelen.

Inwerkingtreding

Overeenkomstig artikel 75 van de wet van 13 april 2019 treedt het nieuwe boek 8 in werking op de eerste dag van de achttiende maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad; gezien diens publicatie in mei 2019 treedt boek 8 dan ook in werking op 1 november 2020.

Op deze regel worden 3 uitzonderingen gemaakt:

        ■ artikel 8.15, lid 2 N.B.W. (in verband met het opmaken en bewaren van gedematerialiseerde notariële akten) treedt in werking op de datum bepaald in artikel 261, lid 1, 2° van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen;

        ■ artikel 8.26, § 1, 1°, lid 2 N.B.W. (ter zake de bewijswaarde van afschriften van authentieke akten afgeleverd door de rechter) treedt in werking op de datum bepaald in artikel 26, lid 1, 3° van de wet van 6 mei 2009;

        ■ artikel 8.22, 3e N.B.W. met betrekking tot de vaste datum van de onderhandse akte ten aanzien van derden – en die bepaalt dat de onderhandse akte onder andere vaste datum verkrijgt op de dag waarop minstens een van de partijen de akte of de datum ervan niet langer kan wijzigen, onder meer ten gevolge van het overlijden van een van hen – is slechts van toepassing op de feiten die zich voordoen na de datum van inwerkingtreding van de betrokken wet, te weten na 1 november 2020.

Overzicht bewijsmiddelen

  1. De authentieke akte (art. 8.15 t.e.m. art. 8.17 N.B.W.)
  • Art. 8.15 Drager van de authentieke akte
  • Art.8.16 Onregelmatige authentieke akte
  • Art.8.17 Wettelijke bewijswaarde van de authentieke akte
  1. De onderhandse akte (art. 8.18 t.e.m. art. 8.22 N.B.W.)
    3. De advocatenakte (art. 8.23 N.B.W.)
  2. Vermelding van de betaling op een akte of het dubbel ervan (art. 8.24 N.B.W.).
  3. Afschriften (art. 8.25 en artikel 8.26 N.B.W)
  4. Teruggave van de akte door de schuldeiser aan de schuldenaar (art. 8.27 N.B.W.).
  5. Het getuigenbewijs (art. 8.28 N.B.W.)
  6. De feitelijke vermoedens (art. 8.29 N.B.W.)
  7. De bekentenis (art. 8.30 t.e.m. art. 8.32 N.B.W.)
  8. De eed (art. 8.33 t.e.m. art. 8.39 N.B.W.)
  75