Hervormde binnenlandse adoptie van start

Het decreet binnenlandse adoptie – van juli 2015 – trad in werking op 24 maart 2016. Een nieuw besluit bevat nog een aantal uitvoeringsregels over de bemiddeling, nazorg en inzage bij binnenlandse adopties. Wie erkend wil worden als dienst voor binnenlandse adoptie – zo zal er voortaan maar een zijn – kan tot 1 juli 2016 een vergunningsaanvraag indienen.

Ilse Vogelaere

Familie 3

Eén dienst voor binnenlandse adoptie
De verschillende diensten voor binnenlandse adoptie verdwijnen. In de plaats daarvan komt er één dienst voor binnenlandse adoptie. De fusie moet zorgen voor een bundeling van kennis en expertise. Het nieuw besluit verduidelijkt de vergunningsvoorwaarden waaraan de dienst moet voldoen.

Een van de voorwaarden is dat de dienst moet beschikken of een beroep moet kunnen doen op een multidisciplinair team. Het team moet minstens drie leden tellen. Waaronder een maatschappelijk werker en een psycholoog. Het moet een beroep kunnen doen op een arts en een jurist. Alle teamleden moeten trouwens specifieke kenniskwalificaties kunnen voorleggen.

De kwaliteitsregels die gelden voor de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen gelden ook voor de dienst voor binnenlandse adoptie, maar pas vanaf 1 juli 2017. Diensten die geïnteresseerd zijn om een vergunning te krijgen als dienst voor binnenlandse adoptie kunnen die tot 1 juli 2016 aanvragen.

Adoptieovereenkomst
De dienst voor binnenlandse adoptie sluit een schriftelijke overeenkomst af met elke kandidaat-adoptant waarvoor hij bemiddelt. Zo'n overeenkomst komt er pas na een intakegesprek waarin de haalbaarheid van het adoptietraject wordt nagegaan. Belangrijk hierbij zijn het aantal wachtende kandidaat-adoptanten en het profiel van de kandidaat-adoptant. De kandidaat-adoptant moet een geldig geschiktheidsvonnis hebben en voorbereid zijn op de binnenlandse adoptie. Anders is geen overeenkomst mogelijk.

Adoptiedossier
De dienst bezorgt een kopie van elke gemotiveerde kindtoewijzing aan het Vlaamse Centrum voor Adoptie (VCA).


Het adoptiedossier - opgesteld door de dienst voor binnenlandse adoptie - bestaat uit drie delen. Een dossier met informatie over de geadopteerde, een met informatie over de begeleiding van de afstandsouder en een met informatie over de kandidaat-adoptant.

In het dossier met informatie over de kandidaat-adoptant zit het geschiktheidsvonnis, het verslag van het maatschappelijk onderzoek en het verslag van het intakegesprek.


In het dossier met info over de geadopteerde zitten:

  • de officiële documenten van de adoptieprocedure (bv. het adoptievonnis);
  • de kindstudie en de gemotiveerde kindtoewijzing. Met daarbij onder meer de keuze van de afstandsouder over de ideologische, godsdienstige of filosofische overtuiging van de kandidaat-adoptant;
  • informatie over de opvang en het verblijf van het kind voor de plaatsing bij de adoptanten;
  • de nazorgrapporten (zonder de gegevens die geen betrekking hebben op de geadopteerde);
  • een verslag van de omstandigheden en de redenen van de afstand;
  • een oplijsting van de stukken die de afstandsouder aan het kind wil geven.

Inzagerecht
De geadopteerde kan een afschrift krijgen van de stukken van het adoptiedossier die hij mag inzien. De dienst voor binnenlandse adoptie verleent de nodige ondersteuning bij de inzage en verwijst – indien nodig – door naar adoptiealerte hulpverlening.
De afstandsouders kunnen aan het adoptiedossier stukken toevoegen, speciaal bestemd voor de geadopteerde.
Er mogen geen stukken uit het dossier gehaald worden. Daarop bestaat één uitzondering: de afstandsouder kan schriftelijk vragen om de stukken die hij zelf heeft toegevoegd alsnog te verwijderen.

Trefgroepen
Trefgroepen zijn vzw’s die bestaan uit adoptanten, geadopteerden of afstandsouders. Of een combinatie daarvan. Bedoeling van een trefgroep is om adoptanten, geadopteerden of afstandsouders te ondersteunen en in te staan voor hun belangen.

Het is Kind en Gezin dat de trefroepen erkent. Voor een hernieuwbare periode van vijf jaar. Een trefgroep moet minstens 30 adoptanten of geadopteerden onder haar leden hebben. En openstaan voor alle adoptanten of geadopteerden. Haar voornaamste activiteit moet de ondersteuning en belangenbehartiging van de adoptanten of geadopteerden zijn. Aan te tonen door een regelmatige werking op dat punt.

Om zijn erkenning te behouden moet de trefgroep elk jaar een verslag bezorgen aan het VCA. Met daarin een overzicht van de gerealiseerde ondersteuning en belangenbehartiging, de samenstelling van de beheersorganen en zijn ledenlijst.

Procedures
Het nieuw besluit bevat de proceduregels voor de erkenning als trefgroep en voor de vergunning als dienst voor binnenlandse adoptie. Ook de procedures voor de hernieuwing van de erkenning als trefgroep en voor de opheffing of schorsing van de erkenning of van de vergunning staan in het nieuwe besluit. Net als de bezwaarprocedure.


Het nieuwe besluit én het decreet binnenlandse adoptie van 3 juli 2015 treden beide in werking op 24 maart 2016.

Adoptiediensten voor binnenlandse adoptie verliezen hun erkenning van zodra een dienst voor binnenlandse adoptie een vergunning heeft gekregen.

Besluit van de Vlaamse Regering van 19 februari 2016 betreffende de bemiddeling, nazorg en inzage bij binnenlandse adoptie, BS 24 maart 2016

Zie ook: Decreet van 3 juli 2015 houdende regeling van de binnenlandse adoptie van kinderen en houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen

Gepubliceerd op 29-03-2016

  88