Gemeenrechtelijke aansprakelijkheid van aannemer voor lichte verborgen gebreken

Dario Petosa bespreekt de aansprakelijkheid van de aannemer voor de zogeheten ‘lichte’ verborgen gebreken na de aanvaarding van de werken door de opdrachtgever in het licht van de recente rechtspraak en rechtsleer. In zijn bijdrage verschenen in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) nr. 384 van 13 juni 2018 besteedt hij aandacht aan de exoneratiemogelijkheden in zowel business-to-business- als business-to-consumersrelaties.

Gepubliceerd op 13-06-2018

petosa-dario
Dario Petosa
njw-384-cover-1

Naast de tienjarige aansprakelijkheid voor zware stabiliteitsbedreigende gebreken vervat in artikels 1792 BW en 2270 BW, is een aannemer aansprakelijk voor de zogeheten ‘lichte’ verborgen gebreken na de aanvaarding van de werken door de opdrachtgever. In deze bijdrage analyseert Dario Petosa laatstgenoemde aansprakelijkheidsgrond in het licht van de recente rechtspraak en rechtsleer, waarbij inzonderheid aandacht wordt besteed aan de exoneratiemogelijkheden in zowel business-to-business- als business-to-consumersrelaties.

De inhoudsopgave van deze bijdrage vindt u hieronder.

Inhoudsopgave

Situering

I. Het toepassingsgebied van de aansprakelijkheid voor lichte verborgen gebreken

     A. Algemene principes
     B. Toepassingsvereisten

          1. Aanneming sensu lato
          2. Verborgen gebrek op het moment van aanvaarding van de werken
          3. Voldoende ernstig gebrek die niet de stabiliteit van het bouwwerk in het gedrang brengt

II. De procedure- en waarborgtermijn

     A. De waarborgtermijn
     B. De proceduretermijn

III. De (grenzen van) exoneratie van de aansprakelijkheid voor lichte verborgen gebreken

     A. Uitgangspunt: geen vermoeden van kennis van verborgen gebreken bij een gespecialiseerde aannemer
     B. Exoneratieclausules inzake aansprakelijkheid voor lichte verborgen gebreken

          1. Geen strijdigheid met openbare orde of dwingend recht

               a. Business-to-business
               b. Business-to-consumer

          2. Geen persoonlijk bedrog, fraude of opzettelijke fout
          3. Verbod op uitholling van de overeenkomst

Besluit

  321