Feitelijke samenwoning

Jonas LambrechtsAnnelies MarissensJonas Lambrechts en Annelies Marissens maakten voor het Tijdschrift voor Familierecht (T.Fam.) een overzicht van rechtspraak waarin ze de belangrijkste rechtspraak duiden inzake feitelijke samenwoning uit de periode 2008-2016. De rode draad doorheen het rechtspraakoverzicht is het feit dat er nog steeds geen wettelijk statuut bestaat voor feitelijk samenwonenden. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.

Het verschil tussen de geïnstitutionaliseerde samenlevingsvormen enerzijds en de feitelijke samenwoning anderzijds is ten eerste een belangrijke voedingsbodem voor rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. Het verschil in behandeling zal immers steeds de toets van het gelijkheidsbeginsel moeten doorstaan. Een verschillende behandeling kan op zich steunen op de specifieke finaliteit van de samenlevingsvorm en de objectieve verschillen op persoonlijk en vermogensrechtelijk vlak die daaruit voortvloeien, voor zover de verschillen redelijk verantwoord zijn, bijdragen tot het wettelijke doel en niet onevenredig zijn met dat doel.

Daarnaast heeft het gebrek aan een wettelijk statuut tot gevolg dat de beslechting van persoons- en vermogensrechtelijke problemen tussen feitelijk samenwonenden moet gebeuren aan de hand van het gemeen recht. Een feitelijke samenwoning impliceert nu eenmaal steeds een vermenging van vermogens, aangezien elke partner veelal zijn eigen goederen zal meebrengen in het feitelijke gezin en zal bijdragen in de kosten van het huishouden. In de praktijk vorderen partners op het einde van de samenwoning vaak een terugbetaling van de prestaties die zij tijdens de samenleving hebben verricht. Een pasklaar antwoord is er bij gebrek aan een wettelijke onderhoudsplicht en een wettelijk vergoedingsmechanisme evenwel niet te verwachten. Feitelijk samenwonenden zullen de vermenging van vermogens trachten ongedaan te maken door hun eigendomsrecht op de betwiste goederen aan te tonen of door desgevallend terug te vallen op verbintenisrechtelijke vergoedingsmechanismen, zoals de ongerechtvaardigde verrijking.

Niets belet feitelijk samenwonenden evenwel om familiaalvermogensrechtelijke alsook alimentaire overeenkomsten te sluiten. Zo kunnen feitelijk samenwonenden het gebrek aan een wettelijk statuut gedeeltelijk opvangen. Hetzelfde geldt met betrekking tot het ontbreken van een erfrecht tussen feitelijk samenwonenden, door middel van schenkingen kunnen zij elkaar alsnog een aantal voordelen toekennen.

In bepaalde situaties blijkt dat ook derden zich geconfronteerd zien met de feitelijke samenwoning, waarbij zij zich erop kunnen beroepen dan wel er rekening mee moeten houden.

Ten slotte kan, zoals alle relaties, de feitelijke samenwoning beëindigd worden. Een alomvattende regeling ontbreekt. Niettemin kunnen feitelijke samenwoners zich ingevolge de beëindiging in een crisissituatie bevinden en kan de vraag rijzen naar een levensonderhoud of de verdeling van de goederen.

Met dit rechtspraakoverzicht over de feitelijke samenwoning wordt wat betreft de supra vermelde aangelegenheden een actuele stand van zaken weergeven en dit op een zo uitgebreid mogelijke manier.

 


Bron: Jonas LAMBRECHTS en Annelies MARISSENS, "Overzicht van rechtspraak (2008-2016) – De feitelijke samenwoning", T.Fam. 2017, afl. 1, 4-36.

De volledige tekst vindt u in het Tijdschrift voor Familierecht (T.Fam.). Klik hier voor meer informatie over het Tijdschrift voor Familierecht (T.Fam.), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

U kunt de tekst van Jonas Lambrechts en Annelies Marissens integraal lezen in elektronische vorm via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over feitelijke samenwoning.


Gepubliceerd op 22-02-2017

  439