Eric Dirix: ‘Het recht is niet op zulke ontwrichtende crises berekend’

Uit De Juristenkrant nr. 407 van 8 april 2020

Door de coronacrisis staat de economische activiteit zwaar onder druk. Handelaars kunnen hun waar niet verkopen, en niet aan hun contractuele verplichtingen voldoen. We spraken erover met Eric Dirix, buitengewoon hoogleraar privaatrecht aan de KU Leuven: ‘Men mag hopen dat de spoedwetgeving snel wordt aangenomen.’

Gepubliceerd op 09-04-2020

Ruth Boone

‘Ongetwijfeld dringen zich bepaalde maatregelen op. Maar de boodschap is toch vooral dat contracten te goeder trouw moeten worden uitgevoerd en dat de partijen moeten samenzitten om tot redelijke oplossingen te komen. Dat is te verkiezen boven ad hoc wetgeving die kan leiden tot interpretatievragen of rechtsgedingen die leiden tot geforceerde toepassing van de bestaande leerstukken. Een toevloed van procedures zou onze rechtbanken in deze tijden trouwens voor grote uitdagingen stellen.’

Eric Dirix
(c) Wouter Van Vaerenbergh

‘Het recht is niet op zulke ontwrichtende crises berekend. Verder past enige bescheidenheid. De rol van het privaatrecht in het oplossen van de economische gevolgen van epidemische, financiële, ecologische en andere crises is eerder gering. Van groter belang zijn de structurele maatregelen die nu door de regering worden genomen. Verder is ook een goede communicatie essentieel. Zo wordt terecht een oproep gedaan aan grote bedrijven om prompt hun leveranciers te betalen. Ik verneem dat ook overheidsdiensten hun betalingsprocedures versoepelen. Dat neemt niet weg dat kleine, maar krachtige ingrepen in het contractenrecht veel leed kunnen voorkomen. (...)'

Is het tijd voor een vervroegde inwerkingtreding van het nieuwe verbintenissenrecht, zodat de imprevisieleer ingang kan vinden?

‘Met het nieuw burgerlijk wetboek zouden we zeker een stuk verder staan. Op grond daarvan kan de schuldenaar vragen om de overeenkomst opnieuw te onderhandelen als de gewijzigde omstandigheden de uitvoering van het contract buitensporig bezwarend maken zodat het onverkort vasthouden aan het contract niet langer redelijk is. Ook aan het leerstuk van de overmacht werd wat gesleuteld. (...) De huidige crisis toont duidelijk aan dat de invoering van Boek 5 beter niet ware uitgesteld.’

Als u denkt aan ad hoc wetgeving, bedoelt u dan de ruimere interpretatie van het begrip overmacht?

‘Epidemieën zijn niet onbekend. Maar men kan veilig stellen dat deze pandemie en de strenge veiligheidsmaatregelen door een nieuw virus aan het ander eind van de wereld dat zich bliksemsnel over de wereld verspreidt, kwalificeert als een onvoorzienbare gebeurtenis die een schuldenaar niet had kunnen verdisconteren. Of zulks dan ook leidt tot de bevrijding van de schuldenaar moet geval per geval worden bekeken. (...) Blijft echter de financiële overmacht die ons recht niet kent. Daar zou een wetgevend optreden nuttig zijn om het ontbindingsrecht en andere sancties op te schorten wanneer de betalingsmoeilijkheden duidelijk een gevolg zijn van de pandemie.’

Zijn er, naast op het vlak van het verbintenissenrecht, materies die noodwetgeving vergen?

‘Ik noemde al het insolventierecht. Op dat terrein hebben ingrepen ook meer structurele gevolgen. Het is van belang dat in deze bange dagen aan kmo’s die toch het zwaarst worden getroffen, de nodige ademruimte wordt verleend. (...) De minister van Justitie werkt aan zulke wetgeving. De gedachte is dat de verplichting tot aangifte van faillissement wordt opgeschort en dat schuldeisers geen beslag kunnen leggen wanneer de betalingsmoeilijkheden een gevolg zijn van de pandemie. (...)’

‘Het politiek beslissingsproces verloopt moeizaam, en dat terwijl de klok tikt. Men kan natuurlijk steeds redenen verzinnen om iets niet te doen. In tal van landen, van Duitsland en Zwitserland (algemeen moratorium van executiemaatregelen) tot Singapore werden zulke maatregelen al in een vroeg stadium genomen. Het gaat daarbij overigens om staten met performante economieën die hun zaakjes goed op orde hebben. Het lijkt dan ook verre van onzinnig om dat voorbeeld te volgen. Men mag hopen dat die wetgeving spoedig kan worden aangenomen. De vrees is anders reëel dat een ander domino-effect zal intreden, namelijk dat van faillissementen.’

In welke gevallen zou er moeten worden ingezet op partijen die samen naar een oplossing zoeken, eerder dan de invoering van ad hoc wetgeving? U had het in uw tekst over de luchtvaartsector, maar zijn er nog andere?

‘De sluiting van talrijke handels- en horecazaken stelt de huurders voor grote problemen. Zij zien hun inkomstenstroom wegvallen, maar blijven onverminderd opgezadeld met de huurlasten. In de krant lezen we hun noodkreten. Grote spelers in de retailsector gaan verder en kondigen simpelweg aan de huur niet langer te zullen betalen. Niet alle ondernemingen beschikken over zo’n sterke onderhandelingspositie. Tegen de huurder kan men zeggen dat de betaalplicht door de lockdownmaatregelen niet onmogelijk is geworden en dat in ieder geval financieel onvermogen geen overmacht uitmaakt. Het is evident dat die uitkomst weinig bevredigend is.’

(...)

‘Uiteindelijk komt het erop neer in te zien dat de overheidsmaatregelen niet uitsluitend de zaak zijn van de huurder, maar het hele contract midscheeps treffen. (...) Maar beter dan te procederen is dat de partijen samenzitten met hun raadslieden om tot een vergelijk te komen. (...)’

  777