Dwangsombedingen

Nicky Burette gaat na of dwangsombedingen naar Belgisch recht mogelijk zijn. In een overzichtsartikel, dat op 12 juni 2019 verschenen is in aflevering 404 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), zoekt hij aan de hand van praktijkvoorbeelden naar de beoordelingscriteria die toelaten om het onderscheid te maken tussen schadebedingen en dwangsombedingen.

Gepubliceerd op 12-06-2019

contract

Je sluit een overeenkomst en wil die tanden geven. Hoe kan je je contractspartner aansporen om zijn verbintenissen na te komen? Misschien met een dwangsombeding? In deze bijdrage onderzoekt de auteur of een dwangsombeding in de huidige stand van de wetgeving überhaupt mogelijk is. Het verbintenissenrecht staat ook in de steigers. Nieuwe wetgeving werd aangekondigd. De auteur staat ook stil bij het lot van het dwangsombeding in de toekomst.

Het huidig lot van een dwangsombeding

Een dwangsombeding is een beding dat een bijkomende verbintenis tot het betalen van een geldsom oplegt teneinde op de schuldenaar druk uit te oefenen om de hoofdverbintenis na te komen, zonder enig verband met de schade die de schuldeiser kan ondergaan ingevolge niet of niet-tijdige uitvoering van de hoofdverbintenis.

De klassieke visie keurt een dwangsombeding af. Een conventionele dwangsom wordt beschouwd als een private straf in strijd met de openbare orde. Speculatie op het niet-nakomen van de verbintenissen loert om de hoek, wat in strijd is met de goede zeden.

Een dwangsombeding wordt wel eens vermomd als een schadebeding. De nietigheidssanctie is slechts voorbehouden voor bedingen met een zuiver coërcitieve functie. Bedingen met een gemengde karakter, vergoedend en coërcitief, zijn mogelijk. Deze laatste kunnen in bepaalde gevallen wel gematigd worden.

Om een geldig schadebeding te onderscheiden van een ongeldig dwangsombeding, kijkt de rechtspraak naar de bedoeling van de partijen en naar de omvang van het overeengekomen bedrag. Essentieel is hierbij voor ogen te houden dat een schadebeding bepaald wordt met de schuldeiser van een verbintenis in het achterhoofd: welke schade kan deze partij verwachten bij niet-nakoming? Een dwangsombeding wordt bepaald met de schuldenaar van de verbintenis in het achterhoofd: welk mogelijk voordeel heeft hij te halen bij het niet-presteren?

Het toekomstig lot van een dwangsombeding

In het voorontwerp van wet dat de hervorming van het verbintenissenrecht beoogt, wordt een uitgebreide regeling van het schadebeding voorzien in artikel 5.91. Uit de memorie van toelichting blijkt alvast dat het de bedoeling was van de commissie om een zuiver punitief beding (een boetebeding of een dwangsombeding) in de toekomst mogelijk te maken.

Naar het oordeel van de auteur komt deze bedoeling evenwel niet tot uiting in de voorgesteld wettekst. In de tekst blijft de link met de schade immers cruciaal. Omdat een beding met een zuiver coërcitieve functie zelfs niet gedeeltelijk een schadevergoedende functie heeft, lijkt ook in de toekomst de nietigheid de enige mogelijkheid.

Conclusie

Hoewel er verschillende argumenten voorhanden zijn om dwangsombedingen toe te laten, lijkt het er sterk op dat zij nu en ook in de toekomst de toets van de rechter niet zullen doorstaan.

De auteur

Nicky Burette

Nicky Burette is rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.

  228