Crisis en privaatrecht

Bij het beheersen van een crisis zoals de huidige covid-19-pandemie is de rol van het recht, en in het bijzonder het privaatrecht, eerder beperkt. Het privaatrecht is immers berekend op normale tijden. Op 13 januari 2021 verscheen in aflevering 434 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) een bijdrage van Eric Dirix waarin hij ingaat op het begrip ‘noodwetgeving’ en waarin hij de in België genomen noodmaatregelen op het vlak van het privaatrecht tegen het licht houdt.

Gepubliceerd op 13-01-2021

bibliotheek

Dit neemt niet weg dat gelet op het systemische impact van de crisis ook moet worden ingegrepen in privaatrechtelijke verhoudingen (contracten, verhaalsrechten schuldeisers, insolventierecht). Een wijziging van het gemene recht is daartoe echter ongeschikt. Het privaatrecht is niet bedoeld om de economie te redden. Zo zou een debiteur-vriendelijk regime op lange termijn buitengewoon schadelijk zijn. In normale tijden moeten schuldeisers verhaal kunnen nemen op hun debiteuren en moet het insolventierecht ervoor zorgen dat bedrijven in moeilijkheden worden gereorganiseerd of uit de markt verdwijnen. Een geforceerde toepassing door de rechtspraak van de bestaande leerstukken is evenmin wenselijk. Uitzonderlijke toestanden vergen uitzonderlijke maatregelen waarbij tijdelijk wordt ingegrepen in privaatrechtelijke verhoudingen zolang de crisis duurt.

Noodwetgeving leidt tot argwaan. Er wordt gevreesd dat te veel wordt ingezet op doeltreffendheid en dit ten koste gaat van de rechtsbescherming. Indien men de Belgische corona-noodwetging overziet, dan lijkt het allemaal nogal mee te vallen. De regering werd geadviseerd door deskundigen zowel op medisch als op economisch gebied, de wettelijke grondslag en de proportionaliteit van de maatregelen werden in acht genomen, de rechtsbescherming kwam niet in het gedrang en de maatregelen werden niet langer in stand gehouden dan nodig.

Is het oordeel globaal positief, dan zijn er twee punten van kritiek. Een eerste vaststelling is dat de ingrepen in het privaatrecht beperkt zijn gebleven. In het bijzonder in contractuele verhoudingen waren meer ingrijpende maatregelen wenselijk geweest. Een tweede punt van kritiek betreft de totstandkoming van de wetgeving. Bij het uitwerken van sommige van de noodmaatregelen ging kostbare tijd verloren te wijten aan de complexe besluitvorming, maar ook aan een zeker onbegrip van de concepten van urgentie en noodwetgeving.

Zoals elke crises biedt ook deze nieuwe kansen. Het is wenselijk dat achteraf de genomen maatregelen zouden worden geëvalueerd op hun doeltreffendheid om te weten wat werkt en niet werkt. Ook moet worden gekeken naar wat meer kon worden gedaan. Op deze wijze kan dan op de onderscheiden terreinen (privaatrecht, procesrecht e.d.) een adequaat noodrecht worden uitgebouwd dat voorzien van een wettelijke basis bij een volgende crisis door de regering meteen kan worden ingezet.

De auteur

dirix-eric

Eric Dirix is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven.

  294