Buitenlandse echtscheidings- en onderhoudsbeslissingen

Sarah Den Haese en Laura Deschuyteneer werkten samen aan een rechtspraakoverzicht over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen en akten inzake echtscheiding en onderhoudsverplichtingen. Zij onderzochten de rechtspraak in de periode 2010-2017. Hun bijdrage verscheen in het Tijdschrift voor Familierecht (T.Fam.).

Gepubliceerd op 08-11-2017

Opzet van de bijdrage

De erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse echtscheidings- en onderhoudsbeslissingen is geen sinecure. Voor beide materies bestaat een labyrint aan internationale, Europese en nationale instrumenten. Het opzet van dit rechtspraakoverzicht is daarom dubbel. Eerst en vooral willen de auteurs de lezer vertrouwd maken met de internationaal privaatrechtelijke bronnen die van toepassing zijn op de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse echtscheidingen en onderhoudsbeslissingen. Eenmaal duidelijk welke bron moet worden toegepast, gaan zij in op de theoretische principes en de pijnpunten aan de hand van gepubliceerde rechtspraak. Wat de erkenning van buitenlandse echtscheidingen (met inbegrip van verstotingen) betreft, zijn de voorbeelden legio. De gepubliceerde rechtspraak over de erkenning en uitvoerbaarverklaring van buitenlandse onderhoudsbeslissingen is daarentegen schaarser. Om deze reden wordt voor deze materie verhoudingsgewijs meer aandacht besteed aan de theoretische principes die betrekking hebben op de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse onderhoudsbeslissingen.


De besproken instrumenten

Voor de erkenning van buitenlandse echtscheidingsbeslissingen wordt achtereenvolgens ingegaan op de bepalingen en bijhorende rechtspraak van de Brussel IIbis-Verordening, het bilateraal verdrag met Zwitserland en het Wetboek van internationaal privaatrecht. De auteurs hebben ook oog voor het specifieke erkenningsregime van artikel 57 WIPR voor verstotingen.

Wat de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen inzake onderhoudsverplichtingen betreft, gaan de auteurs in op het regime van de Brussel I-Verordening, de Onderhouds-Verordening, het Verdrag van Lugano van 2007, het Verdrag van Den Haag van 2007, het Verdrag van Den Haag van 1958 en de bepalingen van het Wetboek van internationaal privaatrecht.

Dit rechtspraakoverzicht laat de lezer toe het bos door de bomen te zien in de diverse bronnen van het internationaal privaatrecht en geeft de actuele stand van zaken weer.

  394