Afstamming

Gerd VerscheldenGerd Verschelden maakte een overzicht van rechtspraak over afstamming. Dit overzicht van rechtspraak focust op interne procedures tot vaststelling en betwisting van het vaderschap. De bestudeerde periode is 2012 tot 2015. De bijdrage is verschenen in afl. 2015/7 van het Tijdschrift voor Familierecht (T.Fam.). Hierna vindt u een korte bespreking van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.

Talrijke arresten van het Grondwettelijk Hof gewezen na prejudiciële vragen hebben het wettelijke afstammingsrecht fundamenteel hervormd. Deze bijdrage belicht de gevolgen van deze rechtspraak voor de rechtspraktijk. De lezer vindt er daarnaast nog tal van referenties ter staving van deze of gene stelling in de onderscheiden afstammingsprocedures.

Vaststelling van vaderschap
De familierechtbank moet een vaderlijke erkenning ook kunnen weigeren als het kind jonger is dan één jaar op het ogenblik van inleiding van het geding na toestemmingsweigering. Ze moet het belang van elk minderjarig kind ten volle kunnen toetsen als niet wordt bewezen dat de aspirant-erkenner niet de biologische vader is. Het verbod tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap over een na incest verwekt kind is niet langer absoluut.

Betwisting van vaderschap
Het bezit van staat heeft zijn functie als absolute grond van niet-ontvankelijkheid voor de betwisting van het vaderschap van de echtgenoot verloren. Idem dito voor de betwisting van een vaderlijke erkenning. Op de strikte vervaltermijn voor het kind dat het vaderschap van de echtgenoot betwist, moet een uitzondering kunnen worden gemaakt als het juridische vaderschap niet sociaal is beleefd en de echtgenoot het kind niet verwekt heeft. Dit geldt ook voor kinderen die de biologische realiteit al vóór de inwerkingtreding van geldende recht (op 1 juli 2007) hebben ontdekt. Zelfs de vereffening-verdeling van de nalatenschap van de echtgenoot belet niet dat huwelijkse kinderen dit vaderschap nadien nog kunnen betwisten, ook al was hun vorderingsrecht onder gelding van het vroegere recht al vervallen. De beweerde biologische vader krijgt een vervaltermijn die hem een reële mogelijkheid tot betwisting van een vaderlijke erkenning biedt.

De rechtspraak van het Grondwettelijk Hof in verband met het bezit van staat en de vervaltermijnen voor de betwisting van het vaderschap heeft tal van nieuwe vorderingsmogelijkheden gecreëerd. De draagwijdte van deze arresten blijkt door de verschillende feitenrechters anders te worden ingevuld. Eén en ander heeft geleid tot rechtsonzekerheid in een materie die de openbare orde raakt. Deze bijdrage laat de lezer het bos door de bomen zien.



De auteur is docent aan de UGent.

Bron: Gerd VERSCHELDEN, "Overzicht van rechtspraak. Afstamming (2012-2015)", T.Fam. 2015, afl. 7, 171-197.

De volledige tekst vindt u in het Tijdschrift voor Familierecht (T.Fam.). Klik hier voor meer informatie over het Tijdschrift voor Familierecht (T.Fam.), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

U kunt deze tekst van Gerd Verschelden integraal lezen in elektronische vorm via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over afstamming.


Gepubliceerd op 04-11-2015

  287