Aansprakelijkheid van ziekenhuizen en zorgverstrekkers

Evelien de Kezel onderzoekt de aansprakelijkheidsrisico’s bij samenwerking in de zorg, en dit mede in het licht van de toekomstige wijzigingen in de aansprakelijkheidsbepalingen in het nieuw ontwerp Burgerlijk Wetboek. Haar bijdrage is op 29 januari 2020 verschenen in aflevering 415 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 29-01-2020

Samenwerking

Niet alleen de samenwerking tussen zorgverleners, maar ook de samenwerking tussen ziekenhuizen wordt steeds belangrijker. De Ziekenhuiswet verplicht ziekenhuizen vanaf 1 januari 2020 structureel samen te werken in 25 locoregionale klinische netwerken met rechtspersoonlijkheid, om zo te komen tot een betere taakverdeling en zorgcoördinatie en tot geïntegreerde zorg. Ziekenhuizen zullen dus niet langer de keuze hebben of ze al dan niet gaan samenwerken en met wie.

arts

De vraag die dan opkomt, in de sfeer van verantwoordelijkheden, wanneer een dergelijke ziekenhuisoverstijgende machtspositie wordt gecreëerd voor netwerken, is of er ook sprake is van een veranderende verantwoordelijkheid van ziekenhuizen, of van een verschuivende verantwoordelijkheid van ziekenhuizen naar de netwerken. Dat lijkt hier niet de keuze van de wetgever geweest te zijn. De netwerken staan in voor het uittekenen van de zorgstrategie en het zorgbeleid van het netwerk, met inbegrip van zorgcontinuïteit en kwaliteit. De individuele ziekenhuizen blijven in de kern verantwoordelijk voor alle bevoegdheden en taken die zij reeds waarnamen voor de invoering van de Wet van 28 februari 2019, en zullen vanaf 1 januari 2020 ook moeten instaan voor de operationele uitvoering van de strategische beslissingen van het zorgnetwerk.

Internationale onderzoeksliteratuur

Uit de internationale onderzoeksliteratuur blijkt dat samenwerking in de zorg één van de belangrijkste triggers is van medische incidenten. Aansprakelijkheidsrisico’s stijgen bij stijgende samenwerking in de zorg, omdat met samenwerking andere risico’s op fouten en dus op aansprakelijkheid gepaard gaan dan bij geïsoleerd werken, die te maken hebben met organisatie, communicatie, afstemming, … tussen zorgverleners en eventueel zorginstellingen. Samenwerking is het nieuwe normaal. De daarmee overeenstemmende stijging van nieuwe aansprakelijkheidsrisico’s is dus een gegeven.

Lagere drempel voor patiënten

Het aansprakelijkheidsrecht hoeft daarom nog geen Angstgegner te zijn voor zorgverleners, ziekenhuizen en zorgnetwerken: het systeem kent hoge drempels, en daarnaast kan het ook veel van zijn slagkracht verliezen wanneer er discussie blijft bestaan over de vraag wie precies verantwoordelijk kan worden gesteld voor een gebrekkig zorgresultaat bijvoorbeeld in de context van samenwerking tussen zorgverleners. Daarnaast is wel belangrijk mee te nemen dat recente evoluties in rechtspraak en wetgeving de drempel voor de patiënt iets lijken te verlichten. In de toekomst zal de leer van de verloren kans bijvoorbeeld vervangen worden door een proportionele aansprakelijkheid. Hoe deze proportionele aansprakelijkheid in de praktijk uitwerking zal krijgen, en of de toepassing ervan (ook) aanleiding zal geven tot hogere aansprakelijkheidsrisico’s voor zorgverleners, is op dit ogenblik echter nog onduidelijk. Er blijft nog wel wat ruimte over voor twijfel, omdat deze transformatie niets aan het eindresultaat in een concreet geval hoeft te veranderen.

Bewuste en onbewuste overtredingen

Incidentele fouten van zorgverleners gebeuren niet altijd bewust en vloeien vaak voort uit structurele fouten; de vraag rijst dan ook of een onbewuste overtreding van de regels en normen van de goede praktijk even normatief toerekenbaar is aan de schadeveroorzaker als een bewuste overtreding.

Structuurfouten

Samenwerkingsfouten zijn in de regel structuurfouten. De fout ligt er dan in dat op samenwerkingsniveau niet voldoende aandacht werd besteed aan het onderkennen, wegnemen of minimaliseren van de risico’s die met samenwerking gepaard gaan. Rechterlijke uitspraken kunnen ertoe strekken de veiligheid in de zorg te helpen reguleren door normen die mogelijke gevaren voorkomen, wegnemen of bedwingen helder en afdwingend te formuleren en de ‘fout achter de fout’ te (h)erkennen.

Wie is verantwoordelijk?

De aansprakelijkheidsgevolgen van een gebrek aan goed op elkaar afgestemde samenwerking en organisatie lijken zich op het eerste gezicht te beperken tot de mogelijkheid de individuele veroorzaker(s) aan te spreken. Op het eerste gezicht, want uit de rechtspraak inzake aansprakelijkheid bij samenwerkingsfouten blijkt dat regelmatig via een ‘opstijgende’ zoektocht naar verantwoordelijken, ook een ‘teamverantwoordelijke’ of ‘organisatieverantwoordelijke’ wordt aangewezen, aan wie dan een aansprakelijkheid wordt toebedeeld voor de gebrekkige samenhangende zorg. Vanuit preventief oogpunt lijkt de gedachte dan te zijn dat de verplichting om iemands schade te vergoeden na een structuurfout binnen de samenwerking of instelling, (team- of organisatie-)verantwoordelijken kan stimuleren om bij voorbaat maatregelen te nemen om dergelijke structuurfouten in de toekomst te vermijden, en dat kan dan ook een belangrijke reden zijn om tot aansprakelijkheid te besluiten.

Hoger risico op aansprakelijkheid

Conclusie van het onderzoek is dat het aansprakelijkheidsrisico voor zorgverleners en ziekenhuizen bij samenwerking weliswaar is verhoogd in vergelijking met geïsoleerde zorgverlening, omdat er in geval van een samenwerkingsverband ook nog andere normatieve eisen aan professioneel gedrag kunnen worden gesteld dan het geval is in een één op één relatie tussen zorgverlener en patiënt, en die bij schending aansprakelijkheid kunnen opleveren, maar dat er geen sprake lijkt te zijn van een verhoogd aansprakelijkheidsrisico in geïnstitutionaliseerd samenwerkingsverband (de nieuw op te richten netwerken), dan wel in niet-geïnstitutionaliseerd samenwerkingsverband, althans wat betreft de individuele zorgverleners. Als er voor hen al sprake is van een verhoogd risico in institutioneel samenwerkingsverband, dan is dat louter vanuit kwantitatief oogpunt, omwille van de verwachte stijging van het aantal samenwerkingsverbanden binnen de nieuw opgerichte netwerken.

Verzekering

Voor ziekenhuizen ligt dat anders. Voor hen is samenwerking in het kader van een geïnstitutionaliseerd samenwerkingsverband niet alleen vanuit kwantitatief, maar ook vanuit kwalitatief oogpunt meer risicovol, omdat de wetgever er voor heeft gekozen hen verantwoordelijk te maken voor de operationalisering van de zorgstrategie (met inbegrip van de continuïteit, kwaliteit en veiligheid van de samenwerking) op netwerkniveau. In geval van een medisch incident waarbij de patiëntveiligheid, kwaliteit van zorg, of zorgcontinuïteit in het geding is in netwerkverband, zal daarom meer en eerder naar de bij de samenwerking betrokken ziekenhuizen worden gekeken door patiënten en hun naasten. De aansprakelijkheid van ziekenhuizen zal dus nog evolueren en in omvang groeien, zo verwacht ik. Zowel ziekenhuizen als netwerken zullen in aangepaste verzekeringspolissen moeten voorzien in lijn met hun nieuwe wettelijke taken enerzijds en de (nieuwe) afspraken en overeenkomsten binnen samenwerkingsverband anderzijds zodat alle daarmee samenhangende risico’s voldoende verzekerd zijn.

De auteur

de-kezel-evelien-2

Evelien de Kezel is rechter in de arbeidsrechtbank te Gent en academisch navorser aan het Centrum voor persoon en vermogen (Universiteit Antwerpen).

 

 

  719