40 jaar het arrest Marckx: portret van Moni Van Look, de advocate die de zaak won

Uit De Juristenkrant nr. 391 van 12 juni 2019

Als eerste vrouw, en eerste stagiaire, die voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg pleitte, kent u Moni Van Look misschien niet. Maar als we u zeggen dat die zaak resulteerde in het arrest Marckx, dan weet u onmiddellijk hoe bepalend ze voor onze samenleving geweest is.

Gepubliceerd op 13-06-2019

Annelien Keereman
Redacteur De Juristenkrant

Al van aan de universiteit is ze een voorvechtster van gelijke rechten en betere statuten voor allerlei underdogs in het burgerlijk recht. Het beroemdste arrest uit het burgerlijk recht mag ze op haar conto schrijven. Dankzij Moni Van Look hoeven vrouwen niet meer snel-snel te trouwen om hun kinderen volwaardige erfrechten te geven. ‘Vrouwen die ongetrouwd bevielen van een kind moesten hun kind erkennen, en om hen erfrechten in de eerste lijn te geven zelfs adopteren. Hun eigen kind! En dan was er nog geen band tussen het kind en de ruimere familie.’

‘De zaak Marckx startte in 1973, Alexandra werd in oktober geboren. Paula was een mondige journaliste en begon de zaak eerst zelf. Ik ben erbij gekomen toen het juridisch-technisch werd: er zou een uiteindelijke  beslissing over de ontvankelijkheid genomen worden en dus vroeg ze mij om haar daarbij te helpen. Dat was in juni 1975, toen was ik nog verbonden aan de universiteit. Ik was sterk met vrouwenrechten bezig, en onder andere lid van het vrouwenoverlegcomité. Zo had Paula Marckx mijn naam gekregen. Ik maakte een memorie van antwoord over de ontvankelijkheid die Paula in eigen naam verzond. Pas in november 1975 kwam ik officieel in de procedure.’

Moni Van Look
Moni Van Look (c) Wouter Van Vaerenbergh

Schendingen bleven voortduren na adoptie

De zaak wordt door de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens ontvankelijk verklaard op 29 september 1975, in naam van zowel Paula als Alexandra Marckx. In haar rapport ten gronde van 10 december 1977 stelt de Commissie verschillende schendingen van het EVRM vast, die punt per punt overlopen worden. ‘En wat de zaak gemaakt heeft: de schendingen bleven voortduren nà de adoptie. Dus zelfs al had je je eigen kind geadopteerd, het zou nooit op gelijke voet staan met een kind dat binnen een huwelijk geboren was.’

Uitspraak op 13 juni 1979

‘De Belgische staat probeerde tussen juli 1976 en december 1977 de zaak te rekken. Ze wilde vermijden dat de zaak tot voor het Hof kwam en wilde een minnelijke regeling. Paula en ik bleven principieel en in maart 1978 besliste de Commissie om het Hof te vatten. Voor de zitting van het Hof op 24 oktober 1978 zond de Commissie een delegatie van drie leden onder wie de Belgische advocaat en gewezen minister Jozef Custers. Ik hielp meester Custers bij de voorbereiding van zijn pleitnota voor het Hof en kreeg zelf ook het woord, onder andere om de talrijke vragen van de rechters te beantwoorden. Ik herinner me nog dat rechter Wiarda uit Nederland lichtjes ongelovig vroeg of het ‘echt zo is dat er in België zo’n onderscheid bestaat?’. Aan de vragen konden we vermoeden in welke richting het Hof zou oordelen. Op 13 juni 1979 volgde de uitspraak.’ Na het arrest wachtte België nog 7,5 jaar om het onderscheid tussen natuurlijke en wettelijke kinderen weg te werken.

Op 13 juni 2019 houdt de Universiteit Antwerpen een academische zitting ter ere van 40 jaar het arrest Marckx, om 16u in de Lange Sint-Annastraat 7-11, 2000 Antwerpen.

  908