‘We moeten naar een meer collectief rechterschap’

Een kleine 2 miljoen rechtsonderhorigen, 112 magistraten, en evenveel griffiers: de justitiehervorming heeft van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen in meerdere opzichten het grootste van het land gemaakt. Een indrukwekkende opdracht voor de nieuwe voorzitter van de rechtbank, Bart Willocx, om dat allemaal gemanaged te krijgen. ‘We zullen als rechters creatiever moeten omgaan met onze opdracht,’ zei hij in een interview met De Juristenkrant.

Blader hier door De Juristenkrant nr. 294 van 24 september 2014. 

Ruth Boone

BartWillocx‘Ik spendeer veel tijd aan pendelen’, glimlacht Bart Willocx in zijn kantoor met uitzicht op het Antwerpse Zuid. ‘Maar ik vind het belangrijk om een keer per week in de verschillende afdelingen te komen.’ Die afdelingen zijn de vroegere gerechtelijke arrondissementen Antwerpen, Mechelen en Turnhout. Willocx was tot april 2014 rechtbankvoorzitter in Mechelen, en is dus goed geplaatst om de eerste resultaten van de gerechtelijke hervorming te evalueren: ‘Wat ik zeker positief vind, is de installatie van een directiecomité. Vroeger stond je als voorzitter meer alleen, nu is ook de griffie bij het beleid betrokken. Samen met de afdelingsvoorzitters worden de zaken nu veel meer collectief besproken, je neemt als groep de leiding, waardoor beslissingen ook breder worden gedragen. De hervorming heeft dus zeker voordelen.’
Toch is Willocx niet kritiekloos over de grote hervorming: ‘Die werd als historisch aangekondigd, maar tot nu toe is het vooral een structureel-technische hervorming, waarbij jammer genoeg het principe van de eenheidsrechtbank werd begra-ven, wat ergerlijke bevoegdheidsbetwistingen had kunnen uitschakelen, maar ook een betere spreiding van de werklast vlot had kunnen realiseren.'

[...]

De Hoge Raad voor de Justitie had in een recent rapport kritiek op de beleidsplannen van de voorzitters. Onvol-doende aandacht voor interne beheersing en onvoldoende opvolging van de plannen.
‘Ik heb begrip voor de kritiek van de Hoge Raad, die was terecht: je moet oog hebben voor de opvolging van een beleids-plan. Maar het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Om de opvolging echt te professionaliseren, heb je mensen met de nodige kennis nodig. Die zijn er zo goed als niet, en tot nog toe is er ook geen externe input ter zake. Als magistraat hebben we geen managementachtergrond, en de opleiding voor zo’n professionalisering is te beperkt, ondanks de inspan-ningen van het IGO.’

[...]

In Mechelen is de schriftelijke procedure in burgerlijke zaken de standaard. Gaat u dat systeem uitbreiden?
‘Niet noodzakelijk, het is vooral van belang dat we de procedures in de respectieve afdelingen op mekaar afstemmen zodat er meer uniformiteit in de rechtspleging komt. We moeten de voordelen van de zogenaamde Mechelse schriftelijke procedure zien, maar ook kanttekeningen durven maken. Ik denk dat we naar een middenweg zullen gaan met enerzijds oog voor een goede rechtsbedeling, maar anderzijds ook aandacht voor een minimale efficiëntie. Die schriftelijke proce-dure is efficiënt, maar we moeten de mensen ook de kans geven om hun verhaal te doen en tot een zinvolle behandeling van de zaak op de zitting komen. Het zal wel een enorm werk worden om alle werkwijzen op elkaar af te stemmen: er zijn vele en soms grote verschillen tussen de drie afdelingen.’

[...]

De justitiehervorming maakt ook specialisatie en mobiliteit van rechters mogelijk. Zullen bepaalde zaken in de toekomst alleen nog in bepaalde afdelingen behandeld worden?
‘Dan hebben we het over het zaakverdelingsreglement. In het strafrecht bestaan er wel wat mogelijkheden, de wet laat verschillende opties toe, zoals het centraliseren van takken van bijzonder strafrecht. Maar daarvoor moeten we nog verder overleggen met de politie, het parket, de balies en de griffie. In het burgerlijk recht is er minder mogelijk, en dat is jam-mer. Beslag bijvoorbeeld zou in Antwerpen kunnen gecentraliseerd worden. Daarbuiten zijn er in de actuele stand van de wetgeving niet zoveel mogelijkheden hoewel we bijvoorbeeld bepaalde milieuzaken onder één omgevings- of overheids-rechter zouden willen brengen.’

[...]

SAMENWERKING
Bart Willocx voerde als voorzitter in Mechelen in september 2013 een systeem van ‘boordtabellen’ in. ‘De aanleiding was het ontbreken van een systematische en volledige opvolging van de activiteiten van de rechtbank waardoor we vooral reactief, bijvoorbeeld bij klachten, en niet proactief werkten. We zijn daarom begonnen met een heel eenvoudig presta-tiemeet- en informatiesysteem, een soort boordtabellen, dat de werking van de griffies en van de zittingen opvolgt. Eerst hebben we in overleg de producten bepaald, daarna wat de norm zou moeten zijn en dan de manier waarop we dat konden opvolgen. Het was niet altijd zo makkelijk om de ‘producten’ van een rechtbank in een tabel te gieten. Hoewel het een zeer eenvoudig systeem was, is het toch een goed instrument gebleken om het beleid te ondersteunen. Je ziet evoluties, je ziet problemen ontstaan of juist afnemen. Iedereen kon de tabellen inkijken, wat voor sommigen soms wel confronterend was. Maar men voelde zich wel gehoord en betrokken. Het gaf iedereen ook de mogelijkheid om na te denken over be-paalde werkwijzen en of die wel zinvol zijn.’
‘Een betere informatica zou kunnen helpen en zou bepaalde tabellen overbodig kunnen maken. Maar we werken op eerste aanleg nog altijd met een hele reeks van vaak sterk verouderde toepassingen, we kunnen niet blijven wachten tot de informatica daarin meer ondersteuning geeft.’

[...]

De samenwerking onder magistraten was in de afdeling Antwerpen de afgelopen jaren niet optimaal, blijkens de audit van de Hoge Raad voor de Justitie. Hoe is de sfeer nu?
‘Ik heb het voordeel dat ik er als buitenstaander onbevangen kan naar kijken en dat ik geen betrokken partij was. Ik merk dat alle collega’s die moeilijke periode achter zich willen laten. Ik heb alle rechters meteen uitgenodigd voor een bijeen-komst in de Dossinkazerne in Mechelen, om mijn beleidsplan uit de doeken te doen: zo leer je elkaar in een andere sfeer kennen, maar de locatie was vooral gekozen om de focus te kunnen leggen op waarden die we als magistraten moeten nastreven, zoals het vrijwaren van fundamentele rechten en vrijheden, integriteit, en ook professioneel samenwerken.’
‘Het moet de bedoeling zijn dat de rechtbank wérkt. Onze tussenkomst moet effectief zijn, zoals gezegd. We moeten een doorgedreven klantgerichte kijk hebben: wat verwachten de rechtzoekende, de balie, het parket van ons? Voor veel pro-blemen geldt dat wanneer je ze vanuit die klantgerichte benadering bekijkt, de richting naar een oplossing snel duidelijk is. Vroeger hadden we te veel een intern perspectief, uitgaande van het belang van de eigen organisatie. Nochtans, het privilege om recht te spreken moet je verdienen, en daarvoor is die externe blik nodig.’

[...]

BIOGRAFIE

NAAM:
Bart WILLOCX
°1969
LOOPBAAN:

  • Licentiaat rechten KUL (1992)
  • Bijzondere licentie criminologie UGent (2000)
  • Master in publiek management AMS (2013)
  • Advocaat kantoor Storme-Leroy-Van Parys Gent (1992, 1995-98)
  • Contractueel ambtenaar bij de Vlaamse regering (minister van Financiën en Begroting) (1992-94)
  • Docent Ehsal-HUBrussel (1995 - 2014)
  • Gerechtelijk stagiair Dendermonde (1998-2001)
  • Rechter rechtbank van eerste aanleg Mechelen (2001-2014)
  • Onderzoeksrechter de rechtbank van eerste aanleg Mechelen (2004-2010)
  • Voorzitter rechtbank van eerste aanleg Mechelen (2011-2014)

- Voorzitter rechtbank van eerste aanleg provincie Antwerpen (2014)

Dit zijn een paar vragen en antwoorden van het interview met Bart Willocx. Het volledige interview leest u in De Juristenkrant (nr. 294 van 24 september 2014). 

Gepubliceerd op 25-09-2014

  393