Voorwaardelijke invrijheidstelling: ‘Tijd om systeem fundamenteel in vraag te stellen’

‘Waarom zouden gedetineerden blijven vastzitten als ze vrij kunnen komen?’ Op die vraag zocht criminoloog Luc Robert een antwoord in zijn doctoraat. Hij bestudeerde dossiers en sprak in de gevangenis uitvoerig met tientallen langgestraften. ‘Ik vrees dat we met het huidige systeem soms levende bommetjes op hun strafeinde laten gaan, zonder controle, zonder supervisie, zonder begeleiding. En de vraag is of we als samenleving dat soort van invrijheidstelling willen.’ Een interview in De Juristenkrant over straf en strafuitvoering, wetten en wetswijzigingen, voorwaardelijke vrijheid en strafeinde. Al wordt de belangrijkste vraag misschien wel door de geïnterviewde gesteld: ‘Zijn we eigenlijk wel goed bezig?’

Gepubliceerd op 15-02-2018

Dirk Leestmans
Journalist bij VRT nieuwsdienst
robertluc-1722
(c) Elisabeth Broekaert

[...]

‘Mensen die strafeinde willen doen, doen dat pas vanaf een bepaald moment. Zij zijn een tijdlang wel vragende partij geweest om vroeger vrij te gaan, maar na herhaalde afwijzingen door de strafuitvoeringsrechtbank, haken ze op een bepaald moment af en keren ze zich tegen het systeem. Voor hen hoeft het niet meer.’

[...]

‘Een gedetineerde zei me dat het onmogelijk is van een boerenpaard een koerspaard te maken. Ze schijnen te denken dat je binnenkomt als een werkloze analfabeet en dat je buitengaat als een ingenieur met werk.’

‘Het is wat overdreven natuurlijk, maar er zit wel een kern van waarheid in. Als de verwachting is dat je een bewijs van tewerkstelling moet voorleggen, van vorming, van huisvesting… Alle verantwoordelijkheid wordt zo bij de individuele gedetineerde gelegd.’

[...]

‘Een paar jaar geleden schafte men de automatische verschijning voor de strafuitvoeringsrechtbanken af. Gedetineerden moesten voortaan zelf het initiatief nemen. Maar we weten allemaal dat er een grote groep gedetineerden is die zeer passief zijn staf ondergaat. Die mensen blijven op die manier zitten, als het ware als een plant in hun cel. Hetzelfde met de zwaardere gevallen die misschien al een grote wrok koesteren tegen justitie.’

[...]

  994