Voordracht rechter Internationaal Strafhof lokt controverse uit

De Juristenkrant nr. 408 van 29 april 2020

De Belgische regering draagt Laurence Massart voor als rechter voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. En dat is een verrassing voor heel wat magistraten, advocaten en professoren. ‘Ze maakt geen schijn van kans’, klinkt het. Voormalig rechter van het Internationaal Strafhof Chris Van den Wyngaert is snoeihard in haar analyse: ‘Massart heeft geen enkele expertise op het vlak van internationaal strafrecht’. Staat België met de billen bloot op het internationale toneel of niet?

Gepubliceerd op 30-04-2020

Bart Aerts
Zelfstandig journalist

Bij koninklijk besluit van 23 maart 2020 is Laurence Massart aangewezen als kandidaat voor België voor de verkiezing van rechters bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dat vervolgt personen verdacht van genocide, misdaden tegen de mensheid of oorlogsmisdaden zoals omschreven in het Statuut van Rome. Van 7 tot 17 december zullen ze in de gebouwen van de Verenigde Naties in New York zes rechters kiezen uit zestien kandidaten, voor een termijn van negen jaar. Massart neemt het op tegen rechters uit onder meer Brazilië, Senegal, Mexico, Groot-Brittannië en Georgië.

international_criminal_court_headquarters-_netherlands
Internationaal Strafhof in Den Haag

Om een Belgische kandidaat aan te duiden heeft de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) twee rangschikkingen opgesteld die ze hebben overgemaakt aan de minister van Justitie. Alle Belgische kandidaten zijn verschenen voor een jury met daarin de 28 leden van de verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie. Daarin zetelen 14 Franstaligen en 14 Nederlandstaligen.

De beraadslaging en stemming zijn geheim, maar uit een reconstructie op basis van gesprekken met verschillende bronnen blijkt dat de Franstaligen het maximum van de punten gaven aan Massart voor zowat alle competenties. ‘De Franstaligen stemmen vaak strategisch. Anderen die beter geschikt zijn, kregen minder punten. Het is duidelijk dat er op voorhand afspraken gemaakt zijn.’ De Nederlandstalige juryleden stemden in gespreide slagorde.

Kandidaat-rechters voor het Internationaal Strafhof hebben ofwel een uitmuntende ervaring op het vlak van strafrecht ofwel excellente expertise op het vlak van internationaal recht. Massart is uiteindelijk nummer één gestemd op de lijst van rechters met een uitmuntende ervaring op het vlak van strafrecht. ‘Onterecht’, zeggen verschillende juristen. ‘Ze was helemaal niet de beste kandidaat. Haar ervaring op het vlak van internationaal strafrecht is ver te zoeken. Dit is beschamend.’

Straffere kandidaten

Net zoals heel wat andere topjuristen reageerde Chris Van den Wyngaert verwonderd toen ze het nieuws van de voordracht vernam. Ze is rechter geweest in het Joegoslaviëtribunaal en heeft tot 2018 een mandaat van negen jaar vervuld als rechter van het Internationaal Strafhof. ‘Massart heeft geen enkele publicatie over het internationaal strafrecht’, zegt Van den Wyngaert. ‘Ik weet van geen enkele verdienste op dat vlak. België laat na zijn troeven uit te spelen.’

Dat is gek, want iedereen is het er over eens: we konden straffere kandidaten naar de verkiezing sturen. ‘Jan Wouters en Inneke Onsea zijn bijvoorbeeld veel competenter’, zegt Van den Wyngaert. ‘Ik geef het u op een blaadje: Massart maakt bijzonder weinig kans. Ze heeft niet de juiste papieren.’

De Belgische emeritus rechter Marc Bossuyt deed in 2002 ook een gooi naar de positie van rechter bij het Internationaal Strafhof en maakte op papier wél kans. Hij was hoogleraar volkenrecht, rechter bij het Arbitragehof en later voorzitter van de Nederlandse taalgroep van het Grondwettelijk Hof. Maar de concurrentie was ook toen enorm. Hij haalde het niet. ‘Dan zal Massart het zeker niet halen’, zegt een internationaal gerespecteerd jurist.

Een blik op de lijst met kandidaten leert dat het in december absoluut geen wandeling in het park wordt voor Massart. ‘Ze past niet in het rijtje’, zegt een jurist met een lange staat van dienst. ‘Haar CV en motivatiebrief zijn in elkaar geknutseld.’

Cursus mensenrechten

Massart is 55, heeft een diploma rechten en Europees recht. Na enkele jaren als advocaat aan de balies van Brussel en Charleroi wordt ze in 2000 rechter in Brussel. Eerst op de rechtbank van eerste aanleg, later bij het hof van beroep.

In haar motivatiebrief ter ondersteuning van haar kandidatuur als rechter voor het Internationaal Strafhof zijn de verwijzingen naar mensenrechten en ‘het internationale’ legio. ‘Ik ben enthousiast over mensenrechten, gepassioneerd door geopolitieke problemen en ik heb een gedegen ervaring en erkende vaardigheden op het gebied van strafrecht en strafprocesrecht’, schrijft Massart. ‘Aangezien ik strafprocessen met internationale implicaties heb voorgezeten en in een multidisciplinair en multicultureel team heb gewerkt, denk ik dat ik voldoe aan het gewenste profiel en de opgelegde voorwaarden.’

Massart verwijst naar strafprocessen die ze voorzat ‘met aanzienlijke internationale gevolgen’: een zaak als gevolg van de genocide in Rwanda (2001), de moord op een vertegenwoordiger van het Mensenrechtencomité voor Kosovo (2014), het proces van de aanslag op het Joods museum (2019)… Maar ze somt ook Belgische zaken op: assisenzaken en de ramp van Gellingen bijvoorbeeld. ‘Dat is toch heel wat anders dan de thema’s die het Internationaal Strafhof behandelt’, zeggen verschillende bronnen.

Het Internationaal Strafhof wil ook weten wat de meest relevante publicaties van de kandidaten zijn. In de lijst van Massart staan vier teksten. Onder meer over de redelijke termijn en de rol van de correctionele rechter inzake vrijwillige slagen en verwondingen. Niets over internationale thema’s of mensenrechten. Maar Massart onderstreept nog dat ze 20/20 haalde voor de cursus mensenrechten en fundamentele vrijheden aan de ULB.

Volgens hoogleraar internationaal recht Frank Verbruggen van de KU Leuven hoeft het gebrek aan internationale publicaties en ervaring niet te betekenen dat Massart per definitie ongeschikt is. ‘Ze heeft als strafrechter een mooi track record en kan met open geest en internationale interesse iets betekenen voor het Internationaal Strafhof’, zegt Verbruggen. ‘Het zou goed zijn dat het Internationaal Strafhof een mix is van profielen en dat het geen club van internationale strafjuristen wordt. Het aanstellen van rechters met het profiel van Massart kan ook een antwoord bieden op de kritiek dat het Internationaal Strafhof een politiek cenakel is. En bovendien: internationaal strafrecht is nu ook niet zo moeilijk.’

Ideale exit

De voordracht van Massart doet heel wat juristen denken aan Guy Delvoie, die net als Massart eerste voorzitter van het hof van beroep in Brussel was. Hij mocht in 2009 de plaats innemen van Chris Van den Wyngaert in het Joegoslaviëtribunaal, toen zij verkozen was als rechter in het Internationaal Strafhof. Delvoie had een opvallende rol gespeeld in de Fortiszaak en Den Haag was een ideale exit voor hem. Al ontkende toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (Open VLD) dat toen: ‘Als ik de indruk had gehad dat hij na de Fortisaffaire werd weggepromoveerd, zou ik niet op de kandidatuur zijn ingegaan’.


Hoewel ze door de coronacrisis veel leger zijn dan normaal, gonst het in de wandelgangen van het Poelaertpaleis ook vandaag van de geruchten over een politiek geïnspireerde exitstrategie. De roddel dat de voordracht van Massart ook voor haar een uitweg is, is niet alleen hardnekkig, maar ook aannemelijk. Ze zit bijzonder wankel op haar stoel van eerste voorzitter. Het was de HRJ die haar in december 2018 voordroeg. ‘Dat was al een ware schande’, zegt een ingewijde. ‘Ze is Franstalig en spreekt amper Nederlands.’ Tijdens een speech ter gelegenheid van de eedaflegging van advocaat-stagiairs op 2 september 2019 doet ze nochtans haar uiterste best om ook Nederlands te spreken. Al moet ze het wel aflezen en is het voor de Nederlandstaligen in het publiek niet altijd even duidelijk wat ze zegt. Op haar CV dat ze naar het Internationale Strafhof stuurde, staat dat ‘ze Nederlands aan het leren is’.

Begin 2019 benoemt minister van Justitie Koen Geens (CD&V) Massart als nieuwe eerste voorzitter van het tweetalige hof van beroep in Brussel. Haar voorganger was ook al Franstalig. Volgens een arrest van de Raad van State is de benoeming dus onwettig want taalalternatie is de regel. Daarvan kan afgeweken worden, maar in de hoofdstad alleen maar als de voorganger het mandaat vroegtijdig neerlegt. En dat is niet gebeurd. De Raad van State heeft de benoeming van Massart (nog) niet vernietigd, maar wel een prejudiciële vraag gesteld aan het Grondwettelijk Hof dat moet nagaan of de huidige regeling wel in overeenstemming is met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.

‘Het is maar de vraag hoelang Massart nog eerste voorzitter van het hof van beroep kan blijven’, zegt een magistraat. ‘Een job als rechter van het Internationaal Strafhof kan de perfecte exit zijn voor haar. Als ze het zou halen. Haar ongeschiktheid voor de job staat dat wellicht in de weg. Door haar te sturen maakt België zich belachelijk in het buitenland.’

Oude politieke cultuur

Chris Van den Wyngaert en heel wat andere juristen betreuren dat de voordracht van Massart een politieke keuze blijkt. ‘Dat is heel jammer. Want de HRJ is juist opgericht om dit soort politieke benoemingen te vermijden. Ik vraag me af waar dit staaltje van oude politieke cultuur vandaan komt.’

Het kabinet van minister van Justitie Geens zegt dat de procedure gevolgd is. ‘Na overleg in de ministerraad heeft de Koning beslist. Mevrouw Massart werd door de verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie van de HRJ als eerste gerangschikt op de lijst met kandidaten met een bekwaamheid op het gebied van het strafrecht en strafprocesrecht.’

Bij de HRJ wil niemand officieel reageren. Officieus klinkt het zo: ‘Geens verwijst naar ons, maar wij hebben Massart niet voorgedragen. Er was een keuze.’ Opmerkelijk, want het feit blijft wel dat Massart als eerste uit de selectie van de HRJ kwam.

Laurence Massart laat via haar secretariaat weten dat ze niet wil reageren omdat ‘ze niet over persoonlijke zaken wil praten’. Dat doet ze wel in haar sollicitatie bij het Internationaal Strafhof. Daarin zegt ze dat ze houdt van ‘uitwisselingen tussen vrienden, theater, cinema en allerlei soorten muziek.’

  1262