Vijftien voorstellen voor een betere justitie

Dinsdag 23 mei overhandigde het festival Op.Recht.Mechelen zijn groenboek aan minister van Justitie Koen Geens. Daarin doet de vzw 400, de drijvende kracht achter het festival, vijftien concrete voorstellen voor een betere justitie. Ze baseren zich daarvoor op het wetenschappelijke onderzoek dat de KU Leuven voerde onder leiding van professor Geert Vervaeke. Bart Willocx, voorzitter van de vzw 400 en van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, en Geert Vervaeke gaven wat extra uitleg aan  De Juristenkrant. 

Annelien Keereman

Groenboek Op.Recht.MechelenZoals u al eerder in deze krant kon lezen, viert de stad Mechelen met een stadsfestival het 400-jarig bestaan van de Grote Raad in Mechelen. In het kader daarvan organiseerde het festival drie congressen en presenteert het nu een groenboek. Bart Willocx: ‘Het was vrij snel duidelijk dat we iets blijvends wilden overhouden aan het hele project. Het is een groot project, waar veel energie en middelen in kruipen. We zagen nogal vaak dat in vergelijkbare projecten vooral achteruit werd gekeken, dus wilden we zeker ook vooruitkijken. De maatschappij en de burger evalueren de toestand van justitie eerder negatief. Daarom wilden we met iets constructiefs voor de dag komen. In de nabije toekomst willen we het vertrouwen in justitie verhogen en de verbinding maken tussen justitie en de maatschappij.’

Er zijn al vaker voorstellen voor een betere justitie gedaan. Wat maakt dit groenboek dan bijzonder? Willocx: ‘We vinden niet van onszelf dat we betere of nieuwere ideeën hebben, een aantal van onze ideeën zal je in een of andere vorm al wel gehoord hebben. Sommige zijn nieuw, andere zijn dat minder. Wat van belang is en wat ons onderscheidt, is het traject dat we hebben afgelegd. We bekijken justitie niet vanuit onze eigen invalshoek. De vzw zelf bestaat vooral uit mensen van de zetel, het parket, de balie, het notariaat van Mechelen. We zijn in het hele traject eigenlijk vooral gaan kijken hoe buitenstaanders naar justitie kijken en wat de positie van justitie in de maatschappij is. Dat is uitzonderlijk. Daar ben ik ook heel gelukkig over: we hebben de input heel sterk van buitenaf laten komen. Aan de rondetafels hebben een kleine 500 mensen deelgenomen die ergens te maken hebben met justitie. We zijn op verschillende plaatsen geweest, ook in het buitenland, in Dijon en Den Haag: het waren telkens heel open discussies, waarbij we de buitenwereld hebben laten uitleggen hoe zij zien wat justitie zou moeten zijn.’

Professor Geert Vervaeke is bescheiden over zijn aandeel: ‘Vanuit de KU Leuven werkten we in opdracht van de vzw. Het achterliggende idee komt van de vzw: ideeën ophalen in Mechelen, later over heel Vlaanderen en zelfs Dijon en Den Haag. Het was het voorstel van de vzw om het zo breed aan te pakken. De KU Leuven heeft gekozen voor de methodologie: het is dezelfde als die van de G1000. Die beweging heeft aangetoond dat het werkt om ketenpartners met elkaar in contact te brengen. Een van de belangrijkste effecten waar iedereen die aan de rondetafels had deelgenomen het over had, was de directe uitwisseling tussen de ketenpartners en de magistraten. Het is een methode die niet alleen resulteert in een praatbarak, ik heb het gevoel dat we echt een verschil gemaakt hebben. Er zijn bijvoorbeeld afspraken gemaakt tussen ketenpartners om concrete zaken samen op te nemen.’

Vervaeke voegt er nog aan toe. ‘Bovendien hebben die rondetafels geholpen om risicovolle thema’s als hulpverlening en diversiteit op de agenda te zetten. Die zouden waarschijnlijk niet het grootste aantal deelnemers trekken, maar de vzw was bereid om ambitie voor een stuk te parkeren en op die nieuwe thema’s in te gaan. Toen we ze twee jaar geleden kozen, waren ze nog niet zo actueel. De gebeurtenissen hebben ons, met de aanslagen in Parijs en Brussel, ingehaald.’

Uit de complexe inhoud van de rondetafels kwamen een overzichtelijk verslag en een rapport voort, op grond waarvan de vzw uiteindelijk het groenboek heeft geschreven. Ook de congressen die het stadsfestival organiseerde in oktober 2016 en februari 2017 bouwden voort op de rondetafels. Willocx: ‘Het groenboek heeft ook daaruit inspiratie gehaald, net als uit de culturele voorstellingen van het festival, die op hun beurt weer een andere invalshoek van de buitenwereld op justitie gaven. Van al die verschillende bronnen hebben we geprobeerd een synthese te maken. Wat kunnen we daar op juridisch vlak mee doen, wat is relevant voor de toekomst? Het is niet altijd het meest bijzondere idee dat het uiteindelijk haalt in zo’n proces, sommige voorstellen zijn al eerder aangebracht. Maar net omdat ze opnieuw vanuit vele invalshoeken tot bij ons kwamen, konden we die niet laten vallen. Het voorstel over rechtstaal is daarvan een voorbeeld. Wat de voorstellen ook uniek maakt, is dat ze heel duidelijk zijn en er gekomen zijn met een consensus van iedereen aan tafel. In mijn ogen zijn het allemaal zaken die uitgevoerd zouden moeten worden: dan zou de manier waarop justitie in de maatschappij staat, veranderen. De essentie van justitie is dat we een dienstverlenende organisatie zijn, we mogen niet geïsoleerd staan.’

CENTRALE ONDERSTEUNING
Een van de voorstellen is om justitie een nieuwe organisatiestructuur te geven. ‘Van mensen uit andere openbare in stellingen of het bedrijfsleven horen we vaak dat de organisatie van justitie totaal ontoereikend is. Zo ontbreekt een uitgewerkte visie. Wat vormt het leitmotiv, waar wil men naartoe en op afgerekend worden? We werken aan het autonoom beheer, maar zouden de visie eerst duidelijker moeten bepalen.’
Een opmerkelijk voorstel is om federale ondersteuningsdiensten voor justitie in te voeren. ‘Er is voor de hele organisatie totaal geen inhoudelijke ondersteuning. Als voorzitter van de rechtbank valt me dat telkens weer op: met nieuwe wetgeving gaat elke rechter zelf aan de slag, individueel. En dat gebeurt zo bij alle rechtbanken in het hele land. Als een werkproces aangepast moet worden, doet elke afdeling of elke griffie dat op zich. Dan kun je weinig sturen of stroomlijnen, en het is vooral inefficiënt en schadelijk voor de kwaliteit en voor onze slagkracht. Als er centraal een inhoudelijke ondersteuningsdienst zou komen, kan die elk domein opvolgen. Ook wijzigingen in informatica zouden zo beter aangestuurd kunnen worden. Bovendien zou de magistratuur veel meer aan wetsevaluatie moeten doen, je kunt niet altijd zeggen ‘dat is de wetgever’. En naast die inhoudelijke ondersteuning zou er ook - dat is nog een apart voorstel - een wetenschappelijk onderzoeksbudget moeten zijn. Bijvoorbeeld rond co-ouderschap is er tien jaar na het invoeren ervan pas een grondig onderzoek gekomen. Wat blijkt? Die regeling is niet zaligmakend, maar dat wetenschappelijk inzicht komt pas heel laat, als veel gezinnen al jaren op basis van die wet werden beoordeeld. Als zo’n onderzoek er vroeger kan komen in combinatie met centrale ondersteuning, kunnen we sneller bijsturen waar nodig.’

De vzw 400 pleit in het groenboek ook voor een multidisciplinair onthaal bij elke afdeling van een provinciale rechtbank. ‘Nu komen mensen een rechtbank binnen en ze worden van hot naar her gestuurd. Ze zouden centraal ergens terecht moeten kunnen waar ze alle verschillende trajectmogelijkheden uitgelegd krijgen, eerstelijnsadvies, juridische bijstand, en verwijzingen naar welzijn vinden en waar de verschillende loketten in belangrijke mate worden samengebracht. We moeten daarbij een rechtszorg ontwikkelen, dat is veel breder dan geschillenbeslechting. Er zou ook een website moeten zijn met daarop dezelfde informatie en sterke interactie met de bezoekers. Zo zou je ook bemiddeling in een eerste fase al meer kunnen stimuleren. Dat brengt ons weer bij een ander voorstel: de afwijzing van het klassieke tornooimodel. Er moet een cultuurverandering komen. Als je terugkijkt, zie je dat heel veel zaken bij justitie nog altijd op dezelfde manier worden afgehandeld als vijftig of honderd jaar geleden. Sommige zaken moet je durven aanpassen, we moeten waar mogelijk meer gaan voor oplossingen van een geschil, dan louter voor een beslissing over een winnaar ervan.’

De 15 voorstellen

1. Ontwikkel een langetermijnvisie voor justitie als bijzondere maatschappelijke dienstverlening
2. Geef justitie een nieuwe organisatiestructuur
3. Trek een jaarlijks onderzoeksbudget voor justitie uit
4. Bouw stevige federale ondersteuningsdiensten voor justitie uit
5. Verdedig de rechtsstaat
6. Creëer één rechtbank en één openbaar ministerie per provincie
7. Verlaat het klassieke tornooimodel waar mogelijk
8. Stimuleer in strafzaken meer echt herstel
9. Maak een integrale, multidisciplinaire aanpak van bepaalde daders mogelijk
10. Stem de werking van justitie af op de diversiteit van de samenleving
11. Breng meer diversiteit in de personeelssamenstelling van justitie
12. Richt een federaal bureau op voor klare, begrijpelijke juridische taal
13. Creëer een omvattend, multidisciplinair onthaal in elke provinciale rechtbank
14. Kies voor een radicale digitalisering van procedures en rechtszorg
15. Zet een federaal kenniscentrum Europees recht op poten


Lees verder in Jura

Vraag Jura-training

Gepubliceerd op 29-05-2017

  263