Vertrouwenspersoon speelt cruciale rol bij bescherming van wilsonbekwamen

De materie van de bescherming van de wilsonbekwamen werd grondig hervormd door de wet van 21 december 2018. Wat waren precies de pijnpunten in de oude regeling? Wat zijn de krachtlijnen van de nieuwe wet? Zijn hiermee alle problemen in de praktijk opgelost?

Gepubliceerd op 15-09-2020

Het aantal dossiers in toepassing van de wet van 17 maart 2013 in verband met het bewind nam aanzienlijk toe. Door de nogal formalistische bepalingen van de wet dreigde een werkoverlast bij de vredegerechten. Het was dus tijd voor een sterke vereenvoudiging, vooral van de procedure. Bovendien was en is het de bedoeling zo snel mogelijk over te gaan tot een elektronisch dossier. Dat vereiste de nodige wettelijke grondslag. Het is de bedoeling dat de digitalisering volgend jaar start.

bescherming-wilsonbekwamen

Ook het luik buitengerechtelijke bescherming werd onder de loep genomen en uitgebreid op basis van de praktijkervaring sinds 2013. Uiteraard zijn niet alle problemen opgelost, maar er is door de wetgever toch tegemoetgekomen aan een groot aantal verzuchtingen vanuit de praktijk.

 

Erik Van den Eeden belicht de rol van de vertrouwenspersoon, die een cruciale rol speelt bij het betrekken van de beschermde persoon in het beslissingsproces aangaande zijn persoon en vermogen. Heeft de nieuwe wet belangrijke wijzigingen met zich meegebracht voor de vertrouwenspersoon?

De wetgever heeft reeds in 2013 geprobeerd om de rol van de vertrouwenspersoon beter te belichten. De nieuwe wet benadrukt dat nog verder door de aanstelling van een vertrouwenspersoon te stimuleren, de rol van de vertrouwenspersoon uit te breiden en door een betere omkadering van de vertrouwenspersoon.

 

Uit een persbericht van Fednot blijkt dat op 15 maart, net voor het begin van de lockdown en in volle coronacrisis, al bijna 150.000 Vlamingen een zorgvolmacht hebben laten registreren. In het boek is een hoofdstuk gewijd aan de zorgvolmacht. Kunt u daarover iets meer vertellen?

Het handboek behandelt zowel de rechterlijke als de buitengerechtelijke bescherming. Dat laatste gebeurt door het ondertekenen van een zorgvolmacht door een nog bekwame persoon. De wetgever heeft de zorgvolmacht uitgebreid tot persoonlijke aangelegenheden. Het gaat dus niet enkel meer, zoals voorheen, over de goederen. Aan de buitengerechtelijke bescherming wordt in het handboek ruim aandacht besteed. Het is immers van belang de zorgvolmacht tijdig en grondig te overwegen. Het is niet zomaar een volmacht. Evenals bewind vereist het ‘maatwerk’.

 

Er is een nieuw Boek 2 ‘Personen-, familie en relatievermogensrecht’ op komst in het nieuwe Burgerlijk Wetboek. Wordt het beschermingsstatuut in dit nieuwe BW geïntegreerd? Hoe?

Op 24 augustus 2018 werd professor Casman aangesteld als coördinator voor de hercodificatie van het wetboek Personen-, familie- en relatievermogensrecht. De recente wetgeving inzake bewind maakt deel uit van het Burgerlijk Wetboek, maar bevat eveneens een belangrijk luik gerechtelijk recht. Daarnaast werden nog diverse wetten gewijzigd. Een overzicht daarvan vind men in het werk van Tim Wuyts, ‘Bewind en zorgvolmachten anno 2019’, uitgegeven bij Wolters Kluwer in 2019.

 

Op het einde van het boek schrijft Tim Wuyts dat er een evaluatie komt van de wet waarbij in het bijzonder de werking van de buitengerechtelijke bescherming, het bewind en de werklast van de vrederechters zal worden onderzocht. Verwacht u dat de wet in de toekomst nog zal worden gewijzigd?

De wetgeving inzake bewind heeft een groot bereik (grof geschat ongeveer honderdduizend bewinddossiers en in 2018 37.071 nieuwe zorgvolmachten) en een ruim toepassingsgebied (op bijna alle domeinen van het leven).

Indien een persoon wilsonbekwaam wordt, heeft dat repercussies op vele aspecten van zijn leven.  Het spreekt vanzelf dat de wetgeving permanent moet worden geëvalueerd in het licht van de snelle evolutie van onze maatschappij. Maar dat verhindert niet dat we kunnen stellen dat de grote krachtlijnen wel vastliggen. Het bewind veronderstelt een rechterlijke controle, maar de gerechtelijke procedure moet soepel en weinig formalistisch worden ingevuld. Met de mogelijkheid de beschermde persoon zoveel mogelijk te betrekken in het bewind.

 

Jan Pieter Bogaert schreef het deel over de sociale wetgeving. Zijn er bepaalde problemen die zich stellen in het kader van de procedures voor de arbeidsrechtbank? Waarom was het belangrijk om ook een deel over sociale wetgeving op te nemen?

De sociale wetgeving is voor de bewindvoerder een prominent aandachtspunt, aangezien het tot zijn opdracht behoort de sociale uitkeringen te innen. De wetgeving is evenwel een doolhof dat niet altijd gemakkelijk toegankelijk is voor (professionele) bewindvoerders. Het was dus belangrijk een overzicht te geven van de mogelijkheden die de wetgever biedt aan personen met een zorgprobleem. Jan Pieter was als arbeidsauditeur de aangewezen man om de bewindvoerder op dat vlak een leidraad te verschaffen. Dat maakt het boek ook uniek in zijn aanbod.

 

Kunt u tot slot iets vertellen over de totstandkoming van het boek? U schreef het boek met drie co-auteurs, elk vanuit hun eigen invalshoek. Het boek bevat hoofdstukken over de rol van de vrederechter, de rol van de griffier, de rol van de bewindvoerder, enz. Was dat belangrijk bij de taakverdeling tussen de auteurs? En hoe belangrijk is de rol van de verschillende actoren?

Het bewind kan worden benaderd vanuit meerdere invalshoeken. De notaris heeft vooral (maar niet uitsluitend) te maken met de buitengerechtelijke bescherming. De vrederechter heeft een cruciale rol in het bewind en treedt veelal op als scheidsrechter. De bewindvoerder dient vooral te weten wat zijn opdracht behelst, wat kan en niet kan, en hoe de procedure verloopt. De griffier heeft een belangrijke maar erg specifieke taak. Hetzelfde geldt voor de vertrouwenspersoon.

We hebben getracht het bewind te benaderen vanuit die verschillende invalshoeken. Het handboek is om die reden snel te raadplegen door elke specifieke actor, al zijn er natuurlijk de nodige kruisverwijzingen opgenomen. De auteurs zelf zijn een mix van academische scholing en praktijkervaring.

  837