Vertrouwen van de burger in justitie zakt weg

Het gaat niet goed met justitie. Dat is althans de gemeenschappelijke boodschap die de eerste voorzitters van de hoven van beroep en arbeidshoven twee weken geleden tijdens hun mercuriales meegaven: ‘De bijkomende lineaire en blinde besparingsmaatregelen leggen de dagelijkse werking van justitie droog’, luidde het. Dat alle tien de voorzitters dezelfde mercuriale voorlezen, is ongezien. Het is na de alarmdag vorig jaar, en de symbolische stakingsactie eerder dit jaar, de derde keer dat de magistratuur collectief aan de alarmbel hangt.

Dat pessimisme van de verzamelde magistratuur lijkt nu ook te zijn overgeslagen op de burgers. Uit een enquête die de KU Leuven en 
Wolters Kluwer in augustus hielden, onder burgers en juridische actoren, blijkt dat het vertrouwen van de rechtzoekende in justitie gekelderd is tegenover 2014. 60 procent meent dat niet alle burgers gelijk worden behandeld door de rechter, meer dan de helft vindt dat hij zijn zaak niet gemakkelijk voor de rechter kan brengen. Een overgrote meerderheid vindt dat veroordeelden hun volledige straf moeten uitzitten. ‘Justitie staat onder druk. Wereldwijd toont onderzoek aan dat het vertrouwen van de burger in justitie laag is,’ zeggen Emilie Michaux (foto) en Geert Vervaeke van de KU Leuven.

Annelien Keereman en Ruth Boone

foto: Wouter Van Vaerenbergh

[Meer gedetailleerde resultaten, en reacties op de enquête, leest u in 
De Juristenkrant (nr. 333 van 14 september 2016).]

Emilie Michaux (WVV)De enquête van de KU Leuven en Wolters Kluwer kwam er ter voorbereiding van het wetenschappelijke luik van het stadsfestival Op.Recht.Mechelen. Er werden 1.000 burgers en 1.041 advocaten, bedrijfsjuristen en magistraten bevraagd. De respondenten kregen zes vragen voorgeschoteld, waarvan er een aantal gebaseerd zijn op de justitiebarometer van 2014. De justitiebarometer wordt op een andere manier bevraagd, maar toch kan een vergelijking worden gemaakt.

Gloobaal gezien vindt ongeveer de helft van de ondervraagden dat een rechtzoekende makkelijk een zaak voor de rechtbank kan brengen. Maar magistraten zijn daarover een stuk positiever dan advocaten en rechtzoekenden zelf (een goede 65 procent tegenover 56 en 46,4 procent).

De respondenten werd ook gevraagd of de rechter volgens hen een conflict tussen partijen oplost, dan wel nog meer aanwakkert. Daar vindt bijna een kwart van de advocaten (24 procent) dat een rechter het conflict nog meer aanwakkert. Bij de zittende magistratuur vindt 99 procent dat ze een conflict oplossen. Bij burgers is een gemengd beeld te zien: bij wie al contact had met de rechtbank, vindt 1 op 5 dat de rechter het conflict aanwakkert. Dat is 12,8 procent bij wie nog niet in contact met de rechtbank was gekomen.

Een blijvend pijnpunt is de onduidelijke rechtstaal. En opmerkelijk: maar liefst 68,5 procent van de juridische professionals vindt de juridische taal onvoldoende duidelijk. Nog meer burgers vinden dat, en dat aantal lijkt alleen maar toe te nemen (63 procent in 2014 en 86,2 procent in dit onderzoek).

Maar 40 procent van de rechtzoekenden vindt dat iedereen gelijk behandeld worden door de rechtbank. Juridische professionals zijn positiever, maar ook daar is er een groot verschil tussen advocaten en magistraten. Van de advocaten is 59 procent akkoord met de stelling dat iedereen gelijk behandelt wordt, bij parketmagistraten is dat dik 87 procent, bij de zetel 95 procent. Een kwart van de rechtzoekende meent dat een robot objectiever recht zou spreken.

Ander opvallend verschil: juridische professionals staan een stuk positiever tegenover een vervroegde vrijlating van gedetineerden dan burgers. Bij de burgers vindt 76 procent dat gedetineerden tot het einde van hun straf in de cel moeten blijven. Dat is een stijging van maar liefst 15 procent tegenover 2014.

Meer gedetailleerde resultaten, en reacties op de enquête, leest u in De Juristenkrant (nr. 333 van 14 september 2016).




 

Gepubliceerd op 15-09-2016

  110