Twee maal goed nieuws voor magistraten

Magistraten van de zetel en van het openbaar ministerie die dossiers behandelen waarvoor de familiekamers en jeugdkamers bevoegd zijn, krijgen een jaar extra de tijd om het specifieke brevet te halen. En de wetgever stelt zich voortaan soepeler op voor Belgische magistraten die een internationale topfunctie ambiëren. De detacheringstermijn voor een opdracht bij een internationale, supranationale of buitenlandse instelling is niet langer beperkt tot 6 jaar, waardoor de magistraat meer ruimte krijgt om zijn internationale loopbaan uit te bouwen. Dat lazen we in het Staatsblad van 19 augustus.

Familie- en jeugdkamers

WVV-alarmdag justitie brussel-011.jpgMagistraten van de zetel en van het openbaar ministerie die dossiers behandelen waarvoor de familiekamers en jeugdkamers bevoegd zijn, krijgen een jaar extra de tijd om het specifieke brevet te halen.

Normaalgezien loopt de termijn om de betrokken opleiding te volgen bij het Instituut voor Gerechtelijke Opleidingen (IGO) af op 1 september 2015. Maar heel wat magistraten kwamen het voorbije jaar nog niet aan bod of moeten nog één of meerdere van de drie modules afwerken. Met de wet van 30 juli 2013 tot oprichting ban de familie- en jeugdrechtbank is het aantal magistraten immers fors toegenomen. De wetgever verlengt de termijn daarom tot 1 september 2016.  Het Gerechtelijk Wetboek laat toe dat die magistraten ook het komende jaar nog zonder brevet mogen worden aangewezen in of bij de familiekamers om hun ambt uit te oefenen.

Internationale loopbaan

De wetgever stelt zich voortaan soepeler op voor Belgische magistraten die een internationale topfunctie ambiëren. De detacheringstermijn voor een opdracht bij een internationale, supranationale of buitenlandse instelling is niet langer beperkt tot 6 jaar, waardoor de magistraat meer ruimte krijgt om zijn internationale loopbaan uit te bouwen. Al gelden er wel enkele tegenvoorwaarden voor die onbeperkte termijn. Nieuw in de regeling is ook de mogelijkheid om deeltijdse opdrachten te vervullen.

De wetgever bouwt een tegengewicht in voor de onbeperkte termijn. De Koning zal bij elke verlengingsaanvraag oordelen of een verlenging nog wel nuttig is. Is dat niet zo, dan kan hij de verlenging weigeren. Weliswaar met de nodige motivatie. Wordt de verlenging geweigerd, dan kan de betrokken magistraat kiezen om zijn functie in de betrokken instelling te behouden. Op dat moment wordt hij als ontslagnemende beschouwd uit de rechterlijke orde. Gedetacheerde magistraten die hun opdracht niet wensen verder te zetten, keren terug naar de rechterlijke orde.

Magistraten met verlof wegens opdracht bij een internationale, supranationale of buitenlandse instelling behouden hun plaats op de ranglijst en worden geacht het ambt waarin ze werden benoemd te hebben uitgeoefend. Zij behouden de aan dit ambt verbonden wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen voor zover aan de opdracht geen wedde is verbonden. Gedetacheerde magistraten die kiezen om niet terug te keren naar de rechterlijke orde zullen hun magistraatswedde en voordelen verliezen.

Het Gerechtelijk Wetboek laat magistraten nu ook toe om een deeltijdse opdracht te vervullen bij een internationale, supranationale of buitenlandse instelling. Ook hier kiest de wetgever dus voor meer flexibiliteit. Let wel, magistraten die voor hun deeltijdse opdracht een wedde ontvangen van de betrokken instelling, zullen hun magistraatswedde en de daaraan verbonden verhogingen en voordelen pro rata ontvangen. Op die manier worden dubbele wedden uitgesloten.

Justitieminister Koen Geens laat alvast weten dat deze wijziging werd opgesteld in het kader van het ‘Unified Patent Court’ (de centrale plaats voor rechtszaken over Europese octrooien). Bedoeling is om op dat internationaal niveau magistraten deeltijds te benoemen.

De wetgever maakt verder van de gelegenheid gebruik om de omschrijving van het begrip ‘opdracht’ te verduidelijken. Er wordt gepreciseerd dat het om een opdracht van algemeen belang gaat. De term van ‘openbaar ambt’ is te beperkend en omvat niet alle opdrachten bij internationale, supranationale en buitenlandse instellingen.

Tot slot wordt in het Gerechtelijk Wetboek de mogelijkheid gecreëerd dat de Koning naast een postvergoeding ook een vergoeding wegens opdracht kan vaststellen. Die vergoeding kan worden toegekend voor een opdracht, indien de betrokken magistraat zijn opdracht niet op een vaste post dienst uit te oefenen.

Gepubliceerd op 21-08-2015

  38