‘Tolken is veel meer dan twee talen kunnen spreken’

tolken-9 - Copy.jpgDe laatste tijd komen gerechtsdeskundigen, -vertalers en -tolken alleen in het nieuws als ze er de brui aan geven wegens onbetaalde facturen. De nieuwe registers voor deze medewerkers van het gerecht zouden beterschap moeten brengen, en ook de kwaliteit van de deskundigen moeten opkrikken. Maar ondertussen kunnen rechtbanken zelf al stappen ondernemen, zo blijkt uit de Antwerpse praktijk. (uit De Juristenkrant)


Dit artikel verscheen in De Juristenkrant nr. 312 (24 juni 2015). 

Ruth Boone

De wet van 10 april 2014 voert een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en een voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken in. De registers moeten voor een betere kwaliteit van de deskundigen bij justitie zorgen, en voor minder misbruiken. Ze moeten tegen december 2016 ingevoerd zijn. Die datum is niet onbelangrijk, want dan treedt ook de verruimde Salduzwerking in werking, waardoor de nood aan met name goede tolken bij het gerecht nog nijpender wordt.

Op een studiedag van het NICC en het Centre des études sur la police vorige week dinsdag bleek dat er over de concrete uitwerking van de registers nog heel wat vragen zijn (zie hieronder).

De afgelopen tien jaar is de Antwerpse rechtbank niet bij de pakken blijven zitten om alvast de kwaliteit van de gerechtstolken te verbeteren. Alleen tolken die een opleiding gerechtstolk hebben gevolgd bij de Antwerpse tolkenopleiding van (eerst Lessius, dan Thomas More, nu) de KU Leuven Campus Antwerpen mogen voor de Antwerpse rechtbank optreden. Maar de kwaliteit kan alleen gegarandeerd worden als ook de individuele politieagenten, rechters en advocaten hun duit in het zakje doen, is de stelling van Heidi Salaets en Katalin Balogh, die de opleiding in goede banen leiden. Daarom schreven ze samen met politiecommissaris op rust Dirk Rombouts een ‘Handleiding voor politie en rechtskundigen in een meertalige context’, die politieagenten, magistraten en advocaten toont hoe ze efficiënt met een tolk kunnen werken. Ook hielden ze begin mei een mock trial, een reeks gesimuleerde rechtszaken met een tolk, die Antwerpse rechters meer inzicht moet geven in de soms moeilijke omstandigheden waarin tolken moeten werken.

‘We geven de opleiding voor gerechtsvertalers en tolken nu zo’n 15 jaar, in samenwerking met een aantal rechters en politieagenten die hier vrijwillig les komen geven. We zien echter dat magistratuur en politie in het werkveld niet altijd weten wat ze van tolken mogen verwachten, wat ze doen, en wat ze (niet) mogen doen. Daar gebeuren soms nog fouten. Een rechter kan bijvoorbeeld niet aan de tolk vragen of hij denkt dat een verdachte de waarheid spreekt, of vragen of iemand met al dan niet met een Brussels accent spreekt. Dan plaats je de tolk in de rol van getuige, en dat kan niet. In Duitsland kan de rechter in zo’n geval een ‘zaakdeskundige’ oproepen, bij ons bestaat dat niet.’ De tolken van hun kant kennen justitie niet goed als ze aan hun taak beginnen. De studenten in Antwerpen krijgen wel een module politietolken, maar geen oefening op tolken in de rechtbank: ‘Daardoor beschouwen ze de rechtbank als een burcht, waar ze een beetje schrik van hebben. Het is dus ook voor de tolken belangrijk dat zij ervaring opdoen. Ook daarvoor is de mock trial interessant.’

Gerechtstolken worden met een aantal specifieke problemen geconfronteerd: ‘Het moeilijkste is dat wij ons vaak niet voldoende kunnen voorbereiden. Bij de politie krijgen we vooraf een briefing. Als je naar een raadkamer gaat, weet je alleen waarover het gaat als je in dezelfde zaak ook bij de politie hebt getolkt.. Ook op de rechtbank worden we vooraf niet gebrieft over welke zaak het gaat, we weten niet voor wie we zullen moeten tolken. Het zou handig zijn als we vooraf de nodige info zouden krijgen, of als we een draft van het vonnis of arrest zouden kunnen inzien. Ook omdat andere rechtssystemen soms een andere terminologie hanteren, of bepaalde rechtsfiguren niet kennen. Hongarije heeft bijvoorbeeld geen onderzoeksrechters. Maar de griffies weten meestal ook niet waarover een zaak gaat, en rechters zijn niet happig om documenten vooraf te geven. In Nederland en Duitsland gebeurt het wel. Het betekent eigenlijk dat wij vaak als enige onvoorbereid naar ons werk gaan. Dat is weinig professioneel. Rechters zijn daarin ten onrechte terughoudend, want ook gerechtstolken hebben een deontologische code.’

‘Het meest achterdochtig zijn overigens de advocaten: zij willen een vertrouwelijk gesprek met hun cliënt kunnen voeren, en zien de tolk dan als een indringer. Soms is de achterdocht natuurlijk ook wel terecht, als ze slechte ervaringen met weinig kwaliteitsvolle tolken achter de rug hebben.’ Over de nieuwe registers hebben Salaets en Balogh zo hun twijfels: ‘Zoals het er nu voorstaat, garandeert het nieuwe register de kwaliteit van de tolken niet. Je moet een taaldiploma hebben en recht hebben gekregen, maar een opleiding als gerechtstolk is niet vereist. De specifieke expertise van vertalers en tolken, bijvoorbeeld simultaan of consecutief tolken, wordt niet gehonoreerd.’

Ander heikel punt in de rechtbank zijn de fysieke omstandigheden: ‘In de rechtbank kun je niet noteren, je hebt geen aparte kabine, en je moet simultaan tolken. Dat is geen probleem als je goed opgeleid bent, maar toch zouden rechters en advocaten wat trager moeten spreken en lezen. Ook omwille van de soms erbarmelijke akoestiek in veel rechtbanken.’

SCHIZOFREEN
Maar voor alles is een goede opleiding van de tolken essentieel, en die hebben ze nu niet allemaal gekregen: ‘Wij zijn heel streng. Van de 100 kandidaten die hier aan de opleiding gerechtstolk willen beginnen, blijven er na onze eerste test Nederlands nog 50 over. Ook nadien hanteren we strenge criteria. Ze moeten een examen in de vreemde taal afleggen, waarvoor ze 80 procent moeten halen. Dat examen wordt afgenomen door een externe taalevaluator van universitair niveau. Daarvoor moeten we vaak over de grens gaan zoeken. Pas als de kandidaten die examens goed doorkomen, mogen ze aan de opleiding beginnen. We zien vaak dat mensen die al jaren tolken voor de rechtbank zelfs niet voor die eerste test Nederlands slagen. Maar die mensen kunnen bijvoorbeeld wel zonder problemen in Gent gaan tolken, want daar werkt men niet samen met de tolkenopleiding. Die is meer gespecialiseerd in medisch tolken.’ Daarom pleiten Balogh en Salaets ervoor dat meer tolkenopleidingen zich op gerechtstolken zouden toeleggen, en dat alle rechtbanken met die opleidingen zouden samenwerken, zoals in Antwerpen gebeurt.

En dat is volgens hen nodig, want tolken in een gerechtelijke context ligt niet zo voor de hand: ‘Een tolk moet alles heel getrouw vertalen. Als een schizofreen een verward verhaal vertelt, en de tolk maakt daar een coherent geheel van, kan de politieman of de onderzoeksrechter een verkeerd beeld krijgen van die persoon. Maar ook scheldpartijen, of schuine opmerkingen van verdachten of politiemensen moeten vertaald worden.’
Ook de tolk zelf bevindt zich trouwens een beetje in een schizofrene toestand: ‘Je moet stevig in je schoenen staan, ook emotioneel, maar anderzijds moet je heel erg op de achtergrond blijven, bijna onzichtbaar zijn. Je neemt de identiteit over van diegene voor wie je tolkt, maar anderzijds ben je geen vriend van het slachtoffer. Als iemand het lastig krijgt, mag je geen troost bieden. Je moet professioneel blijven, en je verantwoordelijkheid opnemen. Tolken worden soms ook bedreigd, een verdachte kan niet altijd het verschil maken tussen de tolk en ‘de instanties’. Dat is niet altijd evident.’


Heidi Salaets, Katalin Balogh, Dirk Rombouts, Handleiding voor politie en rechtskundigen in een meertalige context, Lannoo Campus, 2014


REGISTERS
Vanaf 2017 zullen alleen nog gerechtsdeskundigen, vertalers, tolken en vertalers-tolken die in de registers zijn opgenomen, de titel mogen voeren en opdrachten aanvaarden. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen (spoed of gebrek aan iemand met de juiste specialisatie) zal de gerechtelijke overheid iemand kunnen aanwijzen die niet in het register staat.

Het register voor gerechtsdeskundigen is er voor alle deskundigen in burgerlijke en strafzaken (branddeskundigen, accountants, forensische psychiaters, neurologen). Op de studiedag rees alvast de vraag om mensen de mogelijkheid te geven zich alleen voor burgerlijke of strafzaken te registreren, omwille van de heel andere context.

Gerechtsdeskundigen moeten aantonen dat ze minstens 5 jaar relevante ervaring hebben opgebouwd in het domein of de specialisatie waarvoor ze zich willen laten registreren, gedurende een periode van 8 jaar voor hun registratieaanvraag. Er heerst nog onduidelijkheid wat die relevante ervaring juist inhoudt; ze moeten onderdaan zijn van de EU of er wettelijk verblijven; een recent uittreksel uit het strafregister kunnen voorleggen; ze mogen niet veroordeeld zijn, zelfs niet met uitstel, tot een correctionele of criminele straf (geldboete, werkstraf of gevangenisstraf). Vallen hier niet onder: inbreuken op de politiewetgeving wegverkeer of veroordelingen die volgens de minister van Justitie geen bezwaar vormen voor de uitvoering van hun taak als deskundige (geldt ook voor veroordelingen in het buitenland); ze moeten aan de minister van Justitie schriftelijk verklaren dat ze instemmen met de deontologische code; ze moeten de eed hebben afgelegd. Vertalers, tolken en vertalers-tolken moeten daarnaast 21 jaar oud zijn; ze moeten kunnen aantonen dat ze over de nodige beroepsbekwaamheid en juridische kennis beschikken.

De minister van Justitie zal beide registers bijhouden en regelmatig updaten. Wie geregistreerd is krijgt een identificatienummer én een legitimatiekaart. Wie onvoldoende presteert, kan uit het register worden geschrapt, tijdelijk (maximum 1 jaar) of definitief. De sprekers op de studiedag vermoedden dat er in de praktijk weinig schrappingen zullen gebeuren, maar dat slechte deskundigen gewoon niet meer zullen worden opgeroepen.
Voor gerechtsdeskundigen wordt tot slot ook de deskundigheid en de specialisatie vermeld. Voor vertalers, tolken en vertalers-tolken is dat de proceduretaal en andere taal of talen waarvoor ze zich hebben laten registreren.

De magistraten op de studiedag betreuren alvast dat zij geen inspraak krijgen in wie op de lijst kan komen. Een andere opmerking was dat er geen selectie lijkt te zijn op basis van bekwaamheid.
De aanwezige tolken pleitten voor enige anonimiteit van de registers, en willen dat specifieke opleidingen (zoals telefoontap, videoverhoor of nog economische en fiscale kennis) kunnen worden opgenomen in het register, net als kennis van bepaalde dialecten.

Gepubliceerd op 22-07-2015

  425