Rechtsvordering tot collectief herstel

Emilie De BaereEr verscheen een bijdrage van de hand van Emilie De Baere over de rechtsvordering tot collectief herstel. Haar bijdrage verscheen in 'Handels- en economisch recht - artikelsgewijze commentaren'. Naar aanleiding hiervan gaf zij een kort geschreven interview.

De wet van 28 maart 2014 heeft een 'rechtsvordering tot collectief herstel' ingevoerd, wat houdt dit precies in?

De wet introduceert voor het eerst in het Belgisch recht een collectieve procedure die strekt tot vergoeding van schade van een ganse groep consumenten, zonder dat zij partij zijn bij deze procedure. In essentie betreft het een procedure waarbij een groepsvertegenwoordiger optreedt voor een groep consumenten die schade hebben geleden met het doel schadevergoeding te bekomen voor deze consumenten. De wet gaat uit van een “tweesporentraject”: de rechter kan worden gevat om het geschil te beslechten in een eindvonnis waarin hij zich uitspreekt over de wijze en de omvang van herstel van de schade of om een akkoord te homologeren dat tussen de partijen vóór of tijdens de procedure tot stand is gekomen. In de publicatie wordt uitgebreid ingegaan op de beide trajecten.

Vernieuwend is dat een derde (de groepsvertegenwoordiger), die geen eigen schade heeft geleden en geen deel uitmaakt van de groep, een vordering kan instellen voor een groep consumenten, zonder dat zij hun uitdrukkelijke toestemming moeten geven en zonder dat zij zelf partij zijn in de procedure.


De procedure is ingevoerd met het oog op een betere bescherming van de consument. Slaagt deze wet in haar opzet?

De wet levert inderdaad een bijkomend mechanisme op om de rechten van consumenten voor de rechtbank af te dwingen. De wet bevat helaas ook een aantal pijnpunten die eerder in het nadeel spelen van de consument. Deze pijnpunten worden ook aangestipt in de publicatie. Bij wijze van voorbeeld kan worden verwezen naar de figuur van de groepsvertegenwoordiger. In theorie komen verschillende (consumenten)verenigingen in aanmerking om als groepsvertegenwoordiger op te reden. Dit zijn consumentenverenigingen die zetelen in de Raad voor Verbruik of verenigingen die door de Minister van Economie worden erkend. De verenigingen die in de praktijk ook effectief in aanmerking komen om als groepsvertegenwoordiger op te treden, zijn echter bijzonder gering. Niet alleen moeten zij aan de wettelijke voorwaarden voldoen om als groepsvertegenwoordiger op te treden, tevens moeten zij voldoende representatief zijn om de ganse groep consumenten te vertegenwoordigen én moeten zij de procedure ook prefinancieren. Indien de groepsvertegenwoordiger de procedure vervolgens verliest, blijven de kosten ook definitief ten hare laste. Het lijkt er dan ook naar dat op vandaag enkel Test-Aankoop de meest geschikte groepsvertegenwoordiger is. Consumenten zijn dus volledig afhankelijk van het initiatief van Test-Aankoop om een collectieve procedure in te stellen. Indien zij zou nalaten om een procedure in te stellen, dan zal er met betrekking tot dat schadegeval geen collectieve procedure worden gevoerd en zullen de consumenten toch nog moeten teruggrijpen naar de klassieke proceduremechanismen.

De wet is dus een nieuwigheid in het Belgisch recht, kan er een stormloop op de rechtbanken worden verwacht?

Ik denk dat dit niet het geval zijn. De wet is ondertussen twee jaar in werking en er zijn (op datum van het afronden voor het onderzoek van deze publicatie) nog maar twee procedures opgestart. Dit heeft verschillende oorzaken maar heeft wellicht vooral te maken met het toepassingsgebied. De vorderingen kunnen slechts ingesteld worden voor schadegevallen waarvan de oorzaak dateert van na 1 september 2014 (datum van inwerkingtreding van de wet). Oudere schadegevallen komen dan ook niet in aanmerking. De vordering kan ook enkel worden ingesteld voor inbreuken op het consumentenrecht en voor zover de inbreuk wordt begaan door een onderneming op [1] een bepaling in het contract dat werd gesloten met de consumenten of [2] op een wettelijke bepaling die staat opgesomd in een limitatieve lijst die is opgenomen in de wet. Ook het feit dat enkel de groepsvertegenwoordiger de vordering kan instellen, werkt als een eerste filter en zorgt ervoor dat er geen bestorming van de rechtbanken zal plaatsvinden.


 



Bron: Emilie DE BAERE, “Rechtsvordering tot collectief herstel”, Handels- en economisch recht - artikelsgewijze commentaren.

De volledige tekst vindt u in de uitgave 'Handels- en economisch recht - artikelsgewijze commentaren'. Klik hier voor meer informatie over 'Handels- en economisch recht - artikelsgewijze commentaren'.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over de rechtsvordering tot collectief herstel.


Gepubliceerd op 08-09-2016

  79