Raadsheer Bruno Lietaert: ‘Er is werk aan werklustvermeerdering’

Uit De Juristenkrant nr. 388 van 1 mei 2019

Op woensdag 24 april 2019 maakten magistraten en advocaten in het kader van de jaarlijkse actiedag voor justitie opnieuw hun eisen over aan de minister van Justitie. Bruno Lietaert, waarnemend voorzitter van Magistratuur & Maatschappij, zet in De Juristenkrant de verzuchtingen nog eens op een rijtje.

Gepubliceerd op 07-05-2019

Ruth Boone
Bruno Lietaert
(c) Wouter Van Vaerenbergh

Een toegankelijke justitie voor iedereen, een transparante verdeling van de middelen, beheersautonomie waarbij de onafhankelijkheid gewaarborgd is, gerechtsgebouwen in onberispelijke staat, een performant en geïntegreerd informaticasysteem, en een overheidsdienst die beantwoordt aan de eisen van de rechtsstaat. Dat zijn in het kort de eisen van de initiatiefnemers van de actiedag ‘66 dagen om justitie te redden’. Lietaert: ‘De huidige beleidsmakers hebben drie belangrijke keuzes gemaakt: een besparingsbeleid, klemtoon op het primaat van de politiek en op het bestraffende eerder dan het preventieve. Denk aan het wetsvoorstel dat vorige week werd goedgekeurd om straffen onder de drie jaar nu effectief uit te voeren. Het is kenschetsend voor dit beleid: men voorziet geen middelen en vraagt zich niet af of het haalbaar is. Zou men niet beter herstelgericht en preventief proberen te werken?’

‘Dat is de context vandaag. Dat zijn politieke keuzes. Maar de besparingen op de publieke diensten leiden wel tot toestanden zoals de moeizame opvolging van dossiers van mensen met een beperking door de Federale Overheidsdienst sociale zekerheid. Bij ons op justitie is dat ook aan de gang. De toegang tot het gerecht is te moeilijk geworden. De grenzen zijn overschreden. Het is begonnen in 2007 met de invoering van de rechtsplegingvergoeding. In de arbeidsgerechten hebben we toen een daling vastgesteld van het aantal zaken van vrouwelijke werknemers die wegens zwangerschap ontslagen werden. Er was een element van onzekerheid in de procedure geslopen, door die rechtsplegingsvergoeding, en dus procedeerden vrouwen minder. Zo holt de strengere procedure ook het recht zelf uit.’

‘De huidige minister van Justitie heeft maatregelen genomen om de werklast te verminderen. Maar zijn maatregelen zorgen voor nieuwe drempels. Je gaat toch ook geen ziekenhuisbacterie bestrijden door de toegang tot het ziekenhuis te beperken? Wel, wij hebben een justitiebacterie, maar men bestrijdt die door de procedures moeilijker te maken, zoals door de beperking van het verzet of van beroep tegen de voorlopige hechtenis, de procedure over de niet-betwiste schuldvorderingen, de alleenzetelende rechter in hoger beroep, het OM dat minder tussenkomst in familiezaken… Daarnaast zijn er de oplopende kosten, door de stijging van de rolrechten, de invoering van de btw… Willen we echt dat de werkdruk op díe manier daalt? Een gewoon gezin brengt nu al veel moeilijker zaken voor justitie, zoals een bouwzaak. Is werklastvermindering dan geen eufemisme voor besparingen? De middelen moeten toch veeleer bepaald worden in functie van wat justitie hoort te betekenen voor de maatschappij dan in functie van de werklast. Maar die oefening wordt niet gemaakt.’

‘Er is nu een nieuw systeem waarbij de griffier bestraft kan worden als hij de rolrechten niet laat innen via Financiën. Men haalt de centen bij het laaghangend fruit. Tegelijk worden penale geldboetes en verbeurdverklaarde geldsommen onvoldoende geïnd. Men zou dat systeem van de rolrechten beter ook toepassen op de inning van die boetes. ‘Barabbas gaat, burger betaalt’, zo noemen veel magistraten dat in de wandelgangen. Het is een omkering van prioriteiten.’

Het hoger beroep werd beperkt, omdat er volgens de minister te veel onnodig werd geprocedeerd?

‘Ja, maar waarom is dat zo? En op welke cijfers baseert hij dat? Dat is volstrekt onduidelijk. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt: op eerste aanleg moet het te snel gaan, en daarom is een tweede reflectie vaak goed. Het is nodig om in de eerste aanleg te investeren. Daar wordt de werkdruk het scherpst gevoeld.’

Wat de betaalbaarheid betreft: er is nu een rechtsbijstandsverzekering ingevoerd, om tegemoet te komen aan de stijgende kosten voor een procedure. Wat vindt u daarvan?

‘In de huidige optiek is het zinvol, maar het is zeker geen tovermiddel. Het feit dat men een rechtsbijstandsverzekering moet invoeren, bewijst net dat justitie te duur is. Het is een vorm van privatisering. Dat is een politieke keuze. Maar het risico bestaat wel dat niet iedereen een verzekering zal nemen of krijgen, bijvoorbeeld als er een verzwaard risico is. Niet iedereen zal zich verzekeren, wat een probleem is op het vlak van gelijke toegang tot de openbare dienst.’

Kar voor het paard

‘Er is ook goed nieuws, dat ontken ik niet. De SUO’s, de wet op de bemiddeling, de wet waardoor verenigingen in rechte kunnen optreden, de inspanningen voor een nieuw strafwetboek. Het is niet zwartwit. Maar globaal wordt de rechterlijke macht in de geest van het primaat van de politiek weggedrukt. Het antagonisme tussen politiek en gerecht is er altijd geweest, en onze beslissingen zullen nog wel op kritiek stuiten van de politiek. De premiers Verhofstadt en Leterme zeiden ook dingen die niet mals waren, maar nu gaat men een stap verder. Theo Francken die zegt dat hij een rechterlijke beslissing niet zal uitvoeren, minister Geens die de commissie voor de gerechtskosten niet wil benoemen, of die het wettelijk kader voor het aantal magistraten naast zich neerlegt. Het is meer dan ongepaste retoriek, zelfs het Grondwettelijk Hof moest al tal van wetten vernietigen.’

Wat die kaders betreft, geeft zelfs het College van hoven en rechtbanken toe dat er scheeftrekkingen zijn. Het blijft ondertussen wachten op een definitieve werklastmeting.

‘De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de minister om de wettelijke kaders in te vullen. Die werklastmeting moet er zeker komen. Sommige gerechtelijke entiteiten hebben het zwaar, andere minder, dat is een feit. Maar nu wordt er een verdeel-en-heerspolitiek gevoerd. We moeten eerst zeker zijn dat de budgetten er zullen zijn. Er zijn al veel inspanningen gebeurd, de arbeidsgerechten hebben bijvoorbeeld al een werklastmeting. Maar nu wordt de kar voor het paard gespannen. Men laat mensen lobbyen voor middelen, het kan niet zijn dat gerechtelijke entiteiten tegen mekaar opgezet worden. Nu leeft de vrees dat we tegen elkaar uitgespeeld zullen worden.’

‘Het gaat trouwens om meer dan alleen een werklastvermindering. Er moet ook gewerkt worden aan een werklustvermeerdering. Er zijn meer zaken mogelijk. Justitie moet meer gevaloriseerd worden, nu werken velen in krotten van gebouwen. We hebben een moderne informatica nodig maar die wordt nu geoutsourcet, wat een objectieve weergave van rechtspraak bedreigt. We vragen een volledige autonomie op het vlak van budget, zonder voogdij van de minister maar onder controle van het parlement, en in de strafuitvoering meer middelen om grote financiële en fiscale fraudedossiers tot een goed eind te brengen. Justitie is nu te traag en te complex.’

‘Ik zetel in het hof van beroep in zaken van sociaal strafrecht. Ik twijfel er soms aan of ik dat nog moet doen. Het zijn vaak moeilijke dossiers, waar je veel op moet studeren. Maar de boetes worden niet ingevorderd. Dat leidt tot een globaal gevoel van een existentiële crisis.’

U haalde de wet op de bemiddeling aan. U bent de vraag om meer bemiddeling genegen?

‘Ik ben een voorstander van bemiddeling, ik engageer me daarvoor ook in een vzw. Maar we moeten er wel over waken dat het niet opgedrongen wordt, zeker in zaken waar er bepaalde krachtsverhoudingen spelen, zoals in een conflict tussen een consument en een fabrikant, of tussen een verzekeraar en een consument. Het kan niet dat de economisch zwakkere niet een deel van zijn rechten opgeeft.’

De minister heeft voor de volgende legislatuur een investering van 750 miljoen gevraagd voor justitie: voor personeel en werkingsmiddelen, voor de gebouwen, voor informatica, voor de pro-Deo, en voor de gevangenissen.

‘Er worden nu allerhande beloftes gedaan. Ik heb een interview gelezen met de minister, waarin hij zei dat je altijd moet kijken naar wat iemand in het verleden heeft gedaan, om de toekomst te kennen. Welnu, sinds de jaren ’80 is er een structurele onderfinanciering van justitie, wijlen Marcel Storme maakte zich daar toen al kwaad over, en dat is eigenlijk nooit veranderd. In de laatste regeerperiode is er zwaar bespaard. Dat belooft dus weinig goeds.’

Justitiedebat

Op 10 mei 2019 verzorgt M&M een justitiedebat waar de politieke partijen hun visie komen verdedigen. Het debat begint om 18u, in de Aula van de UGent in de Voldersstraat 9, 9000 Gent.

  697