‘Potpourri II? Dan liever nog twee jaar wachten op echte hervorming’

‘De potpourri II van de minister van Justitie zou een punctuele aanpassing van de strafprocedure worden, om de werklast te verminderen en geld te besparen, zonder dat aan de fundamentele rechten van de partijen wordt geraakt. Dat laatste klopt alvast niet.’ Advocaat Laurens van Puyenbroeck is in een gesprek met De Juristenkrant hard in zijn kritiek op de aanpassingen aan de strafprocedure die onlangs zijn goedgekeurd in de Kamercommissie Justitie. ‘Wat als de grote hervorming die men belooft, er niet komt, omdat de politici er weer niet uit geraken? Dan zitten we hiermee.’

Ruth Boone

[Dit is een fragment uit het interview. De volledige tekst kunt u lezen in De Juristenkrant van 9 december 2015 of via Jura] 

 
LaurensVanPuyenbroeckLaurens van Puyenbroeck was als wetenschappelijk medewerker betrokken bij de omvangrijke studie van de UGent naar de knelpunten in de huidige strafprocedure. In die studie, onder promotorschap van de proffen Gert Vermeulen en Philip Traest, wordt geen keuze gemaakt voor de ene of de andere procedurevorm: die keuze wordt overgelaten aan de beleidsmakers, maar de auteurs roepen hen wel op om ze ondubbelzinnig te maken. Het gaat daarbij voornamelijk om de keuze tussen een tweeledig of een geïntegreerd vooronderzoek (met of zonder onderzoeksrechter en gerechtelijk onderzoek), en tussen een accusatoir of een inquisitoir systeem. ‘Het volstaat met andere woorden niet om, zoals de voorbije jaren is gebeurd, knelpunt per knelpunt aan te pakken, naargelang de omstandigheden van het moment. Wat nodig is, is een duidelijke visie, een duidelijke keuze voor het soort strafprocedure dat we willen. Eens die keuze is ge-maakt, kan er een coherent geheel ontstaan, waarbinnen alle knelpunten ook consequent kunnen worden opgelost’, stelt van Puyenbroeck. Maar die keuze wordt niet gemaakt, terwijl er wel al fundamentele aanpassingen gebeuren aan de rechten van de partijen, vindt hij. Hij wijst daarbij op de uitbreiding van de mini-instructie tot de huiszoeking, en de invoering van een guilty-pleaprocedure.

[...]

‘Uit ons onderzoek is gebleken dat het risico op willekeur en misbruik bij procedures van schulderkenning toeneemt naarmate de onderhandelinsmarge ruimer is. Als je dat dan koppelt aan weinig participatie voor de verdediging tijdens het vooronderzoek, wordt het onevenwicht nog groter. En daarnaast zal de regeling van de rechtspleging hoogstwaarschijnlijk afgeschaft worden: dat betekent dat het OM in alle vooronderzoeken de eindbeslissing heeft. Het evenwicht wordt te veel verstoord. Maar het algemeen klimaat zorgt voor een draagvlak daarvoor. En het OM heeft blijkbaar een goede lobby georganiseerd. Niet moeilijk ook, op het kabinet zit een niet gering aantal prominente leden van het OM. De grote verliezers van potpourri II zijn de procespartijen en de verdediging in het bijzonder.’

[...]

  

Van Puyenbroeck wijst op de moeilijke omstandigheden waarin strafrechtadvocaten moeten werken, maar is anderzijds ook streng voor de eigen beroepsgroep. ‘We moeten ons grondig gaan bezinnen over de manier waarop we het beroep invullen. Het wordt tijd dat we eigen controles invoeren, om een minimumkwaliteit te garanderen. De problemen met Salduz-advocaten die veel zaken willen binnenrijven maar geen kwaliteit leveren, blijven bestaan. Met de uitbreiding van de Salduz-bijstand vanaf 2016 wordt die bijstand nog belangrijker. Daarom moet ook de pro-Deowerking dringend aan-gepakt worden. Kwaliteit kost geld. Het huidige systeem is nefast, omdat het parasieten voedt, die zoveel mogelijk zaken willen binnenrijven, zonder kwaliteit te leveren.’

[Dit is een fragment uit het interview. De volledige tekst kunt u lezen in De Juristenkrant van 9 december 2015 of via Jura.] 

Gepubliceerd op 10-12-2015

  179