Pol Van Iseghem, voorzitter van het College van hoven en rechtbanken: 'Korpschefs zijn doordrongen van nieuwe manier van werken’

Over de lange weg naar het autonoom beheer

Het eerste mandaat van het College van hoven en rechtbanken loopt stilaan ten einde. Na de aanvankelijke alarmkreet in 2015 over de besparingen bij justitie, werkte het College de afgelopen jaren in de luwte aan de uitwerking van het verzelfstandigd beheer van hoven en rechtbanken. Volledige autonomie hebben de rechtscolleges in 2019 nog altijd niet, maar voorzitter Pol Van Iseghem wijst er in De Juristenkrant op dat er belangrijke stappen zijn gezet. Er werd een HR-beleid uitgetekend, en het College werkt verder aan een performante werklastmeting. ‘We zijn het verplicht aan de rechtzoekende om de middelen en budgetten optimaal te benutten.’

Gepubliceerd op 11-04-2019

Ruth Boone
Pol Van Isegem
(c) Wouter Van Vaerenbergh

De rol van het College in het HR-beleid bestaat uit het opstellen van vacatureplannen.

'Vroeger werden die opgemaakt als er geld beschikbaar was. Nu gebeurt dat maandelijks. We doen een voorstel aan de administratie. Zij kennen de prioriteiten van de minister, en er wordt rekening gehouden met de prioriteiten van de lokale directiecomités. We weten wat een plaats kost. Bij het opstellen van die vacatureplannen kijken we altijd naar waar de nood het hoogst is.’

Hoe zit het met de werklastmeting, in de wetenschap dat de vorige niet echt breed gedragen was?

'We moeten af van het imago dat we werkschuw zijn. Je zou eens een dag moeten meelopen met een rechter of een griffier, dan zou je zien welke bergen werk er verzet worden.’

‘Anderzijds moeten we erkennen dat de wettelijk kaders historisch gegroeid zijn en dat er inderdaad een aantal scheeftrekkingen zijn. Sommige rechtbanken werden te gul bedeeld -  een minister uit je gerechtelijk arrondissement hebben kon dan helpen - andere te karig. En bij nog andere zit het goed. Het College is nu een structurele meting aan het proberen uitbouwen, samen met de steundienst en de dienst monitoring.' (...) 

'De betrachting van het College is om met iedereen aan tafel de best practices te bekijken, en die als voorbeeld voorop te stellen. Zo kunnen we ook op eenduidige manier cijfers produceren. Dat is een juiste basis om mensen en middelen toe te wijzen.’

‘Dat is een onderdeel, maar het belangrijkste is ons allocatiemodel. Aan de hand van een aantal criteria verdelen we de beschikbare budgetten. Daarvoor hebben we een aantal producten bepaald, bijvoorbeeld een vonnis bij verstek, of een aanstelling van een deskundige. We gaan na wat die kosten aan uren van magistraten en personeel. De vermenigvuldiging van het aantal producten met de benodigde inzet aan mensen en middelen geeft een goed idee van de noden. Zo kan je op basis van de inschatting van het aantal toekomstige zaken budgetten bepalen die je nodig zou hebben om een rechtbank te laten draaien.’

Zijn de korpschefs klaar voor het autonoom beheer?

‘Ik zie nu al veel initiatieven om het managementdenken dagelijks in de praktijk te brengen. Toen de ondernemingsrechtbanken geconfronteerd werden met nieuwe wetgeving over de ontbinding van ondernemingen, hebben we nog voor de wet in werking was getreden, een gemeenschappelijke manier van werken afgesproken en in modellen gegoten. Dat zorgt ervoor dat bij de invoering van de wet, we voor 90 procent de wet uniform toepassen. De korpschefs zijn doordrongen van die nieuwe manier van werken.’ (...)

'Als je nu een röntgenfoto zou nemen van de doorsnee korpschef, zou je een verjonging en vernieuwing van ideeën vaststellen. De starheid is verdwenen, er zijn nieuwe denkpistes.'

  572