Philippe Van Linthout: ‘Macht moet gecontroleerd worden’

Aan het eind van het gesprek leest hij het artikel 56 nog even voor: ‘De onderzoeksrechter draagt de verantwoordelijkheid voor het onderzoek dat zowel à charge als à décharge gevoerd wordt. Hij waakt over de wettigheid en loyauteit van de bewijsmiddelen die worden verzameld. Eigenlijk zou dit boven iedereen zijn deur moeten hangen.’ Philippe Van Linthout, de nieuwe co-voorzitter van de beroepsvereniging van onderzoeksrechters, vat het bestaansrecht van zijn job daarmee samen. ‘Napoleon zei het al: de grootste macht van een onderzoeksrechter is niet dat hij iemand kan aanhouden maar wel dat hij iemand niet kan aanhouden.’

Dirk Leestmans

Dit is een fragment uit het interview. De volledige tekst kunt u lezen in De Juristenkrant nr. 299 (3 december 2014) of via Jura.be. 

PhilippeVanLinthoutPhilippe Van Linthout nam sinds kort de fakkel van de beroepsvereniging over van Karel Van Cauwenberghe. Opvallend is wel dat hij niet meer alleen aan het hoofd staat. ‘Dat is een heel bewuste keuze. Er komt nogal wat werk op een voorzitter af en dan is het goed het werk te kunnen verdelen.’ En er is nog iets. ‘Ik merk ook dat er in dit land twee rechtsculturen leven. Dat is overigens niet nieuw, dat is zo oud als België. En wat mij betreft is dat gegeven verrijkend. Je kan alleen maar leren van elkaar. Om iedereen goed aan boord te houden, is het goed een voorzitter te hebben in de twee landsdelen. Met twee co-voorzitters blijven we zo ook alerter voor wat er leeft bij de respectievelijke achterban. En de afspraak is ook dat we als vereniging altijd unisono naar buiten zullen treden. Als belangengroep, want dat zijn we, is het ook slagkrachtiger om alle onderzoeksrechters te vertegenwoordigen.’


 

[...]

WETTEN EN PROCEDURES

- Magistraten moeten zich meer uitspreken in de media?
‘Zeer zeker. Kijk naar de medische wereld. Ook die mensen leggen uit dat er soms iets verkeerd loopt. Toch is er niet de perceptie dat er elke dag iemand sterft op de operatietafel. Gelukkig maar, want weinig mensen zouden zich goed voelen bij hun arts. Maar als er bij ons iemand een handtekening vergeet te plaatsen, halen we dagenlang Het Journaal. En de weerslag daarvan op het hele apparaat is nefast.’


- U drukt de problematiek van procedurefouten nu wel heel eufemistisch uit?
‘Akkoord, misschien worden er fouten gemaakt die erg belangrijk zijn. Maar ik mis in de berichtgeving hoe dan ook de juiste context. En ik mis vooral de balans. Naast de dingen die af en toe fout gaan, staan er honderden dingen die goed gaan. Nieuws over justitie is haast per definitie slecht nieuws.’

- Is dat alleen een perceptieprobleem?
‘Neen, want daarmee zouden we de reële problemen ontkennen. Evident zijn er bij de magistraten ook mensen die hun job niet goed doen. Dat is in elke beroepsgroep zo.’
‘Je kan justitie altijd afrekenen op enkelingen die het fout hebben gedaan. Ik ontken die fouten ook niet. En in het verle-den is er inderdaad, laat ons zeggen, onhandig omgesprongen met bepaalde magistraten. Maar sla ons daar niet mee dood.’
‘De vraag is ook wat nuttige sancties zouden kunnen zijn. Als ik in alle hectiek van mijn dagelijks werk een handtekening vergeet te zetten, moet dat dan betekenen dat het hele onderzoek in de prullenbak moet?’

- Beweert u nu dat er overdreven aandacht is voor vormfouten?


[...]

TOUWTJES IN HANDEN

[...]

- Hebt u als onderzoeksrechter het gevoel dat u het onderzoek effectief leidt, dat u de touwtjes in handen hebt?
‘Zeer zeker. Ik weet dat ik een ambetante reputatie heb bij politiemensen omdat ik inderdaad het onderzoek leid. In mijn onderzoek ben ik de baas.’

- Maar uw mogelijkheden zijn wel beperkt. U bent bijvoorbeeld afhankelijk van de politie, wat mensen en midde-len betreft?
‘Dat is zo. Wij kunnen niet alles op het terrein laten bewegen. Veel hangt inderdaad af van de capaciteit die de politie ter beschikking stelt.’

- En waarover u niets te zeggen hebt?
‘Neen, maar het openbaar ministerie ook niet. Terzijde, er zijn wel regels in het wetboek van strafvordering die mogelijk-heden bieden om extra capaciteit te krijgen.’
‘Maar de facto is het inderdaad zo dat je deels afhankelijk bent van de politie. Daar staat tegenover dat de politie je als onderzoeksrechter ook nodig heeft om bepaalde zaken gedaan te krijgen. Als ze bij mij een huiszoekingsbevel komen vragen in een dossier en ze spelen met mijn voeten in een ander dossier, denkt u dan dat ik geen macht heb?’
‘Let wel, het is geen koehandel. Macht heeft ook met respect te maken. Ik leg mijn beslissingen uit en daarmee krijg je begrip. Maar als je de macht hebt om iets al dan niet toe te laten, heb je controle. En precies daarom is het belangrijk dat die bevoegdheden bij een onderzoeksmagistraat liggen en niet bij een parketmagistraat, omdat onze afstand tegenover de politie, het beleid, de minister... nog altijd groter en dus afstandelijker is. Dat laat ons toe om ook ‘neen’ te zeggen.’

[...]

- Er is sinds kort ook de voorlopige hechtenis onder de vorm van elektronisch toezicht. Werkt dat systeem goed?
‘Afgezien van het feit dat het voor ons extra werk is zonder extra middelen, moet gezegd worden dat het goed werkt. We passen het ook vaak toe. Er is ’n efficiënte controle op, beter dan op het gewone systeem van elektronisch toezicht. En dat is maar goed ook, want het gebeurt geregeld dat mensen hun bandje doorknippen. De politie reageert daar gevat op en in de meeste gevallen worden die mensen snel opgepakt.’
‘Er blijft wel een probleem van onvoldoende elektronische bandjes, waardoor mensen in afwachting daarvan toch nog enkele dagen in de gevangenis zitten, wat niet echt de bedoeling is. Overigens is het effect op de overbevolking te ver-waarlozen. Het aantal mensen in voorarrest in de gevangenissen blijft plusminus hetzelfde. Maar dat mag je ons niet verwijten. In dit land kampen we nog steeds met een gebrek aan gevangeniscapaciteit. En dat laatste laat zich dan weer voelen bij de gebrekkige strafuitvoering van straffen onder de drie jaar. Het gepaste en snelle signaal aan mensen die een straf kregen tot drie jaar, is er nog steeds niet.’

- En dat frustreert u?
‘Ja, net zoals iedereen die binnen justitie werkt.’
‘Het is makkelijk om kritiek te geven op justitie, maar ik garandeer u dat hier ontzettend veel mensen werken die dag en nacht het beste van zichzelf geven. Maar het sluitstuk van het systeem ontbreekt. Ik zie hier geregeld mensen met een gevuld strafblad van kleine straffen die nog nooit één dag in de gevangenis hebben gezeten. Maar op papier blijft men wel alles optellen. Die mensen plegen opnieuw een feit, krijgen opnieuw een kleine straf, en op een dag worden al die kleine straffen bij elkaar gekletst en vliegen ze ineens voor jaren achter de tralies. Dat kan je niet correct noemen.’

- Er blijft ook het financiële probleem?

[...]

(De auteur is journalist bij de VRT Nieuwsdienst)

Biografie
NAAM:
Philippe VAN LINTHOUT
°1972
LOOPBAAN:
  • Licentiaat rechten, KU Leuven (1995)
  • D.E.A. de Droit pénal et de sciences pénales, Paris II (1996)
  • Advocaat, balie Gent (1996-1998)
  • Gerechtelijk stagiair, parket Dendermonde (1998-2000)
  • Substituut-procureur des Konings, parket Dendermonde (2000-2006)
  • Onderzoeksrechter rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen (vanaf 2006)

Dit is een fragment uit het interview. De volledige tekst kunt u lezen in De Juristenkrant nr. 299 (3 december 2014) of via Jura.be. 

Gepubliceerd op 04-12-2014

  643