Peter Callens: ‘De tijd is niet rijp voor een orde van advocaten’

Uit De Juristenkrant nr. 413 van 9 september 2020

De Orde van Vlaamse Balies heeft een nieuw bestuur, en een nieuwe voorzitter, Peter Callens. Hij is M&A-advocaat in Brussel en tot voor kort was hij stafhouder van de Nederlandstalige Brusselse balie. Met hem overliep De Juristenkrant alvast de krachtlijnen van het beleid van de nieuwe ploeg. ‘We moeten onze stem luider laten klinken over de rechtstaat en de plaats van de advocaat daarin.’

U leest hieronder een aantal quotes uit het interview.

Gepubliceerd op 10-09-2020

Ruth Boone

[...]

‘Een derde belangrijke pijler van het beleid zal de aandacht zijn voor de plaats van de advocaat binnen de rechtstaat en de stem voor de advocatuur daarin. We moeten onze stem daarin luider laten horen, als inbreng in de discussie. Want daar doen zich echt wel problemen voor. Kijk maar naar de recente actualiteit. Maar er is nog veel meer dat structureel problematisch is.’

[...]

callens

U verwees naar de actualiteit. Hoe kijkt u bijvoorbeeld aan tegen de profilering van een aantal advocaten, bijvoorbeeld in de zaak-Chovanec?

‘Er zijn verschillende aspecten aan die zaak. Wat de houding van de advocaten betreft, zijn er twee dingen. Enerzijds heb je advocaten die optreden voor een partij in die zaak. Zij handelen in het beste belang van hun cliënt zoals zij dat zien. Het is een zeer gemediatiseerde zaak geworden. Zij spelen daarin de rol die ze denken te moeten spelen in het belang van hun cliënten. Anderzijds zijn er verklaringen van advocaten die geen partij in de zaak vertegenwoordigen en dat misschien nooit zullen doen. Daarin is de houding van de advocatuur de laatste jaren zeer sterk geëvolueerd naar een respect voor de vrije meningsuiting van elke advocaat. Het is niet omdat men advocaat is dat men geen mening zou mogen hebben over hoe een proces kan of zou moeten lopen of verbeterd zou moeten worden. We hebben als Orde het grootste respect voor de vrije meningsuiting. Natuurlijk blijft het wel zo dat de advocatuur een gereglementeerd beroep is en in die zin doelgebonden aan banden moet worden gelegd, en je als advocaat niet zomaar alles kan vertellen, maar ik kan perfect begrijpen dat de media op zoek zijn naar geautoriseerde bronnen die weten waarover ze het hebben en dat die info over hoe de zaak zou moeten worden behandeld bij uitstek bij advocaten kan worden gevonden.’

‘Wat ik wel mis, is een beetje respect voor de nabestaanden van het slachtoffer. Wat meer respect zou zeker op zijn plaats zijn. Men zou het bijvoorbeeld wel eens kunnen hebben over ‘de heer’ Chovanec.’

[...]

Ik sprak voor de zomer met een van de nieuwe bestuurders, Bram Vandromme, en hij wees erop dat heel wat advocatenkantoren nog helemaal niet mee zijn in de digitalisering. Is dat uit onwetendheid of uit wantrouwen tegenover de technologie?

‘Ik vrees dat er een combinatie bestaat van onkunde en gebrek aan bereidheid om te investeren, overgoten met een saus van conservatisme.’

‘Het is voor iedereen gemakkelijk om te blijven doen wat je doet. Het grote gevaar zit niet zozeer bij advocaten die zien dat hun praktijk aan het afkalven is, maar bij advocaten die overtuigd zijn dat alles goed loopt. Zij bouwen een achterstand op. Ze hebben een zeker comfort, maar de wereld gaat vooruit, bij de concurrenten en de cliënten, en ze zien het niet. Op zeker moment kunnen ze zo’n achterstand opgebouwd hebben, dat ze niet meer mee kunnen. Je ziet dat minder in de zeer grote kantoren met internationale uitstraling, maar meer in kantoren met een traditionele praktijk en met een trouw cliënteel. De zelfreflectie ontbreekt daar of ze wentelen zich in een conservatieve houding. Vanuit het idee van ‘ik kom nog altijd goed rond, en voor mij is dat goed genoeg’.’

[...]

En wat met de realisaties van het vorige bestuur in de organisatie van de OVB? Blijven die behouden? Ik denk aan de reorganisatie van de balie zelf.

‘Dat waren geen veranderingen in de diepte. Het ging niet om een copernicaanse omwenteling. De overgang naar een Orde van Vlaamse Advocaten zou dat wel zijn. Die is er niet gekomen. De tijd is er niet rijp voor. Nu, tot op grote hoogte is zij er wel al. We hebben de reglementering van het beroep grotendeels gecentraliseerd, er zijn nog maar een paar lokale reglementen, vaak over details. In die zin is de OVB eigenlijk al een OVA. Wat niet gelukt is, is het opheffen van de lokale ordes. De wet zou er ook ingrijpend voor gewijzigd moeten worden en je moet de Franstaligen mee krijgen. Het blijft een voorwerp van debat.’

[...]

  1378