‘Op termijn moeten we evolueren naar een Orde van Vlaamse advocaten’

‘Er is elke dag wel iets.’ Kati Verstrepen, de stafhouder van de Antwerpse balie zucht. ‘Het is moeilijk om de casuïstiek te overstijgen en een beleid te ontwikkelen.’ Toch is het dat laatste wat ze wil. ‘Ik wil vooral werken op transparantie en ervoor zorgen dat mensen geen angst meer zouden hebben om naar een advocaat te stappen.’ Een gesprek met De Juristenkrant over vier maanden stafhouderschap, ambitie, droom en daad en alles wat daartussen ligt. ‘Waarom doe ik dit in hemelsnaam?’

Hieronder leest u een fragment, het volledige interview kunt u lezen in De Juristenkrant van 28 januari 2015 (nr. 302) of via Jura.

Dirk Leestmans

KatiVerstrepen2015U zegt het alsof u er al spijt van hebt?
‘Neen, neen, absoluut niet. Maar stafhouder zijn is niet niks. Ik ervaar het als een zware en moeilijke taak. Het neemt je twee jaar lang helemaal in beslag.’
[...]

Wat wil u als stafhouder doen?
‘Ik wil vooral meer transparantie in het beroep. Ik wil dat de rechtzoekende duidelijkheid krijgt wanneer hij naar een advocaat stapt. De cliënt moet weten waaraan hij zich kan verwachten en wat hem dat zal kosten. Vandaar mijn oproep om met geschreven contracten te werken. Je kan nooit precies vooraf weten hoe een zaak zal evolueren, maar je kan wel werken met scenario’s en in functie daarvan tarieven opstellen. Toegegeven, zo’n inschatting maken is moeilijk, maar nu ook weer niet onmogelijk.’

[...]

Opvallend, de advocatuur is niet gevolgd in de hertekening van het gerechtelijk landschap. In het rechtsgebied Antwerpen zijn er momenteel nog drie balies en evenveel stafhouders. Is dat nog van deze tijd?
‘Ik begrijp zeer goed de terughoudendheid van de kleinere balies zoals Mechelen en Turnhout. Zij vrezen bij een eenma-king een opslorping. Het probleem zit ‘m misschien al in de naam.’

Als dat het probleem is, herdoop het dan tot de balie van Midden-Brabant?
(lacht) ‘Dat zou kunnen.’
(ernstig) ‘Maar ik begrijp dus de bezorgdheid van de Turnhoutse en Mechelse confraters die vrezen dat hun balie mis-schien wel ophoudt te bestaan terwijl die van Antwerpen gewoon blijft. We hebben daar als grootste balie wat makkelijker praten.’
‘Op het moment van de hervorming van het gerechtelijk landschap wisten we nog niet precies wat de gevolgen daarvan zouden zijn voor de rechtzoekenden én advocaten. En eigenlijk weten we dat vandaag de dag nog steeds niet.’

[...]

In het Sharia4Belgium-proces zagen we een advocaat van de Brusselse balie een verklaring afleggen, niet gehin-derd door het Antwerps reglement, terwijl de advocaten van de Antwerpse balie moesten zwijgen?
‘Dat klopt niet helemaal. Er is een Vlaams reglement ‘advocaat en media’ en dat is een reglement van de OVB dat bijge-volg voor alle Vlaamse advocaten geldt. Dat reglement bestaat overigens al langer. Het enige wat ik gedaan heb, is het in herinnering brengen. Het is immers de stafhouder van de plaats waar het proces plaatsvindt die de rechtsmacht heeft. Een advocaat in dat proces, van welke balie ook, heeft zich dus te schikken naar wat ik als stafhouder daarover te zeggen heb.’
[...]

Is de vervrouwelijking van het beroep een factor van betekenis?
‘Dat is een fenomeen dat je in alle geledingen van de samenleving ziet en de advocatuur ontsnapt daar niet aan. Er zijn aan de balie nog net iets meer mannen dan vrouwen, maar bij de eerstejaarsstagiairs is twee derde vrouw. Het genderone-venwicht kantelt dus. Maar meer dan dat valt daar eigenlijk niet over te zeggen. Vrouwelijke advocaten werken niet anders dan mannelijke advocaten.’
[...]

U deed onlangs een warme oproep aan de minister van Justitie om meer middelen voor het Bureau voor Juridische Bijstand.
‘Wij vragen een eerlijke vergoeding voor advocaten en daarbij denken we aan 75 euro bruto per uur. Wij pleiten niet voor een verhoging van het budget, dat zou niet realistisch zijn in deze tijden, maar het bestaande budget moet beter besteed worden.’
[...]


(De auteur is journalist bij VRT nieuwsdienst)

Dit is een fragment uit het interview, het volledige interview kunt u lezen in De Juristenkrant van 28 januari 2015 (nr. 302) of via Jura.

Gepubliceerd op 29-01-2015

  117