Only-onceprincipe: onbekend maakt onbemind

Jonathan De LandsheereHet principe van de unieke gegevensinzameling (only-onceprincipe) werd door de wet van 5 mei 2014 op algemene wijze ingevoerd in de werking van de federale overheidsinstanties. Jonathan De Landsheere licht dit beginsel en het belang ervan toe in een bijdrage die verschenen is in aflevering 336 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) van 17 februari 2016. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.


Betekenis en wetgevend kader

Het only-onceprincipe streeft een efficiënter overheidsapparaat na door op te treden tegen de praktijk van overheidsdiensten om meermaals dezelfde (identificatie)gegevens op te vragen bij burgers of ondernemingen.

Aangezien eerdere (versnipperde) wetsbepalingen er onvoldoende in slaagden om voormelde praktijk een halt toe te roepen, heeft de wetgever hieraan definitief paal en perk willen stellen door de invoering van de wet van 5 mei 2014 houdende verankering van het principe van de unieke gegevensinzameling ('Only-oncewet'). 

De Only-oncewet: inhoud en bijzonderheden

De Only-oncewet tracht voormelde doelstelling te bereiken door aan de federale overheidsdiensten onder meer de verplichting op te leggen om: 

  • gebruik te maken van unieke identificatiesleutels, zoals onder andere het rijksregisternummer of het ondernemingsnummer voor de identificatie van burgers en ondernemingen; en
  • hergebruik te maken van de gegevens die reeds beschikbaar zijn in authentieke bronnen bij de overheid.


Verder voorziet de Only-oncewet ook in de mogelijkheid om:

  • bestaande federale wetgeving in strijd met de Only-oncewet bij koninklijk besluit aan te passen; en
  • overheidsformulieren, die in strijd zijn met de bepalingen van de Only-oncewet, te melden aan de Dienst Administratieve Vereenvoudiging (DAV).

Sancties bij niet-naleving van de Only-oncewet?

De wet voorziet niet in sancties of boetes. Niettemin kan een inbreuk op deze wetgeving verregaande gevolgen hebben voor de betrokken overheidsdiensten wanneer hieromtrent gerechtelijk stappen worden ondernomen. Zo voorziet de wet onder meer in de mogelijkheid voor magistraten en griffiers om toegang te krijgen tot de logins en registraties van de elektronisch uitgewisselde berichten tussen overheidsdiensten. Deze bepaling kan derhalve een belangrijke rol gaan spelen bij de bewijsvoering omtrent inbreuken op het principe van de unieke gegevensinzameling.

Ondanks het feit dat het Only-onceprincipe in de praktijk vaak onbekend en daardoor onbemind is, mag de impact van dit principe op de verhouding en relaties tussen de (federale) overheidsdiensten en de burgers/ondernemingen niet worden onderschat. Het kan dan ook niet genoeg worden benadrukt dat het Only-onceprincipe in de dagelijkse praktijk van de advocaat of praktijkjurist alleen maar aan belang zal inwinnen, zeker nu het toepassingsgebied van dit beginsel door de Only-oncewet sterk werd uitgebreid. Op enkele uitzonderingen na is de wet volledig inwerking getreden op 14 juni 2014.


 


De auteur is advocaat.

Bron: Jonathan DE LANDSHEERE, “Only-onceprincipe. Het principe van de unieke gegevensinzameling”, NjW 2016, afl. 336, 98-103.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel.

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis het volledige artikel van Jonathan De Landsheere in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

Op Jura vindt u meer rechtsleer over het unieke gegevensinzameling.


Gepubliceerd op 17-02-2016

  128