Nog maar 6 Class Actions in ons land, VBO wil wet uitgebreid zien tot KMO’s

Dag van de Bedrijfsjurist 2017

Op de Dag van de Bedrijfsjurist 2017 werd de class action nog eens onder de loep genomen. Dat vertelde Saskia Mermans ons al eerder deze week. We geven u de belangrijkste bevindingen mee. 

Gepubliceerd op 10-11-2017

Johan Papen

In de drie jaar dat de Class Action-regels in voege zijn, zijn er in België op basis van die wet zes rechtszaken aangespannen: tegen reisorganisator Thomas Cook, spoorwegmaatschappij NMBS, autobouwer VW (Dieselgate), telecomaanbieder Proximus, ticketverkoper Evènementiel (over tickets voor een concert van Céline Dion en Groupon). Vier daarvan werden aangespannen voor een Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg, 1 voor een Franstalige rechtbank van eerste aanleg en 1 voor de Franstalige handelsrechter in Brussel. In slechts twee van die zaken – tegen Thomas Cook en de NMBS, die allebei werden opgestart in het najaar van 2015 – viel er ondertussen al een uitspraak. De andere zaken werden opgestart in het najaar van 2016, de zaak tegen Groupon pas in oktober van dit jaar.  

In zijn presentatie op de Dag van de Bedrijfsjurist op 9 november 2017 maakte Hakim Boularbah (ULg en Liedekerke Wolters Waelbroeck Kirkpatrick) een eerste analyse van de zes rechtszaken. “Het is een heel nieuw domein, met nieuwe regels en interpretaties, waarover nog geen rechtspraak bestaat waarop we kunnen terugvallen.”

Naast die algemene problemen stelde Bourlabah ook nog enkele elementen vast die heel specifiek zijn voor deze gevallen. Ten eerste is de aard van de zaak niet altijd duidelijk. In het geval van Thomas Cook was dat wel het geval. Er waren 182 passagiers, die allemaal op hetzelfde vliegtuig zaten, die allemaal zes uur vertraging hadden opgelopen en die allemaal een duidelijke prijs voor hun ticket hadden betaald. Ze hadden dus allemaal dezelfde schade geleden. In het geval van Proximus was dat niet zo duidelijk. Het ging daar om individuele gevallen, waarvan sommigen wel en andere niet op een aanbod waren ingegaan en waarbij er ook niet altijd een even duidelijke band was tussen oorzaak en gevolg.

Opt-in of opt-out?

Ten tweede kregen we in deze gevallen ook te maken met de keuze tussen opt-in en opt-out. In het optiesysteem met exclusie, wat men het het opt-outsysteem noemt, omvat de groep alle consumenten die door eenzelfde oorzaak een schade hebben geleden, behalve die consumenten die binnen de gestelde termijn aan de griffie van de rechtbank hebben laten weten dat zij niet tot de groep willen behoren. In het opt-insysteem is het omgekeerd: enkel de consumenten die dit uitdrukkelijk aan de griffie van de rechtbank hebben meegedeeld, behoren tot de groep. Vreemd genoeg moesten de 182 passagiers van het Thomas Cook-vliegtuig kiezen voor een opt-in. Dat was niet evident, vermits ze toch allemaal duidelijk in dezelfde situatie zaten. Bij Proximus daarentegen, waar het ging om individueel verschillende zaken, werd er dan weer gekozen voor een opt-out.

KMO's

Met de Fipronilcrisis hebben class actions een bijkomende facet gekregen, lichtte Philippe Lambrechts (VBO) toe. Daar ging het om volksgezondheid. Veel mensen herinneren zich nog de dioxinecrisis in de jaren negentig. Daarom, stelt het VBO, is het zinnig om de wet ook uit te breiden tot KMO’s. Het VBO verwijst met haar aanbevelingen naar de EU-definitie voor KMO’s (2003/361/EG van de Europese Commissie). Het materiële toepassingsgebied dat nu in de wet omschreven is, zou daarbij onaangeroerd blijven. Ook art. 1382 van het BW zou daarbuiten worden gehouden. Er komt dus geen extra-contractuele aansprakelijkheid. De uitbreiding van de wet tot KMO’s brengt duidelijk een aantal risico’s mee: het risico op een class action zal daarmee vergroten, de wet kan gebruikt worden als drukkingsmiddel en mogelijk gaan ook de verzekeringspremies omhoog. Maar daar staat tegenover dat 99 procent van de Belgische bedrijven een class action zullen kunnen indienen.

Wie dient in?

In theorie zijn er vier instanties die een class action kunnen indienen, maar in de praktijk is er maar 1 organisatie die daar tot dusver gebruik van maakte, nl. Test Aankoop. Lorelien Hoet van Proximus stelde zich daar vragen bij. 'Ten eerste wordt er bij zo’n proces geen debat gevoerd tussen gelijke partners, want meestal werd het proces al uitgebreid gevoerd in de media. En ook Test Aankoop heeft eigen belangen te verdedigen: het verdedigt de belangen van en verleent diensten aan de leden, van wie ze voor hun werking financieel afhankelijk zijn. Bovendien moeten we ons de vraag stellen welk mandaat Test Aankoop heeft ten overstaan van niet-leden die in de Class Action betrokken zijn. En tot slot rijst ook de vraag hoe het zit met de privacy van de Test Aankoop-leden op het moment dat de betrokken gegevens moeten worden uitgewisseld.'

  259