Nieuwe regelgeving vanaf 1 mei 2017

1 mei 2017We verzamelden voor u een selectie van regelgeving die ingaat vanaf 1 mei 2017. De links naar Jura krijgt er u ineens bij.

Tarieven voor onmiddellijke inning verkeersovertredingen 5 procent hoger vanaf 1 mei
Vanaf 1 mei 2017 stijgen de tarieven voor onmiddellijke inning en consignatie voor overtredingen op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan met 5 procent. Zo verhoogt de onmiddellijke inning voor een overtreding van de eerste graad van 55 naar 58 euro. Een overzicht vindt u op polinfo.be.

Koninklijk Besluit van 23 april 2017 tot wijziging van de bedragen bedoeld in het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer, BS 27 april 2017.
Besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer, wat betreft de verhoging van de sommen, BS 28 april 2017.
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 maart 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer voor wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, BS 28 april 2017.
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 april 2017 tot inwerkingtreding van het besluit van 9 maart 2017 betreffende de wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer voor wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, BS 28 april 2017.
Besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer, BS 25 april 2017.

Verplichte bijdrage aan Fonds voor juridische tweedelijnsbijstand
Vanaf 1 mei 2017 moet iedereen die door een strafgerecht wordt veroordeeld 20 euro betalen aan het ‘Fonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’. Net als elke eisende partij in burgerlijke zaken. Justitie zal de extra inkomsten gebruiken om het systeem van de juridische tweedelijnsbijstand betaalbaar te houden.

Koninklijk besluit van 26 april 2017 tot uitvoering van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, BS 27 april 2017.


 

Fiscus verstuurt laatste herinnering tot betalen niet langer aangetekend
Vanaf 1 mei 2017 zal de fiscus de laatste herinneringsbrief voor onbetaalde inkomstenbelastingen niet langer aangetekend versturen, maar met een gewone brief.

Wet van 20 februari 2017 tot wijziging van artikel 298 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de herinneringsbrieven voor onbetaalde inkomstenbelastingen, BS 15 maart 2017.


Functionele tweetaligheid federale topambtenaren komt eraan

Op 1 mei 2017 is het zover. Bestaande houders van een managementfunctie in de centrale diensten van de FOD’s en POD’s krijgen vanaf dan 30 maanden om te slagen voor een taalexamen dat hun functionele taalkennis aantoont. Nieuwe mandaathouders krijgen tot zes maanden na hun aanstelling om te slagen voor het taalexamen. Ook leidinggevende ambtenaren die ambtenaren van een andere taalrol evalueren, moeten hun taalkennis van de andere taal aantonen.  En wie een functie uitoefent die de eenheid in de rechtspraak verzekert moet zelfs twee taalexamens afleggen.

Koninklijk besluit van 24 februari 2017 houdende de uitvoering van artikel 43ter, § 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, BS 3 maart 2017


Vanaf 1 mei gecombineerd traject voor rup en plan-mer

Met haar integratiedecreet van 1 juli 2016 besliste de Vlaamse overheid om het traject van de plan-milieueffectrapportage (plan-mer of plan-mer-screening) en diverse andere effectbeoordelingen te integreren in het planningsproces van de gewestelijke, provinciale en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (rup’s).
Met een uitvoeringsbesluit van 17 februari 2017 laat de Vlaamse regering die maatregel ingaan op 1 mei aanstaande.
Het besluit regelt bovendien de digitalisering van het gecombineerde traject, de inspraak van het grote publiek, en de adviesverlening door allerlei instanties.

Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 betreffende het geïntegreerde planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen, planmilieueffectrapportage, ruimtelijke veiligheidsrapportage en andere effectbeoordelingen, BS 28 maart 2017.

Stedenbouwkundige verordeningen in openbaar onderzoek en afgebakende kernwinkelgebieden

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) bepaalde al dat het grote publiek zich in de toekomst zou kunnen uitspreken over ontwerpen van gewestelijke, provinciale en gemeentelijke stedenbouwkundige verordening. Maar de VCRO liet het aan de Vlaamse regering over om te bepalen wanneer die maatregel zou ingaan en hoe het openbaar onderzoek zou verlopen. De codex zelf eiste alvast dat het openbaar onderzoek 30 dagen zou duren en dat het zou aangekondigd worden in het Belgisch Staatsblad.
De Vlaamse regering vult die bepalingen nu aan en laat de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren, ingaan op 1 mei 2017.

Het decreet op het integraal handelsvestgingsbeleid (DIHB) voorzag al dat de steden en gemeenten kernwinkelgebieden zouden kunnen afbakenen in gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en stedenbouwkundige verordeningen. Een besluit van 17 februari 2017 laat die mogelijkheid ingaan op 1 mei 2017, samen met de verplichting om de ontwerpen van stedenbouwkundige verordening in openbaar onderzoek te laten gaan.

Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 houdende regeling van het openbaar onderzoek over stedenbouwkundige verordeningen, BS 14 maart 2017.


 

Termijn voor accrediteringsaanvraag tandartsen voortaan op straffe van verval

Tandartsen die willen geaccrediteerd worden, moeten elk jaar hun individueel aanwezigheidsblad met daarop hun deelnames aan de intercollegiale toetsing (peer review) en aan bijscholingsactiviteiten bezorgen aan het Riziv. Dat moet gebeuren voor 31 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de accreditering wordt gevraagd. Die termijn was tot nu een ordetermijn. Tandartsen die te laat waren met hun aanvraag ondervonden hiervan geen nadeel. Ze konden nog altijd geaccrediteerd worden. Maar die termijn wordt nu – op vraag van de Stuurgroep kwaliteitspromotie tandheelkunde – een vervaltermijn. Tandartsen die hun accrediteringsaanvraag na 31 maart indienen, kunnen niet meer geaccrediteerd worden voor het jaar daarvoor. Wat dus betekent dat ze voor dat jaar geen accrediteringspremie kunnen krijgen.
Een KB van 20 februari 2017 voert die verstrenging door in de reglementering. De Stuurgroep kwaliteitspromotie tandheelkunde – die beslist over de accreditering – beschouwt die termijn al langer als een vervaltermijn. Dat staat al zo in haar accrediteringsreglement voor 2016. Door die vervaltermijn nu ook in de reglementering te verankeren, wordt die voorwaarde nu ook juridisch afdwingbaar.
Het nieuwe KB van 20 februari 2017 treedt in werking op 1 mei 2017.

Koninklijk besluit van 20 februari 2017 tot wijziging, wat betreft de accreditering van tandheelkundigen, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 8 maart 2017.


 

Gepubliceerd op 02-05-2017

  125