Minnelijke invordering van schulden: welke rol voor advocaten?

Renate GillisBart VerbelenTalrijke wetgevende en deontologisch geïnspireerde initiatieven trachtten de misbruiken bij de minnelijke invordering van schulden aan banden te leggen. Renate Gillis en Bart Verbelen bespreken de wijzigingen die de wet van 20 december 2002 al onderging en welke wijzigingen zich nog zullen aandienen. Zij belichten daarbij voornamelijk de rol van de gerechtsdeurwaarders en de advocaten. Hun bijdrage verscheen in aflevering 327 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) van 30 september 2015. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Het zijn specifiek de beroepsgroepen van advocaten en gerechtsdeurwaarders die men viseerde naar aanleiding van een aantal wantoestanden die gepaard gingen bij de invorderingen van geldschulden bij consumenten. Met kritische blik kijken de auteurs naar reeds uitgevoerde wetswijzigingen, maar ook naar wetgevende initiatieven in de pijplijn die de kaarten grondig dooreen zouden kunnen schudden – mogelijks zelfs ten goede.

Hoewel de wet aanvangt met een aantal definities, zorgde de invulling van een aantal begrippen al snel voor problemen. In de zoektocht naar een evenwicht tussen de belangen van schuldeisers en schuldenaars kiest de wetgever vaak al te lichtzinnig voor die laatste groep. Talrijke en naderhand onoverzichtelijke wetswijzigingen volgden, met als belangrijkste wijziging de wet van 27 maart 2009. Eén en ander heeft wel eens tot gevolg dat de rechtscolleges door de bomen het bos niet meer zien, wat leidt tot creatieve maar niet te ondersteunen rechtspraak.

Hoewel de bekritiseerde misbruiken zich voornamelijk voordeden bij een beperkt aantal gerechtsdeurwaarders, worden advocaten immers zonder aanwijsbare reden mee betrokken in het toepassingsgebied van de wet. Het nut van deze uitbreiding werd evenwel nooit terdege onderzocht. De tussenkomst van het Grondwettelijk Hof op verzoek van enkele ordes bracht evenmin soelaas nu het gros van de wetswijzigingen niet vernietigd werd.

In tegenstelling tot het bestaande wantrouwen ten opzichte van advocaten en gerechtsdeurwaarders, koppelde de wetgever in 2013 een verjaringsstuitende werking aan de minnelijke ingebrekestelling door advocaten en gerechtsdeurwaarders. Eind 2014 werden evenwel nieuwe voorstellen gedaan om de consument nog meer te beschermen. Of er in dit licht de lege ferenda nog een rol weggelegd zal zijn voor de advocaat is een vraag die hoogstwaarschijnlijk niet lang meer onbeantwoord zal blijven.

Het is van groot belang de geest van deze wet met gezond verstand te benaderen en op een juridisch correcte wijze tot zijn recht te laten komen. Met betuttelende regelgeving is ook de schuldenaar-consument niet gebaat.



De auteurs zijn advocaat.

Bron: Renate GILLIS en Bart VERBELEN, “Minnelijke invordering consumentenschulden. Wet van 20 december 2002: afweging tussen bescherming en onwerkbare gestrengheid”, NjW 2015, afl. 327, 570-581.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel.

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis het volledige artikel van Renate Gillis en Bart Verbelen in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

Op Jura vindt u meer rechtsleer over minnelijke invordering van consumentenschulden.


Gepubliceerd op 30-09-2015

  158