Michel Tison (UGent): ‘Het laatste masterjaar als praktijkjaar zou een verschraling zijn’

De universiteiten staan niet te springen voor de hervorming van de stage die het rapport over de modernisering van de advocatuur voorstelt. Begin februari hadden de decanen van alle rechtsfaculteiten van het land nog een brief geschreven aan de balies over de samenwerking tussen de balies en de universiteiten. De Juristenkrant ging praten met Michel Tison, decaan van de faculteit recht en criminologie van de UGent, en over dat thema spreekbuis van de decanen. ‘Het is niet aan ons om sociale drempels tot het beroep op te werpen.’ We vroegen hem en passant nog naar wat andere zaken over de rechtenopleiding. ‘De master rechten mag geen louter technische opleiding worden.’

Gepubliceerd op 29-03-2018

Annelien Keereman
decaan-rug-michel-tison-juristenkrant-24
Michel Tison - (c) Wouter Van Vaerenbergh

[...]

‘De Orde van Vlaamse balies en avocats.be willen heel sterk inzetten op een beroepsgeoriënteerde certificaatsopleiding vòòr de mensen aan hun stage beginnen. Het probleem daarmee is dat het een socialezekerheidsprobleem creëert: tijdens die opleiding van vier-vijf maand zijn ze geen student meer, maar ook nog niet ingeschreven als zelfstandige, en zitten ze ook zonder inkomen. De universiteiten willen niet meedoen aan een systeem dat zo’n probleem in het leven roept.’

[...]

Ook het feit dat men de stage pas zou kunnen aanvatten na het behalen van het bijkomende beroepscertificaat, stelden we in vraag. Als het doel van een bijkomende beroepsopleiding is om juristen beter inzetbaar te maken in de advocatuur, is het toch evident dat het ‘werkplekleren’ een essentiële component vormt van zo’n opleiding. Hoe kunnen de ordes dan voorhouden dat het zinvol is om de stage pas na de beroepsopleiding te laten aanvatten? Of is de werkelijke agenda van de ordes botweg het opwerpen van nieuwe drempels voor de toegang tot het beroep? De universiteiten voelen zich niet geroepen om in zo’n neocorporatistische agenda mee te stappen.

[...]

‘Het vier-plus-een-idee klinkt aantrekkelijk - zeker in combinatie met een inkorting van de stage -, maar we moeten goed kijken wat we winnen en wat we verliezen. In mijn ogen zijn die vijf jaar voor de rechtenopleiding eigenlijk wel nodig. In de master kunnen we op die manier uitdiepen en verbreden. Uitdiepen door op specifieke thema’s in te gaan en de analytische vaardigheden van de studenten aan te scherpen. Verbreden door de studenten te laten kennismaken met minder alledaagse rechtsdisciplines en niet-juridische materies. Dat is heel belangrijk. Maar dat verbreden is ook belangrijk om context en kader mee te geven. Als je het vijfde jaar als een praktijkjaar beschouwt, is dat een verschraling van dat uitdiepen en verbreden. We zullen dan na enige tijd uit dezelfde hoek ongetwijfeld het verwijt krijgen dat de studenten geen noties meer hebben van een groot aantal relevante rechtsdisciplines. Het voorgestelde ‘beroepsvoorbereidend jaar’ zal in grote mate basisvakken heropfrissen, en dus herhaling geven. Ik vrees dat het een achteruitgang betekent in de opbouw van een coherent curriculum.'

[...]

  3062