Leesbaardere vonnissen: het kan

Uit De Juristenkrant nr. 418 van 18 november 2020

Hoewel veel magistraten inspanningen leveren, blijven vonnissen voor partijen vaak moeilijk te begrijpen. Uit onderzoek aan de Universiteit Antwerpen blijkt alvast dat de toegankelijkheid van vonnissen kan worden verbeterd door een aantal taalkundige ingrepen, terwijl ze toch het fiat van juristen blijven krijgen. Welke ingrepen helpen zonder aan juridische precisie in te boeten? De klassieke strategieën, waarvan nu nog eens via software en via proefpersonen is aangetoond dat ze ook effectief helpen.

Gepubliceerd op 19-11-2020

Karl Hendrickx
Taaladviseur bij het Rekenhof en hoofddocent Rechtstaalbeheersing aan de UAntwerpen en KU Leuven

Studente Ulrike Loos deed voor haar masterscriptie Meertalige Professionele Communicatie aan de Universiteit Antwerpen onderzoek naar het effect van een herschrijving van twee geanonimiseerde vonnissen die ze van het Instituut voor de Gerechtelijke Opleiding kreeg (een van een burgerlijke rechtbank en een van de familierechtbank), door de vonnissen voor en na de herschrijving te laten analyseren door taalsoftware en ze ook te laten beoordelen door twee groepen proefpersonen, met name leerlingen van de derde graad BSO/TSO en juristen. Het onderzoek stond onder leiding van prof. dr. Luuk van Waes en prof. dr. em. Dominique Markey en werd mee door ondergetekende beoordeeld. Het werd uitgevoerd in de lente van 2020.

ulrieke-1
© Wouter Van Vaerenbergh

T-scan en B2-niveau

Het interessante aan het onderzoek is dat Ulrike Loos koos voor een combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek, door zowel software voor tekstanalyse als proefpersonen te gebruiken.

[...]

De vonnissen werden daarnaast ook geanalyseerd met de software van de Nederlandse Stichting Accessibility, die op basis van woordenschatkenmerken aangeeft op welk niveau van het Europese Referentiekader de tekst zich bevindt. Het Gemeenschappelijke Europees Referentiekader voor talen is een tool om taalvaardigheid in een vreemde taal te evalueren, maar wordt ook gebruikt om het moedertaalniveau te omschrijven. Het varieert van een basisniveau (A1) tot een heel complex niveau (C2). Uit de analyse bleek dat de vonnissen zich – niet geheel onverwacht – op het moeilijkste taalniveau, C, bevinden, dat vooral door academische geschoolde lezers kan worden begrepen.

Vervolgens herschreef Loos de twee vonnissen om zo dicht mogelijk bij een niveau B2 te komen, het niveau dat een ‘vaardige onafhankelijke’ gebruiker van een taal heeft en dat de meeste taalgebruikers in hun moedertaal moeten kunnen bereiken. Dat deed ze door de klassieke schrijftips toe te passen: verminder het aantal vaktermen, verouderde woorden, moeilijke woorden op C2-niveau, nominaliseringen, afkortingen, voorzetseltuitdrukkingen, tangconstructies, woorden per zin, bijzinnen per zin en passieven. Vervolgens liet ze de herschreven vonnissen opnieuw analyseren door T-scan en toetste ze de resultaten voor en na op statistische significantie. Daaruit bleek dat de moeilijkheidsgraad inderdaad significant gedaald was in de herschrijving. Ook uit de analyse met de software van de Nederlandse Stichting Accessibility bleek dat de vonnissen nu op B1-niveau zaten en dus een stuk toegankelijker waren geworden.

Testpanel

[...] In de herschrijving van het vonnis waren een inhoudstafel en een korte verklarende woordenlijst toegevoegd, wat door alle proefpersonen als positief werd ervaren. De voorkeur van alle leerlingen ging uit naar de herschreven vonnissen. De vragen bij die vonnissen werden ook correcter beantwoord dan bij de originele (maar hier kan voorkennis vanuit de originele versie een rol hebben gespeeld).

Uit het interview met de rechtskundigen kwamen enkele juridische foutjes in de herschrijving naar boven, onder meer op het vlak van vaktermen (zo kun je griffie niet vervangen door griffier). Dat wijst erop dat vaktermen het meest riskant blijven om aan te passen in een juridische tekst, maar in zowat alle gevallen konden de rechtskundigen meteen een vrij eenvoudig alternatief bieden om de herschrijving juridisch correct aan te passen. Dat wijst er op zijn beurt op dat vaktermen wel degelijk verduidelijkt kunnen worden, als dat gebeurt door of in samenwerking met iemand met de nodige juridische kennis.

Vonnis 2.0

Op basis van de feedback van de leerlingen en van de rechtskundigen maakte Loos een nieuwe herschrijving van de twee vonnissen, die ditmaal wel juridisch correct was. Ze analyseerde de nieuwe versies opnieuw met T-scan en vergeleek de nieuwe resultaten met die van de originele vonnissen. Nog steeds bleek het verschil statistisch significant, zodat Loos kon concluderen dat ook haar tweede, juridisch correcte versie significant toegankelijker is dan de eerste. Er bleek dan weer geen statistisch verschil te zijn tussen de T-scanresultaten van de eerste herschrijvingen (met juridische foutjes) en de tweede (juridisch correcte). Met andere woorden: de juridische problemen, meestal met vaktermen, waren weggewerkt zonder dat dit nadelig was voor de begrijpelijkheid. Dat bleek ook uit de analyse van het taalniveau van de tweede herschrijving: dat was nog steeds B2.

[...]

  1182