Koen Geens: ‘Het is tijd voor een zuurstofkuur voor justitie’

De Juristenkrant sprak met de minister van Justitie over zijn beleid (nr. 388 van 1 mei 2019)

De hinkstapsprong. Voor wie justitie van ver of van dichtbij volgt, is dat sinds 2014 niet langer alleen een term uit de atletiek, maar ook de tactiek van de minister van Justitie om justitie eindelijk de 21ste eeuw binnen te loodsen. Er was lof voor zijn werkijver, én kritiek op het verschroeiende tempo van de hervormingen. ‘Ik laat me erop voorstaan dat we snel zijn gegaan. Het was de hoogste tijd om de zaken efficiënter aan te pakken.’

Gepubliceerd op 02-05-2019

Ruth Boone
Koen Geens
(c) Wouter Van Vaerenbergh

Hebt u de rechterlijke orde voldoende kunnen overtuigen?

‘De taak van de machten is om goed samen te werken, niet noodzakelijk om het eens te zijn. De rechterlijke macht is onafhankelijk, dat is haar essentie, maar ze was aan hervorming toe. Op een aantal punten is dat met schurende scharnieren, ik ben niet de eerste minister van Justitie en ik zal niet de laatste zijn die geconfronteerd werd met die delicate koppeltekenfunctie tussen de staatsmachten. Ik houd er goede herinneringen aan over, maar het was niet het makkelijkste onderdeel, zeker omdat justitie niet overgefinancierd is. Anderzijds mag niet elke poging tot hervorming stranden op een geweeklaag over een gebrek aan middelen. De magistratuur heeft tijdens deze legislatuur meer middelen gekregen dan ze verwachtte, maar minder dan ze wilde. In de volgende legislatuur moeten er meer middelen worden voorzien.’

U hebt in een justitieplan voor de volgende legislatuur gepleit voor 750 miljoen extra budget voor justitie en de justitiegebouwen. Is het niet wrang te moeten vaststellen dat het met rationaliseren en potpourri’s alleen niet lukt?

‘Veel is wel gelukt. Er zijn grote moeilijkheden bij justitie, maar met behoorlijke werkomstandigheden, met goede infrastructuur en informatica-ondersteuning is veel mogelijk. Ik ken de situatie van de gerechtsgebouwen redelijk goed. 60 procent is in niet zo’n goede staat, 10 à 20 procent is in ronduit slechte staat. Ik kan niet verwachten dat mensen in die omstandigheden hoera roepen. De klachten die ik kreeg, gingen vaak over het personeel en het werk, en het aantal mensen is niet onbelangrijk, maar de werkomstandigheden en de middelen zijn dat ook.’

‘Het is tijd voor een zuurstofkuur. Dat moet gebeuren in overleg. We hebben geen 300 gerechtsgebouwen nodig. Ik heb een realistisch budget naar voor geschoven. We hebben per inwoner meer magistraten dan Frankrijk en Nederland, meer penitentiaire agenten dan in veel landen. Die moeten wel een betere materiële en intellectuele ondersteuning krijgen.’

Hoe evolueert u de vooruitgang op het vlak van informatisering?

‘De uitbreiding van MACH gebeurt met wisselend succes, maar wel met steeds groter enthousiasme. We streven nu naar die uniformiteit, zodat we binnen tien jaar kunnen overstappen naar een volgend systeem.’

‘Via de dossierapplicatie is communicatie met de rechtbank mogelijk. We hebben een plan klaar voor justice on web, omdat we applicaties met elkaar in verbinding kunnen brengen. We hebben dus vooruitgedacht met de bouwstenen die er waren. Het eindresultaat moet zijn dat geen enkele jonge advocaat nog kan beweren dat hij geen conclusies elektronisch kan neerleggen.’

‘We zijn ergens geraakt, maar we zijn er nog niet. Vooruitgang gaat traag. Ook in bedrijven, ook in de Nederlandse justitie zijn al informatiseringsprocessen mislukt. Ik denk dat het bilan positief is, maar het gaat met veel tandenknarsen gepaard. Elke startende informatisering gaat moeilijk. De FOD Justitie had ook niet de rijkelijkst bestafte IT-dienst, evenmin als de steundiensten van de colleges. Maar ik ben trots op de vooruitgang die ze gemaakt hebben.’

Laten we het even hebben over wat niet is gelukt. Dat situeert zich vooral in het strafrecht. Ligt dat aan de aard van de materie?

  906