Jos Vander Velpen: ‘We geven grondrechten op in ruil voor een beetje schijnveiligheid’

Cri du coeur van de bijna ex-voorzitter van de Liga voor Mensenrechten

‘België voert de strijd tegen terreur niet binnen de krijtlijnen van de mensenrechten en dat maakt me bang.’ Hij neemt afscheid als voorzitter van de Liga voor Mensenrechten, maar Jos Vander Velpen (69) heeft nog niets aan scherpte ingeboet. Of hij zijn pleidooien oefent op het spreekgestoelte in zijn bureau? ‘Nee, ik pleit recht voor de vuist, recht uit het hart.’ Al 40 jaar doet Vander Velpen dat. Terugblikken doet hij trots, maar soms ook ontgoocheld. ‘Ik ben somber over de mensenrechten anno 2017. Pas als we onze vrijheden kwijt zijn, zullen we het beseffen.’ 

Gepubliceerd op 26-10-2017

Bart Aerts
Zelfstandig journalist
jos-vandervelpen-3
(c) Wouter Van Vaerenbergh

Over de hervorming van assisen

[...] ‘Daarnaast leidt de hervorming tot regionale verschillen. In Wallonië zijn er nog geregeld assisenprocessen, maar in Vlaanderen amper. Gecorrectionaliseerde assisenzaken worden per regio helemaal anders behandeld. Het proces rond de Kasteelmoord sleept al maanden aan, terwijl er in andere gecorrectionaliseerde misdaden bijvoorbeeld geen getuigen worden opgeroepen en zo’n zaak in een voormiddag wordt afgewerkt. Op dit moment is het echt een loterij. Onzekerheid troef voor alle partijen.’

Veiligheid verkoopt

[...] ‘Burgers beseffen niet wat voor een karrenvracht wetten en regels de voorbije jaren gepasseerd is die onze vrijheden bedreigt. Neem nu de uitbreiding van de wet op de bijzondere opsporings- en onderzoeksmethoden (BOM). Politieagenten mogen voortaan in een computersysteem infiltreren en inbreuken plegen. Het parket mag de inhoud van een smartphone van een demonstrant in beslag nemen. Die methoden kunnen een inbreuk zijn op de bescherming van de privacy van burgers.’ [...]

Aftredend voorzitter

U spreekt vol vuur, maar stopt in november wel als voorzitter van de Liga voor Mensenrechten. Geeft u de strijd op?

‘Ik zal nooit zeggen dat ik gestreden heb. En dus zal ik ook nooit strijdend ten onder gaan. Ik heb alleen mijn job gedaan. Ik zie mezelf niet als een Fidel Castro die tot het einde van zijn dagen op een troon blijft zitten. Ik wil ook niet op een troon zitten. Mensenrechten moeten van onderuit in beweging komen. Nu is het aan de jongere generatie. Maar ik zal blijven denken, schrijven, ageren en optreden. En mij blijven inzetten voor de Liga voor Mensenrechten die het moet stellen met een schamele aalmoes van de Vlaamse overheid. Maar zelfs met een heel beperkt budget hebben we heel wat kunnen bereiken. Dankzij de inzet en intelligentie van de medewerkers van de Liga voor Mensenrechten. Zo hebben we bijvoorbeeld de al te gekke GAS-boetes kunnen afremmen.’ [...]

  1697