Is legal tech een buzz word?

Advocatenkantoren ontwikkelen meer en meer zelf toolkits en webapplicaties die de bedrijfsjuristen moeten ondersteunen bij hun taken. Dat biedt kansen aan veel startups, met een ruim aanbod als gevolg. Maar zien de CLO’s de bomen nog door het bos? En is daarmee de kous af, of verwacht de CLO toch nog net iets meer van zijn partner? Advocaten en bedrijfsjuristen gingen daarover in debat tijdens de Day of the practice die het Instituut voor bedrijfsjuristen organiseerde op 27 maart 2018.

Gepubliceerd op 10-04-2018

ibj-27-maart-2018-2

Bedrijfsjuristen die op zoek zijn naar ondersteunende tools, hebben de keuze uit een ruim aanbod. De ontwikkeling daarvan is ook niet langer beperkt tot software-ontwikkelaars, tegenwoordig maken ook advocatenkantoren zelf tools. ‘Maar’, zegt Danny Stas (Laga), ‘dat betekent nog niet dat advocatenkantoren ook softwareleveranciers worden. Een advocaat moet een business partner zijn, iemand die het bedrijf begrijpt en die mee de risico’s beheert. We kunnen tools inzetten als ze effectief kunnen helpen om ons werk efficiënter te doen. Het is niet onze ambitie om tools en software te ontwikkelen om die te verkopen. We doen dat alleen omdat het ons helpt om ons werk te leveren tegen de best mogelijke prijs, zodat er tijd vrij komt voor wat echt belangrijk is en wij de juiste toegevoegde waarde kunnen leveren.’

‘We kijken ook naar welke risico’s we moeten managen, waarbij we ons telkens de vraag stellen of we daarvoor wel het juiste juridische departement hebben. Je moet daarbij telkens de afweging maken of je niet een aantal medewerkers moet bijscholen en sommige taken kunt vervangen door een tool. De tool is maar een tool, het is een opstapje naar meer kwaliteit.’

Hugo Keulers (Lydian): ‘Onze cliënten vragen niet naar concrete tools, wel naar grotere efficiëntie. Waar twintig jaar geleden een handvol kantoren in aanmerking kwam voor een L&A-deal, is dat vandaag het tienvoud. We zijn dus in een heel ander concurrentieel kader terechtgekomen. Enerzijds is de vraag naar efficiëntie groter geworden. De aanbieders spelen daarop in, maar ze houden daarbij ook meer rekening met de work life balance van hun medewerkers. Dat vertaalt zich echter niet in de vraag en de instructies die ze krijgen van hun cliënten. Ze moeten dus schipperen tussen die flexibiliteit enerzijds en de deadlines die de cliënt vraagt anderzijds. Aangezien we niet meer bereid zijn hiervoor nog harder en langer te werken, moeten we bekijken waar en hoe de technologie ons kan helpen. Dat is niet evident, want er is veel wildgroei op de markt, terwijl dit toch gepaard gaat met dure investeringen. Die wildgroei moet eerst gewied worden, pas dan zal de markt er rijp voor zijn.’

Dirk Van Gerven (Nauta Dutilh): ‘Ook de informatie die de bedrijfsjurist wil, is veranderd. Vroeger leverde een advocaat een advies van 20 pagina’s - en had hij daar ook de tijd voor -, nu levert hij slides. En hij moet vooral de timing respecteren. Het komt er dus op aan om met de bedrijfsjurist duidelijke afspraken te maken over wat die precies nodig heeft: is dat een antwoord op één concrete vraag, die daarna, als het nodig is, verder kan worden uitgewerkt of is dat veeleer een oriëntatie of een opinie. De advocaat moet ook meedenken met het bedrijf en zich daaraan aanpassen. De advocaat moet de bedrijfsjurist heel snel de juiste oriëntatie kunnen geven, zodat die snel beslissingen kan nemen, de rest komt later wel.’

Chris Van Olmen (Van Olmen & Wynant): ‘Het gebruik van tools moet draaien om knowledge management. Advocatenkantoren schrijven weleens hetzelfde contract of hetzelfde advies opnieuw uit. Als technologie kan helpen om die informatie online ter beschikking te stellen van de klanten, dan hebben de advocatenkantoren al een stap voor. In die zin zijn ze het geheugen van hun cliënt.’

Welke rol spelen big data in het verhaal?

Marc Vermylen (Loyens & Loeff): ‘Big data zouden kunnen helpen als we alle uitspraken van de rechtbanken centraal in een databank zouden hebben. Maar dat is nog niet het geval. Dan kunnen die data advocaten helpen om de zaak in te schatten en hun advies daarop af te stemmen. Als een soortgelijke zaak in 80% van de gevallen succesvol is afgelopen, kan een advocaat die 20% invullen om de cliënt beter van dienst te zijn. Hij kan inspelen op datgene wat een machine niet kan, omdat hij het bedrijf kent, omdat hij de CEO kent en omdat hij weet waarop hij moet hameren om de case te begrijpen en aan te voelen. De relatie tot de klant is een blijvend en drijvend aspect. Big data blijven binair en het blijven data. Ze kunnen ons helpen om patronen te ontdekken maar daar stopt het. Tenslotte vervangt een computer de menselijke relatie niet. Een advies van een advocatenkantoor aan een bedrijfsjurist draait rond empathie, oriëntatie en inschattingsvermogen.’

Als tools een belangrijke rol gaan spelen, worden de tarieven dan ook lager?

Jan Peeters (Stibbe): ‘Sommige tools kunnen de gebruiker inderdaad leiden tot een commoditisering van bepaalde diensten, wat automatisch zal leiden tot lagere tarieven. Voor andere types werk zal dat niet het geval zijn. Dat heeft te maken met de wijze waarop de markt en de diensten gesegmenteerd zijn. Tot voor kort was een advocatenkantoor een pyramide, vandaag is het veeleer een geslepen diamant. Een van de hoekjes die er onderaan afgeslepen zijn, is technologie en tools. Wat vroeger door een stagiair werd gedaan, wordt nu ingevuld door de computer. De toegevoegde waarde van de advocaat zal uiteindelijk nog altijd even groot zijn.’

Het panel van het debat bestond uit 3 bedrijfsjuristen (France Delobbe (Femarbel), Els Steen (Delhaize) en Marc Beyens (Engie)) en 7 advocaten (Jan Peeters (Stibbe), Dirk Van Gerven (Nauta Dutilh), Kristof Roox (Crowell & Moring LLP), Danny Stas (Laga), Chris Van Olmen (Van Olmen & Wynant), Marc Vermylen (Loyens & Loeff) en Hugo Keulers (Lydian)).

  253