Freddy Pieters: ‘Justitie is een schip dat je niet onder krijgt’

‘Al bij al heb ik een gevoel van dankbaarheid naar justitie. En een even groot gevoel van voldoening.’ Dat zegt Freddy Pieters, die eind deze maand stopt als voorzitter van de Brusselse strafuitvoeringsrechtbank. Een gesprek met een magistraat die kan terugblikken op een carrière die hem van de gevangenis over het parket tot de rechtbank bracht. ‘Als je als magistraat iets te zeggen hebt, moet je ’t ook zeggen. En wel op een manier dat het gehoord wordt.’

Dirk Leestmans

 

Hieronder leest u een fragment. Het volledige interview kunt u lezen in De Juristenkrant (nr. 304 van 25 februari 2015) of via Jura. 

Freddy PietersStrikt genomen moest Freddy Pieters nog niet vertrekken. Maar na zestien jaar strafuitvoering was het niet evident om als magistraat fin de carrière plots met een andere materie aan de slag te moeten. En ook de onduidelijke toekomst van de loopbaan deed hem kiezen voor het zekere boven het onzekere. Het gevoel een zinkend schip te verlaten, heeft hij niet. Integendeel. ‘Dat er een aantal dingen al een tijd niet goed lopen, dat gevoel heb ik natuurlijk wel. En de boodschap die we nu krijgen, er is voor niets geld, maakt het er niet beter op. We staan dus voor zware tijden. Maar een zinkend schip? Neen. Justitie is een schip dat je niet onder krijgt. Er mag van alles gebeuren, maar op een of andere manier blijft de boel drijven. (fijntjes) Waarmee ik ook niet gezegd heb dat er altijd de juiste koers gevaren wordt.’

[...]

De Juristenkrant: Hoe verklaart u dat dat soort problemen niet opgelost raakt?
Freddy Pieters: ‘Let op, er zijn niet alleen maar problemen. Ik zie nog altijd een grote groep mensen binnen justitie die op een erg bezielde manier met hun werk bezig zijn en ook erg hard werken. Je krijgt soms het gevoel alsof er niets werkt bij justitie, maar je moet anderzijds ook wel vertrouwen hebben in justitie.’

[...]

Heeft het managementdenken te veel impact gekregen op justitie?
‘Voor het werk dat ik doe wel. Ik moet statistieken bijhouden, waarvan ik van mensen die het kunnen weten hoor dat men met die cijfers niets kan doen. Wat is de zin daarvan? Ik moet functionerings- en evaluatiegesprekken voeren met mensen over wie geen enkele twijfel bestaat dat ze hun werk goed doen. Sorry, maar ik ervaar dat als zuiver tijdverlies. Het systeem heeft zijn eigen dynamiek ontwikkeld die maakt dat mensen hun eigen evaluatie schrijven, omdat de mensen die het moeten doen daar de tijd niet voor nemen. Waar zijn we dan mee bezig?’
‘Ook rechters moeten hun business managen, hoor ik dan. Hoezo? We doen ons werk zoals het al eeuwen gedaan wordt: dossiers instuderen, aandachtig luisteren naar wat er gezegd wordt op de zitting, goed nadenken en dan trachten een goed vonnis te schrijven. Meer dan dat is het niet.’

[...]

Speelt de overbevolking ook in uw achterhoofd en past u de wet wel ‘s utilitair toe om een ander probleem op te lossen?
‘Nee, nooit.’
‘Ik pas de wet soms wel toe om iemand voorwaardelijk vrij te laten, wetende dat als we dat niet doen de betrokkene pakweg twee jaar later, op strafeinde, zonder meer op straat staat. En dan zijn we als samenleving nog slechter af. Het argument van de maatschappelijke beveiliging neem ik wel in overweging om iemand voorwaardelijk vrij te laten, omdat we hem zo een tijdlang kunnen blijven volgen.’
‘Hen gecontroleerd laten gaan is geen ideaal scenario, maar is in elk geval een beter scenario dan hen later te laten gaan zonder dat ze gevolgd kunnen worden.’

[...]

Het slachtoffer heeft een stem in de procedure voor de SURB. Sommigen zeggen dat die stem te luid klinkt?
‘En anderen zeggen dat ze nog niet luid genoeg klinkt. Internationaal gezien zijn we wat dat betreft hoe dan ook pioniers. Er zijn niet veel andere landen waar slachtoffers zo’n stem hebben in de procedure van vervroegde vrijstelling.’
‘Ik denk dat het systeem voor verbetering vatbaar is, maar in principe zit het goed. Veel verder moet het niet gaan. Ik ben er geen voorstander van het slachtoffer een statuut te geven van partij. Slachtoffers moeten gehoord worden, maar moeten niet beslissen.’


 

[...]

U vergeleek justitie met een tanker. Om de beeldspraak aan te houden, staat de minister aan het roer en hoe wendbaar is die tanker dan?
‘Zeker op lange termijn bekeken zie je dat een minister kan wegen op het beleid. Akkoord dat het niet altijd voldoende snel gaat en akkoord ook dat het niet altijd de goede richting uitgaat. Maar je kan niet beweren dat er niets is veranderd.’
‘Op het kabinet hield ik me bezig met strafuitvoering. En ondanks tegenwerking vanuit onder andere de administratie heeft de minister toch maar opdracht gegeven aan professor Dupont om een basiswet voor de gevangenen te maken. De belangrijkste verdienste van die wet is dat ze bestaat, ook al is ze nog niet volledig uitgevoerd. Je kan daarover gefrustreerd zijn, maar op een aantal punten is er wel een duidelijke verbetering.’


 

[...]

BIOGRAFIE

NAAM
Freddy PIETERS
°1954
LOOPBAAN

  • Lic. rechten, KULeuven (1977)
  • Lic. criminologie, KULeuven (1978)
  • Gevangenisdirecteur (1979-1991)
  • Substituut-procureur des Konings, parket Leuven (1991-1995)
  • Kabinetsmedewerker minister van Justitie (Wathelet en De Clerck) (1995-1998)
  • Rechter, rechtbank eerste aanleg Brussel (1998-1999)
  • Voorzitter commissie voorwaardelijke invrijheidstelling Brussel (1999-2007)
  • Voorzitter strafuitvoeringsrechtbank Brussel (2007-2015)

U las een fragment uit het interview. Lees het volledige interview in De Juristenkrant (nr. 304 van 25 februari 2015) of via Jura.

Gepubliceerd op 25-02-2015

  304