Draaiboek voor rol van magistraat bij Child Alert

Er is een draaiboek opgesteld voor de rol van de magistraat bij een Child Alert. Het is namelijk de magistraat (procureur of onderzoeksrechter belast met het onderzoek) die beslist of zo’n noodoproep wordt uitgezonden bij een onrustwekkende verdwijning van een minderjarige, die naar alle waarschijnlijkheid onmiddellijk levensbedreigend is.

Regelmatig verdwijnen er kinderen. Gelukkig worden de meesten onder hen veilig en wel teruggevonden, en binnen een relatief korte termijn. Dat is het gezamenlijk werk van velen: politie en justitie, Child Focus en burgers. Aan de meerderheid van deze kindervermissingen wordt geen ruchtbaarheid gegeven. Daartoe wordt wél beslist wanneer een oproep tot getuigen noodzakelijk is om het onderzoek vooruit te helpen. Dat gebeurt in België op meerdere manieren, aangepast aan het geval: soms wordt met een persbericht redactionele aandacht gevraagd, in andere gevallen start Child Focus een opsporingsaffichage-campagne, of een meer discrete vignettage-campagne.

ChildAlertVoor elke vermissing wordt volgens de voorgeschreven procedure meteen na aangifte een risico-inschatting gemaakt, waarna bij onmiddellijk levensgevaar voor het kind een Child Alert kan worden ingesteld. Een Child Alert is een noodoproep die zo snel mogelijk na een verdwijning moet ingezet worden. Daarom is het belangrijk dat de betrokken diensten van parket, politie en Child Focus nauw samenwerken en informatie uitwisselen. Het systeem kan de oproep naar duizenden correspondenten tegelijk versturen, die het bericht dan verder kunnen verspreiden via publieke digitale schermen, via de media, via mail, sms...

Op drie jaar tijd werd twee keer gebruik gemaakt van Child Alert. Via dit systeem wordt een communicatiebom gelanceerd, om zo snel mogelijk tips binnen te krijgen over een onrustwekkende verdwijning. Magistraten beslissen, in nauw overleg met de Cel Vermiste Personen van de Federale Politie, wanneer zo een alert moet afgekondigd worden. Zo moet onder andere de afweging worden gemaakt of de lancering van een Child Alert geen extra gevaar betekent voor de vermiste minderjarige. Gezien het belang van de beslissing, moet ook de procureur-generaal onmiddellijk worden ingelicht. Ook de ouders worden bij de beslissing betrokken.

‘Een draaiboek moet de magistraten nog beter begeleiden in het nemen van deze beslissing, die in sommige gevallen van levensbelang kan zijn,’ zegt minister van Justitie Annemie Turtelboom. Door zoveel verschillende kanalen te gebruiken is er op zeer korte tijd een enorme verspreiding onder de bevolking, twee essentiële kenmerken van Child Alert. De sterkte van het systeem zit in zijn zeldzaamheid. Heide De Pauw, algemeen directeur van Child Focus licht toe: ‘Precies omdat een Child Alert zo uitzonderlijk is, is de vorming van magistraten en politiemensen zo belangrijk. Bij elk geval waarbij een vermist kind naar alle waarschijnlijkheid in onmiddellijk levensgevaar verkeert, moet de mogelijkheid een Child Alert te lanceren ‘top of mind’ zijn. Op dat ogenblik mag geen tijd verloren gaan aan extra studiewerk of aan lange communicatielijnen.’

Wanneer wel of niet een Child Alert inzetten is een delicate afweging. Het draaiboek begeleidt de magistraten in die belangrijke beslissing en maakt voor iedereen duidelijk wat in elke fase van de procedure zijn of haar taak is. Het wordt geïntegreerd in de richtlijn over de opsporing van vermiste personen. Catherine De Bolle, commissaris-generaal van de federale politie: ‘In die gevallen waar de politie niet onmiddellijk uitsluitsel kan geven en acuut levensgevaar dreigt, is het Child Alert de meest efficiënte manier om snel informatie te kunnen verzamelen.’

De noodoproep is per definitie in tijd beperkt: in principe duurt een campagne 6 uur, maximaal driemaal te verlengen tot maximaal 24 uur in het totaal. Bij het einde wordt het bericht ‘einde Child Alert’ verspreid. Is het vermiste kind nadien nog niet gevonden, dan wordt het onderzoek met andere middelen verder gezet. Het Child Alert is ondersteuning voor het politieonderzoek, geen vervanging.

Gepubliceerd op 06-05-2014

  115