‘De zetel heeft te weinig geïnvesteerd in interne organisatie’

‘De prijs van vrijheid is waakzaamheid.’ Henri Heimans citeert op het einde van het gesprek met De Juristenkrant Simon Wiesenthal. Beiden zijn op hun manier monumenten. Wiesenthal maakte jacht op oorlogsmisdadigers, Heimans werkte ruim vier decennia als magistraat in tal van grote dossiers. Het citaat vat zijn werk perfect samen. Heimans’ onafhankelijkheid als raadsheer-onderzoeksrechter en zijn engagement voor de lotsverbetering van geïnterneerden is alom bekend. Als voorzitter van de Gentse Commissie ter Bescherming van de Maatschappij blijft hij nog aan de slag, als magistraat stopte hij er vorige maand mee. ‘Ik blik tevreden terug op mijn loopbaan.’ Een afscheidsgesprek. 

Dirk Leestmans



Dit is een stukje van het volledige interview. Dat kunt u lezen in De Juristenkrant (nr. 296 van 22 oktober 2014) of via Jura.be.

[...]

HenriHeimansHoe professioneel eenzaam is de rechter?
‘Een rechter leidt een redelijk eenzaam bestaan. En dat weegt. Ik heb altijd getracht om daar uit te breken en vandaar wellicht mijn engagement in de sector van geïnterneerden. Want daar werk je voortdurend in een sfeer van multidiscipli-nair overleg en dat is erg verrijkend.’

Als u uw magistratentoga aantrok, was u zichzelf of speelde u een rol?
‘Ik ben altijd mezelf gebleven en heb nooit een rol gespeeld. Al moet je je natuurlijk wel permanent goed bewust zijn van de macht die je hebt en daar erg omzichtig mee omgaan. Als rechter beslis je over vrijheid en onvrijheid, over straffen of vrijspreken, over financiële gevolgen van een misdrijf… Een rechtsonderhorige moet minstens het gevoel krijgen dat er naar hem geluisterd wordt en dat hij respectvol bejegend wordt.’

U zegt het alsof eraan getwijfeld kan worden. Is er een probleem dan?
‘Ik vrees van wel. Soms is het een kwestie van stijl, maar ik zie toch magistraten bezig op een wijze waarvan ik denk… Ik ga geen namen noemen, maar er zijn ook in de media namen van magistraten gegeven wier optreden te denken geven, niet?’

[...]

Hebt u het gevoel dat de benoemingen hier en nu objectief gebeuren, ook als het gaat over de topbenoemingen?
‘Over de topbenoemingen ben ik minder zeker. Maar de benoemingen van de jonge magistraten na hun stage gebeurt volgens mij wel objectief. Daarmee hebben we een nieuwe generatie magistraten die hun benoeming te danken heeft aan hun verdiensten, niet aan het hebben van de juiste partijkaart. En dat voel je ook.’

Hoe voelt u dat?
‘Ze denken niet meer in verzuilde termen en zijn open van geest.’

Is er dan een generatie magistraten die wel dogmatisch denkt?
‘Dat denk ik wel, vroeger.’
‘Ik beweer niet dat politiek benoemde rechters politiek geladen uitspraken deden. Maar in sommige materies speelde dat toch wel een rol, denk aan de abortusprocessen. Ik kan me ook voorstellen dat in huurgeschillen sommige rechters zich principieel eerder liberaal dan sociaal opstelden. Denk ook aan milieuzaken.’


 

[...]

Wat vindt u overigens van de mediatisering van justitie?
‘De werking van justitie is een publieke aangelegenheid, dus op dat vlak zie ik weinig problemen. Ik zie wel problemen op het vlak van de duiding. Het is voor een persrechter erg moeilijk om commentaar te geven bij een lopende zaak. Denk aan het proces Aquino. De advocaten hebben luid en duidelijk gesproken, het openbaar ministerie heeft geen verklaringen willen of mogen afleggen, en dat is misschien maar best ook, maar er is ook niemand van een andere geleding van justitie die daar duidelijkheid gaf.’

Hebt u het gevoel dat het debat over sommige zaken de facto gemonopoliseerd wordt door een handjevol straf-pleiters?
‘Die vaststelling doe ik ook. Maar je kan het die strafpleiters niet eens verwijten. Als de media hen aanspreken, waarom zouden ze zwijgen? Het is alleen kwestie van de zaken in balans te houden en daar mankeert het aan. Bij het proces Aquino was de toon al gezet nog voor er een minuut zitting was geweest. Dat is natuurlijk niet goed. Maar het is ook aan de rechterlijke organisatie om een tegengewicht te bieden. De advocaten kregen compleet vrij spel en ze werden niet tegengesproken door wie dan ook. Zij bepalen zelf wat deontologisch kan of mag…’


 

[...]

Is uw vaststelling dan niet net een argument voor het behoud van de onderzoeksrechter?
‘Ik vrees dat dat een verloren strijd is. De onderzoeken worden hoe langer hoe complexer, er wordt heel veel gewerkt met telefonietap. Daarbij is het niet alleen kwestie van wie wordt afgetapt maar ook welke gesprekken relevant worden ver-klaard. De onderzoeksrechter kan dat allemaal niet zelf doen.’
‘Ik had als raadsheer-onderzoeksrechter dan nog het comfort dat ik maar met één onderzoek bezig was. De meeste onder-zoeksrechters zijn met tientallen zaken tegelijk bezig. Voor een doorsnee onderzoekskabinet is het haast onmogelijk om alles te verwerken.’
‘Onze onderzoeken worden bijzonder inefficiënt gevoerd. En het duurt ook allemaal zo verschrikkelijk lang. Organisato-risch kan het dus haast niet anders, zo vrees ik, dat we die onderzoeksrechter moeten vervangen door een rechter van het onderzoek.’

Biografie
NAAM
Henri HEIMANS
°1948
LOOPBAAN
- Licentiaat rechten Universiteit Gent (1967-1972)

  • Jurist ministerie van Justitie (1972-1978)
  • Parket Brugge (1978-1987)
  • Strafrechter en onderzoeksrechter Brugge (1987-1991)
  • Raadsheer hof van beroep Gent (1991-2014)
  • Voorzitter Commissie ter Bescherming van de Maatschappij (vanaf 1992)


Dit is een stukje van het volledige interview. Dat kunt u lezen in De Juristenkrant (nr. 296 van 22 oktober 2014) of via Jura.be.

Gepubliceerd op 23-10-2014

  211