'De malaise bij justitie is een gedeelde verantwoordelijkheid'

/media/2792/_legalworld_uploadedimages_home_image002-840.jpgIn de Kamercommissie Justitie zijn vorige week de potpourri-I-voorstellen van minister van Justitie Geens goedgekeurd, die de burgerlijke procedure sneller en efficiënter moeten laten verlopen, zonder dat aan de kwaliteit van de rechtsbedeling wordt geraakt. En dat is nodig, want de klaagzangen over justitie waren aan het begin van dit nieuw gerechtelijk jaar (alweer) niet van de lucht. Aan Benoît Allemeersch, prof gerechtelijk recht aan de KU Leuven, vroeg De Juristenkrant of potpourri I, samen met de later geplande hervorming van de hele burgerlijke procedure, justitie nu eindelijk de 21ste eeuw zal binnenloodsen. ‘We betalen veel voor justitie, het zou al een begin zijn als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.’


(foto: Wouter Van Vaerenbergh)


Hier leest u enkele fragmenten uit het vraaggesprek. Het volledige interview kan u lezen in De Juristenkrant nr. 313 of via Jura.


Lees vanaf nu De Juristenkrant digitaal!

‘Mijn analyse is sterk beïnvloed door het werk van Mirjan Damaška, een hoogleraar vergelijkend procesrecht die in 1971 Zagreb ontvluchtte en de rest van zijn loopbaan doorbracht in Yale. Hij deed onderzoek naar de eigenheid van rechtssystemen. Hij stelde vast dat de Europees-continentale rechtsstelsels een aantal karaktertrekken bezitten die van oorsprong Napoleontisch zijn. In mijn doctoraat heb ik verdedigd dat die karaktertrekken uit het Napoleontische erfgoed - dat bij zijn ontstaan heel vooruitstrevend en zelfs briljant was - vandaag voor problemen zorgen. Een daarvan is de strikte hiërarchie. De hele cultuur bij justitie is op die hiërarchie gebouwd. Er heerst geen bedrijfscultuur zoals bij ondernemingen.'

(…)

‘Een tweede Napoleontisch relict is de schriftelijke cultuur. Magistraten zijn heel erg gericht op wat op papier staat. Geschreven normen, geschreven bewijs. Dat trekt men ver door, ook naar hun interne organisatie. Soms gaan rechters ervan uit dat alles wat niet in de wet staat beschreven, niet toegelaten is.’

(…)

De Orde van Vlaamse Balies investeert veel geld in een goede studiedienst, is professioneel georganiseerd, en doet heel vaak voorstellen in het belang van een goede justitie. Maar nu en dan komt het corporatisme weer naar boven. Ik zou de advocatuur daarom willen oproepen: durf af en toe in je eigen vel te snijden, het zal de geloofwaardigheid van de advocatuur veel verbeteren.’

(…)

‘We moeten niet gaan hervormen op de tast. Daarom hebben we een meetsysteem nodig. In Nederland heeft men bijvoorbeeld een studie gedaan naar de impact van de afschaffing van kamers met drie rechters, ten voordele van alleenzetelende rechters. Daaruit bleek een significante efficiëntiewinst voor eenvoudige zaken. In complexe zaken was de kwaliteit beter gediend met drie rechters. Op basis van die metingen kun je een veel beter beleid voeren.’

(…)

De politieke bevoogding van de FOD is heel groot. En de FOD zelf ontbreekt volledig in het debat over de modernisering van justitie. Er beweegt wat bij de FOD en er is veel goede wil, maar het kan beter. De FOD zou een zelfstandige partner moeten zijn, een echte sparring partner voor het kabinet.’

(…)

'De werklastmeting tussen de rechtbanken geraakt niet ver, maar ook de werklastmeting binnen de rechtbanken gebeurt door sommige korpschefs onvoldoende. Er is ook geen systeem om ziekteverzuim en onduidelijke afwezigheden aan te pakken. Vervangen gaat niet, er is een wettelijk kader waar men niet buiten kan. Ook dat is weer Napoleontisch. We moeten eigenlijk af van die wettelijk vastgeklonken kaders.’

(…)

‘De beheersovereenkomsten kunnen helpen, maar met als voorwaarde dat het kader de juiste ondersteuning en vorming krijgt. Dan moeten de korpschefs managementskills aangereikt krijgen. Dat is een serieuze uitdaging. Het Instituut voor de Gerechtelijke Opleiding geeft op dit moment nog te weinig managementopleidingen. Een groot deel van de magistratuur zet zich op bewonderenswaardige wijze in, daarin moet geïnvesteerd worden.’

(Ruth Boone)

Gepubliceerd op 17-09-2015

  127