De advocatuur: een mooi maar hard beroep

De resultaten van de Legal TrendCatcher 2018

Gepubliceerd op 07-12-2018

Ruth Boone

Uit een recente enquête van Wolters Kluwer België blijkt dat minder dan de helft van de advocaten het beroep zou aanbevelen aan jonge mensen. Dat schrijft De Juristenkrant. 85 procent van de respondenten denkt dat veel advocaten nauwelijks rondkomen, en 95 procent vindt de advocatuur een harde stiel. Maar toch zeggen negen op tien advocaten zelf veel voldoening te halen uit het beroep, en acht op tien dat ze voldoende inkomen uit hun activiteiten puren.

img_8850

De advocaten die de enquête hebben ingevuld, zijn vooral positief over hun onafhankelijkheid, het intellectueel, sociaal en verrijkend karakter van hun job, en de maatschappelijk zinvol en relevante rol die ze spelen. De lange werkdagen, de work-life-balans, het juridisch en administratief kader en het statuut, de financiële onzekerheid en de kosten, de concurrentie en de eisen van de klanten zetten dan weer een domper op de feestvreugde, en zijn de belangrijkste redenen om het beroep af te raden.

De advocaten liggen in eerste instantie wakker van de toenemende complexiteit van de regelgeving en de economische leefbaarheid van hun kantoor. Zes op tien meent dat de toenemende concurrentie de rentabiliteit van het kantoor onder druk zet. Die concurrentie zit volgens hen vooral bij accountantskantoren. Internet en online advies worden in tweede instantie aangekruist, nog voor de ‘klassieke’ dienstverleners.

Minder dan de helft (45 procent) meent dat de toekomst bij grotere kantoren ligt, een even groot percentage advocaten zijn voor een numerus clausus in het beroep.

Wat de cliënt wil

Cliënten willen volgens de respondenten vooral vat krijgen op wat de advocaat kan betekenen (zicht op de slaagkansen van hun dossier, forfaitaire erelonen), en ze willen snelheid. Vier op tien advocaten stellen vast dat de cliënt ook gratis advies van zijn advocaat verlangt, bijvoorbeeld via de website van het kantoor, en dat de advocaat ook buiten de kantooruren beschikbaar is. 15 procent geeft aan dat cliënten de stand van het dossier online willen kunnen volgen.

Vlotte communicatie is voor een overweldigende meerderheid van 97 procent van de advocaten de sleutel tot tevreden cliënten.

Wat de advocaat wil

Twee derden van de advocaten bevestigt dat ze hun kantoor beheren als een bedrijf. Ze hebben inzicht in de niet-rendabele dossiers, de vaardigheden van hun medewerkers, de inkomsten en de kosten. Slechts de helft meent voldoende tijd te kunnen besteden aan juridisch werk. Wat die tijdsbesteding betreft: de advocaten besteden twee derden van hun tijd aan juridische kerntaken. Het business- en beheerluik van het kantoor vergen een kwart van de tijd.

De respondenten wensen meer tijd voor werving van cliënteel en juridische taken (opzoekingswerk, advies geven, bemiddelen, conclusies schrijven…). Zes op tien zou taken uitbesteden, in eerste instantie kantoorbeheer en administratie. Taken die te veel tijd vergen zijn administratie, e-mail, telefoon en post, verplaatsingen en wachten op de rechtbank, en opzoekingen.

Niet alleen de administratie en de financiën zijn in een advocatenkantoor gedigitaliseerd, ook voor de bronnen en bibliotheek is digitalisering merendeels van toepassing. DPA is maar bij de helft van de advocaten ingeburgerd.

Wat de advocaat kan

Bij de advocaten gaapt er niet alleen een kloof tussen de studies en de praktijk, maar ook tussen de werkwijze van de generaties: 81 procent meent dat er een generatiekloof onder advocaten is, in die zin dat oudere advocaten anders werken dan jongere. Bij permanente vorming geldt minder een kloof: 62 procent ziet aansluiting bij de evolutie van het beroep.

Tijdens hun opleiding wordt aan de advocaten te weinig de skills bijgebracht van het ondernemen, vindt 89 procent. 64 procent van de respondenten is die mening toegedaan als het gaat over het omgaan met klanten, de helft als het gaat over leiding geven. Dat wordt als een groter gemis ervaren dan het gebrek aan vaardigheid in technologie of legal tech.

Beroep in transitie

OVB-woordvoerder Hugo Lamon zegt niet verbaasd te zijn over de resultaten. ‘Het beroep verandert razendsnel. Wie nog de advocatuur wil beoefenen zoals pakweg tien jaar geleden, komt in de problemen. Door de opeenstapeling van wetswijzigingen kan een advocaat niet meer alleen vertrouwen op zijn algemene parate kennis en ervaring. Dat leidt tot veel onzekerheid, hier en daar tot wat ontmoediging en heel soms tot onverwachte aansprakelijkheidskwesties. Maar dat is niet alles: een advocaat is nu ook een ondernemer, wat meer is dan een loutere wetswijziging. Het zorgt voor bijkomende verplichtingen en dat zal soms tot een mentaliteitsomslag moeten leiden. Zo is nu het ondernemingsbewijs ook toepasselijk, wat nog voor verrassingen zal zorgen. Onlangs gingen de ogen van vele advocaten ook al open toen de OVB studiedagen organiseerde over de witwaswetgeving. Nogal wat confraters schrokken van die bijkomende verplichtingen. Eerder was er al de GDPR en in het algemeen de toename van de administratie. Het beroep is in volle transitie, wat iedereen verplicht zijn businessplan te herbekijken. Voor een aantal confraters betekent het dat ze er ook voor het eerst een moeten gaan bedenken. Sommigen zien daarin boeiende opportuniteiten, maar voor anderen breekt de koudwatervrees uit. De zekerheden zijn weggevallen. De cliënt is terecht veeleisender en de advocatuur zal zich meer in de etalage moeten zetten.’

  1239