'Communicatie en informatie zijn voor cliënten van primordiaal belang'

Isabel Goris, de ombudsvrouw voor de advocatuur, heeft er haar eerste werkingsjaar op zitten en heeft haar eerste jaarverslag gepubliceerd. De belangrijkste conclusie: ‘Communicatie en informatie zijn voor cliënten van primordiaal belang. Daar moeten advocaten meer aandacht voor hebben.’ De Juristenkrant sprak met Goris.

Ruth Boone

[U leest hier enkele fragmenten uit het interview. Het volledige artikel vindt u in De Juristenkrant nr. 347 of op www.jura.be]

Van de 212 klachten werden er 47 onmiddellijk geweigerd door het systeem (omdat er nog geen verzoeningspoging was geweest, of omdat er al een procedure voor de rechtbank liep). Daarnaast weigerde de ombudsvrouw zelf nog eens 47 dossiers wegens ontvankelijkheidsredenen (ze werden niet door de applicatie gedecteerd), of omdat het niet om een consumentengeschil ging. Ook als er een klacht loopt bij de stafhouder, is de ombudsdienst niet bevoegd, evenmin als voor klachten tegen Franstalige advocaten (Die klachten werden doorverwezen naar de ombudsdienst van de OBFG, die op 1 oktober 2016 van start is gegaan). Uiteindelijk bleven er zo 118 dossiers over die in behandeling konden worden genomen, 74 kwamen ten einde. Op 31 december 2016 waren er daarvan 55 volledig afgerond. 28 hebben tot een minnelijke regeling geleid, in 27 bleek dat niet mogelijk. In 12 dossiers deed de ombudsvrouw een niet-bindende aanbeveling.

Twee procent van de klachten kwam van advocaten, en ging over betaling van erelonen. De overgrote meerderheid waren dus klachten van cliënten. ‘Veel van die klachten zijn terug te brengen tot een gebrek aan communicatie en informatie’, stelt Goris. ‘Zelfs als er over erelonen wordt geklaagd, kunnen er andere, onderliggende frustraties zijn. Een cliënt kan bijvoorbeeld vinden dat hij niet genoeg op de hoogte werd gehouden over zijn zaak, of dat hij niet genoeg persoonlijk contact had met de advocaat; of dat bepaalde instructies niet werden gevolgd. Als ombudsdienst moeten we onze ogen openhouden voor die onderliggende conflicten. Al kan het ook zijn dat er een meer algemeen onbehagen over justitie of de advocatuur speelt, ook al heeft de advocaat in de zaak wel goed werk geleverd.’

'Praten over geld is nog altijd een taboe binnen de advocatuur. Dat wordt nog vaak met een waas omkleed. We noemen het ook nog altijd een ereloon en geen factuur. Maar ik denk dat dat zal evolueren. Een advocaat wordt meer en meer een ondernemer, ook juridisch gezien, dan zal praten over geld misschien ook makkelijker worden. Alleszins zijn communicatie en informatie daarover van groot belang. Praten kost tijd, en tijd is geld, maar het is toch van belang om aan de cliënt toe te lichten wat je doet.'

Het jaarverslag is terug te vinden op www.ligeca.be. Dat is ook de site waar cliënten en advocaten een klacht kunnen indienen.

Gepubliceerd op 06-04-2017

  207